Galicische narco's zijn terug

Drugshandel | In de jaren negentig kwam een abrupt einde aan de cocaïnehandel in Galicië, maar de drugsclans zijn nu helemaal terug. Met Nederland als spil in de handel.

In een iets te krappe observatiewagen rijden rechercheurs Emilio en Ricardo over de kronkelige kustweg richting Vilagarcía de Arousa. De hele ochtend luisterden zij op het hoofdkwartier van de anti-drugseenheid van de guardia civil in Pontevedra telefoons af, maar nu is het tijd voor surveillance. De in nevel gehulde vissersstadjes onderweg waren vroeger het werkterrein van Galicië's meest geduchte capo's, maar nu is de sfeer desolaat. "Kijk hier, waar zomers de toeristen in de zon liggen, werd vroeger gewoon contrabande uitgeladen. Maar dat zie je nu niet meer", vertelt Ricardo op een strandje bij Vilagarcía, het voormalig bastion van de Galicische drugshandel.


Terwijl ook in Spanje series als 'Narcos' over de Colombiaanse drugsbaas Pablo Escobar ongekend populair zijn, is de roemruchte geschiedenis van de eigen drugsclans in het noordwesten van het land veel minder bekend. De bendes zijn weliswaar minder exotisch en bloedig dan hun Latijns-Amerikaanse pendanten, maar qua effectiviteit doen zij er niet voor onder. Galicië is namelijk al jaren een van de belangrijkste overslagplaatsen voor cocaïne bestemd voor de Europese markt.


En het is nu niet meer enkel cocaïne dat Galicië binnenstroomt, want ook de wereldwijde revival van heroïne is hier te merken. Mede dankzij Nederlandse criminelen. Want bij de smokkel van het bruine goedje, dat vaak over de weg de Spaanse regio bereikt, is Nederland een vaste spil.


Kapitein García Martín van de guardia civil in Pontevedra wil er niet te veel over kwijt. "Wij weten dat Nederlanders vaak deel uitmaken van deze organisaties. Ook bij een recente cocaïnevangst. Het geld kwam toen uit Nederland", zegt de kapitein, doelend op een cocaïnevangst van 3000 kilo vorig jaar in Santiago de Compostela, waarbij twee Nederlanders werden opgepakt.


Spaanse opsporingsautoriteiten zijn niet te spreken over de inzet van de Nederlandse politie en justitie om de handel tegen te gaan. Vorige zomer beklaagden betrokkenen zich in de krant El País nog over de 'slechte samenwerking en lakse wetgeving' in Nederland.


Maar de massale drugsinstroom in Galicië dateert al van decennia terug. In de jaren tachtig tot begin jaren negentig beleefde de regio 'de dikke jaren', zoals de Galiciërs het zelf noemen, de hoogtijdagen van de cocaïnesmokkel. Enrique León, oud-politiechef van Vilagarcía, maakte het van dichtbij mee. Hij zag hoe de maatschappelijk breed geaccepteerde tabakssmokkel uit de VS, die sinds eind jaren zeventig in Galicië de normaalste zaak van de wereld was, overging in keiharde coke-handel. Het waren veelal traditionele familiebedrijven die vanuit de visserij, via de tabak in de harddrugs terechtkwamen.


"De tabakssmokkel werd door nieuwe wetgeving zwaarder bestraft. Families die miljoenen hadden verdiend gingen daarom over op coke. Dat was net zo illegaal, maar bracht veel meer op", vertelt León in een koffietentje aan de haven van Vilagarcía.


Reusachtige speedboten


Colombiaanse kartels zochten volgens León destijds toegang tot de Europese markt. In Spaanse gevangenissen kwamen gedetineerde kartelleden in contact met de Galicische smokkelaars die de kustlijn van de regio -de langste van Spanje - op hun duimpje kenden. Het fjordachtige landschap, met zijn talloze rivieren en kleine vertakkingen die naar onbewoond gebied leiden, was uitstekend geschikt om contrabande over te slaan. Met reusachtige speedboten met soms wel acht buitenboordmotors namen de Galiciërs het transport van het witte poeder op zich. Soms voeren zij zelfs in een streep door naar Zuid-Amerika om de drugs eigenhandig op te pikken.


Sleutelfiguren rond de smokkel als Manuel Charlín, Sito Miñaco en Laureano Oubiña groeiden in Galicië uit tot iconen. Bij de lokale bevolking stonden de capo's te boek als weldoeners en de lokale voetbalclub Juventud Cambados kreeg zelfs een enorme drugsgeldinvestering om hogerop te komen. Toen ook de lokale politiek doordesemd raakte van narco-invloeden en de jeugd steeds meer verslingerd raakte aan goedkope drugs, leek een Colombiaans of Italiaans scenario opeens niet ver weg.


"Maar het is hier nooit Sicilië geweest", vertelt León verwijzend naar de Italiaanse maffia. "Geweld was er nauwelijks. Bovendien stonden tal van burgerorganisaties op die zich verzetten tegen de drugsverslaving van hun kinderen." León kon naar eigen zeggen zelfs in zijn rol als prominent drugsjager gewoon over straat zonder vrees voor represailles.


Toch kwam er vrij abrupt een eind aan de dikke jaren van de Galicische cocaïnehandel. De bekende rechter Baltasar Garzón zette in 1990 de enorme drugsoperatie Nécora in gang waarbij, uit angst voor corruptie, honderden agenten vanuit Madrid naar Vilagarcía werden gestuurd om grote schoonmaak te houden. De operatie was succesvol en bracht de clans een zware klap toe.


Nieuwe generatie


Maar ook Nécora kon de handel niet definitief stilleggen. León zag in de herfst van zijn carrière namelijk een nieuwe generatie gewelddadiger Galicische narco's opstaan. "Zij komen een voor een uit de families die bij Nécora werden aangepakt", zegt León.


De jonge kapitein Diego García Martín van de guardia civil in Pontevedra heeft nu elke dag met deze nieuwe narco's te maken. "Galicië is nog steeds dé Europese toegangspoort voor cocaïne, samen met grote havens, zoals die in Rotterdam", zegt García Martín ernstig in zijn hoofdkwartier in Pontevedra.


"Tegenwoordig komen ze vaak met zeilboten naar de vele jachthavens hier. Of de vracht wordt met een gps-zender in zee gedropt en opgehaald door de clans", vertelt García Martín, terwijl hij onophoudelijk telefoontjes over lopende operaties beantwoordt. Maar het ontbreekt García Martín naar eigen zeggen aan mankracht. "Wat wij in beslag nemen is maar een fractie van wat binnenkomt", geeft hij toe.


Spanje worstelt met de erfenis van de Galicische drugsclans, ziet Nacho Carretero, journalist van El País en geboren Galiciër. "Spanjaarden kijken liever naar Chapo Guzmán of de Italiaanse maffia, als het maar ver weg is", vertelt hij. "Dat komt door afkeur, schaamte, maar ook desinteresse. Spanjaarden vinden het moeilijk de donkere kant van de eigen cultuur te exploreren. Anders dan in de VS, waar men die juist graag verwerkt in boeken of series."


Daarom schreef Carretero zelf maar een spannend boek over de surreële wereld van de Galicische narcos. Maar van de sensatie wil hij verre blijven, want de drugshandel heeft de regio volgens Carretero zwaar beschadigd. Zo hoorde de schrijver van lokale winkeliers dat talloze zaken op de fles gingen, omdat de clans zelf bedrijven oprichtten om het drugsgeld wit te wassen, terwijl de bonafide handel zwaar onder de marktprijs over de toonbank ging.


Een rechter vertrouwde hem toe dat alle politieke partijen tijdens de dikke jaren wel banden hadden met de narco's. En zelfs vorig jaar nog doken er vakantiekiekjes op van een topnarco met de huidige regiopresident van de conservatieve Volkspartij, Alberto Núñez Feijóo.


Toch is er in de Galicische drugshandel veel veranderd sinds de dikke jaren, merken rechercheurs Emilio en Ricardo. Had het gebied rond Vilagarcía vroeger nog de hoogste Ferrari-dichtheid van Spanje, nu zie je volgens de rechercheurs nog zelden snelle auto's of andere openlijke weelde tussen de afgebladderde vissershuisjes. "De narcos hebben zich nog verder teruggetrokken. Je merkt er niets van, maar zij zijn er nog steeds", vertelt Emilio wandelend over de mistige pier in Vilagarcía.


De rechercheurs kunnen het weten want de guardia civil en de politie vinden langs de kust nog steeds de enorme zwarte narcospeedboten zonder nummerplaten. Soms worden op een erf grote pakketten geld gevonden. Het zijn tekenen aan de wand dat de drugs blijven binnenkomen in Galicië.


De in beslag genomen cocaïne in Spanje is de afgelopen jaren toegenomen van 5382 kilo ten tijde van operatie Nécora tot 17.584 kilo in 2015, zo blijkt uit cijfers van het Spaanse ministerie van binnenlandse zaken. Hoeveel cocaïne er echter ongestoord aan land wordt gebracht, is ongewis. De kartels maken in ieder geval nog steeds graag gebruik van de Galicische clans, vooral voor de grotere ladingen, menen de rechercheurs. "Zij weten dat de bootbestuurders uit Galicië de besten zijn. Die kunnen echt onder de radar werken", vertelt Emilio.


Alle ogen in de regio zijn nu gericht op een capo met de bijnaam 'De Banketbakker'. Hij is de man van het moment. Hij treedt in de voetsporen van de beruchte Laureano Oubiña. Rechercheurs Emilio en Ricardo rijden uit nostalgie nog maar eens langs het kleine kasteel met wijngaard waar deze capo woonde. Tegenwoordig doet het dienst als luxehotel.


Ondanks de frustrerende strijd tegen de drugshandel is de geschiedenis van de Galicische narco's ook een fascinerend verhaal. Schrijver Carretero heeft dan ook onlangs de rechten van zijn boek verkocht, waardoor er dit jaar dan toch eindelijk een serie over de Galicische narco's op tv komt.


Rechercheurs Emilio en Ricardo mogen vanwege de werkzaamheden die zij doen van de guardia civil niet met hun echte naam in de krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden