Galina Oelanova 1910 - 1998

Toen Galina Oelanova in 1962, na een carrière van vijfendertig jaar, afscheid nam van het balletpodium was ze geen prima ballerina maar een prima ballerina assoluta. Anders gezegd: een vrouw die aan het ballet een vorm van absolutie had geschonken.

Ik heb haar nooit zien optreden, en moet me tevreden stellen met enkele filmopnames. Hoe gedateerd die ook ogen, haar kunst laat glimpsen van een diep ontroerende tijdloosheid zien. Zaterdag is zij op achtentachtigjarige leeftijd in Moskou gestorven. Aan bijna alle beroemde vrouwelijke rollen die in de jaren veertig tot zeventig op het repertoire van het Bolsjoi (Moskou) en het Kirov (St. Petersburg) stonden, wist zij haar naam te verbinden, als een lichtend voorbeeld van de in balletvirtuoso vereiste bezieling.

Niet zozeer haar fenomenale techniek als wel haar hartverwarmende inlevingsvermogen werd al tijdens haar leven legendarisch. Dat geldt niet alleen voor haar Giselle, Julia, Aurora, Odette uit het negentiende-eeuwse ballet, maar ook voor de deels op haar persoonlijkheid geschreven balletten door sovjet-choreografen, met name Lavrovsky en Zakharov.

Tot die modernistische rollen volgens de heroïsch- realistische stijl behoren haar Maria en Coralie in Zakharovs 'Fontein van Bakshisarai' en 'Verloren Illusies', haar Tao-Hao en Katerina in Lavrovsky's 'De rode papaver' en 'De stenen bloem'. Zelfs in de meest afstandelijke encyclopedies kreeg haar interpreterend vermogen het unieke etiket 'tranenverwekkend'. In 1967 nam Rudi van Dantzig dan ook haar Julia-interpretatie als richtsnoer voor zijn ballet 'Romeo en Julia', omdat hij haar subtiliteiten verre boven de precisie van haar West-Europese collega Margot Fonteyn verkoos.

Oelanova's danskunst bleef niet voor propaganda-doeleinden bespaard. In de vele boeken en fotoalbums en de enkele films die over haar verschenen, wordt haar discipline en bescheidenheid breed uitgemeten. Propaganda of niet, deze begenadigde danseres wist zich daar op het toneel ver boven te verheffen. Niet alleen met haar sidderende armen, uitgelaten of diep gekwelde gelaatsuitdrukking, razendsnelle voeten of vederlichte sprongen wist zij de Russische ziel te raken.

Het was vooral haar rug, volgens haar zelf haar zwakste schakel, waarmee zij de broosheid van haar kunst en de kracht van haar persoonlijkheid kon laten spreken.

Voor velen was zij de tweede Anna Pavlova. Geboren in een balletmilieu en al vanaf haar vierde jaar door haar moeder in ballet getraind, werd zij op haar achtste jaar bij het Vaganova Instituut in Petersburg (haar geboortestad) afgeleverd. Tijdens haar contract bij de Gatob (voorloper van het Kirov-gezelschap) moest ze vaak met mindere rollen genoegen nemen. Bovendien dreigde de belegering van Petersburg een voortijdig einde aan haar loopbaan te maken. Haar doorbraak kwam in 1944, toen de naar Perm uitgeweken balletdansers onder barre omstandigheden aan een nieuwe Romeo en Julia-stunt werkten. Ze kreeg er niet alleen alle prijzen en eretitels voor die in het Stalin-tijdperk voor een kunstenares denkbaar waren, ze reisde er ook tot in de uithoeken van de Sovjet-Unie mee.

In haar autobiografie benadrukt ze het enorme belang dat zij ook aan deze zijde van het IJzeren Gordijn mocht optreden. In 1945 gebeurde dat in Wenen en Florence, in 1956 in Londen en in 1959 - na eindeloos diplomatiek overleg - in New York.

Na haar toneelafscheid legde zij zich toe op het coachen van jong talent, op schrijven over haar favoriete Prokofjev-balletten) en haar eigen levenservaringen. Tot voor kort was zij erelid, voorzitter of jurylid van vele nationale en internationale balletorganisaties. Haar legende blijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden