Galbraith: Nederland is een voorbeeld voor VS

BOSTON - We staan al met de deurklink in de hand als we de professor nog een antwoord proberen te ontfutselen. Als Amerika verkeerd bezig is, bestaat er dan een voorbeeld hoe het wel moet? Zeker, laat Galbraith weten: Nederland. Beschaafd land, en bovendien hét voorbeeld van een goed lopende verzorgingsstaat. “En dat geven jullie toch nooit op. Jullie hebben meer te verliezen dan te winnen.”

John Kenneth Galbraith is 86. De week dat we in zijn huis bij Harvard met hem spreken is een feestelijke. Het is precies zestig jaar geleden dat hij op Harvard met doceren begon. Al vanaf 1975 is hij met pensioen, maar dat heeft geen merkbare invloed op zijn produktiviteit.

Weinig economen hebben deze eeuw meer invloed gehad dan Galbraith. Voor de Harvard-professor was de crisis in de jaren dertig van doorslaggevende betekenis. Het economisch stelsel lijkt in die jaren op sterven na dood. Onder invloed van de Engelse econoom John Maynard Keynes ontstaat een school economen die vindt dat de overheid geld in de economie moet pompen om de crisis te keren.

Galbraith kan zijn ideeën in de praktijk brengen onder het bewind van president Roosevelt. Eerst op het ministerie van landbouw, later gaat hij zich bezighouden met prijscontrole. Op die manier moet de moordende concurrentie tussen bedrijven worden tegengegaan. Geen prijs in Amerika kan veranderd worden zonder het goedkeurend stempel van Galbraith. “Vanaf die tijd is het met mijn macht alleen maar bergafwaarts gegaan”, stelt hij zelf vast.

Na de oorlog verdeelt Galbraith zijn tijd tussen de universiteit en de regering. Een van de vele klussen die hij voor Washington doet is het uitzoeken van het economisch effect van de geallieerde bommen op Duitsland. Geen enkele, is zijn conclusie. De fabrieken gingen tegen de vlakte, maar de machines draaiden door. De oorlog werd er nog geen dag door bekort, terwijl de kosten enorm waren.

Op Harvard loopt Galbraith ook een ambitieuze student tegen het lijf: John F. Kennedy. Na zijn verkiezing stuurt 'JFK' Galbraith als ambassadeur naar India. Na de dood van Kennedy schrijft Galbraith mee aan de ambitieuze plannen van president Johnson om de oorlog aan de armoede te verklaren.

De invloed van Galbraith beperkte zich overigens niet tot Amerika. Israël kan altijd op zijn sympathie rekenen omdat het de democratie heeft geïntroduceerd in het Midden-Oosten. Hij vertelt dat hij op een ochtend in alle vroegte werd wakker gebeld door een journalist. “Ik hoorde: 'dit is Jeruzalem'. Nu ben ik op een leeftijd dat je onmiddellijk een meer theologische reden vreest voor zo'n aankondiging. Maar mijn tijd bleek nog niet gekomen. Men wilde weten wat ik vond van de benoeming van Milton Friedman, een uiterst rechtse econoom, tot adviseur van de Likoed-regering. Ik ben altijd een vriend geweest van Israël en kon ze dus feliciteren. Een land dat in staat is Friedman te overleven, heeft van een paar miljoen Arabieren niets te vrezen.”

Galbraith vertegenwoordigt in Amerika een ongewoon geluid. Het land van cowboys en immigranten heeft geen traditie van solidariteit.

Obsceen

Politici die de belastingen willen verhogen zijn bij voorbaat kansloos. Gezondheidszorg voor iedereen of rechten voor werknemers worden op de eerste plaats gezien als aantasting van de vrijheid. Iemand een uitkering geven betekent vooral dat je hem afhankelijk maakt van de overheid. Galbraiths geluid geldt dan snel als revolutionair, bijna obsceen.

De dag voor ons gesprek volgen we Galbraith als hij spreekt op de 'New School for Social Research' in New York. Hij was uitgenodigd om een lintje door te knippen en iets aardigs te zeggen over de sponsors van de verbouwing. De verzamelde academici moeten de champagne nog even laten staan. De 86-jarige tornt met zijn 1 95 meter ver uit boven zijn publiek als hij hun trakteert op een aanval op het verafgoden van het marktsysteem. “De markt is in staat fantastische dingen te maken. Die produkten zijn zo mooi dat de fabrikanten er 100 miljard dollar voor over hebben om ze aan de man te brengen. Maar geen enkel marktsysteem verschaft huisvesting voor de armen of gezondheidszorg. Dat wordt dan de verantwoordelijkheid van de overheid.”

Dat heeft niets met ideologie te maken, legt hij de volgende dag uit bij hem thuis in Harvard (bij Boston). Is hij sociaal-democraat? “Zeker”, en hij hanteert de term verder in ons gesprek, zich er niet aan storend dat het voor de gemiddelde Amerikaan een vies woord is. “Ik ben alleen maar pragmatisch. De overheid is niet een noodzakelijk kwaad of zo. Zij is gewoon onmisbaar. Laat de markt doen waar hij goed in is. Maar bekijk per geval wat de overheid moet oppakken. Een ziekenhuis in het getto, bijvoorbeeld. Wie de rol van de overheid nog verder wil minimaliseren, moet zijn hersens met vakantie sturen. Het zelfde geldt overigens voor mensen die zeggen dat de produktiemiddelen genationaliseerd moeten worden.”

Hoe komt het dan toch dat er in Amerika geen sociaal-democratie bestaat, zoals overal elders in de geïndustrialiseerde wereld? Galbraith: “Wij sociaal-democraten zijn het slachtoffer geworden van ons eigen succes. Mensen die profiteerden van de sociale programma's in de jaren zestig, ging het verder economisch voor de wind. Zo zeer zelfs dat ze verder niet meer geïnteresseerd zijn anderen te helpen. Laat staan om progressief te stemmen. Ze willen dan geen overheid meer die hen nog in de weg staat of die hun belastingen verhoogt.”

Naar de strot gevlogen

“Maar het is juist de overheid die het economisch stelsel overeind houdt. Vroeger noemden we het kapitalisme - nu heet het vrijemarktsysteem. Zonder een sterke staat die de scherpe kantjes er afhaalt, waren we elkaar allang naar de strot gevlogen. Nu gebeurt dat alleen maar af en toe. De rellen in Los Angeles in 1992, bijvoorbeeld. Die kwamen overigens niet als verrassing voor wie de maatschappij in de Verenigde Staten bestudeert.”

De Federal Reserve, het stelsel van centrale banken, kan niet op zijn sympathie rekenen als het de rentetarieven voor de zoveelste keer verhoogt, uit angst voor inflatie. De economische groei wordt afgeremd, net op het moment dat eindelijk ook John Modaal de buikriem iets kan laten vieren. Doordat de Fed de economische groei tempert, stijgt ook de werkloosheid, zo luidt de kritiek.

Galbraith: “Het is een typerende beslissing. Inflatie is iets waar iedereen last van heeft, terwijl werkloosheid maar een groep treft. Het is dan altijd een ander die geen baan meer heeft. En nooit de beslissers zelf.”

Wall Street wordt daar ook al niet veel beter van. Niet dat we Wall Street al te serieus moeten nemen, legt Galbraith uit. Dat is toch maar het bastion van schatrijke werklozen, mensen die in wezen onproduktieve arbeid verrichten, bovendien behept met te veel kuddegeest. Speculatie bepaalt de gang van zaken daar en dat het de ene week iets beter gaat dan de andere maakt dan niet zoveel meer uit.

Het in elkaar storten van de markt is iets wat er gewoon bijhoort. “Probleem is alleen wel dat het in elkaar klappen verstrekkende gevolgen heeft voor de hele economie. Ik wil me verder er niet aan wagen wanneer de markt ineenstort. Mensen worden nu eenmaal meer herinnerd vanwege hun verkeerde voorspellingen dan vanwege hun voorspellingen die wel uitkomen. Maar dat het staat te gebeuren is duidelijk.”

De professor wijdt een speciaal boek aan de geschiedenis van de speculatie. Met een ereplaatsje voor de windhandel in tulpebollen in het Nederland van de zeventiende eeuw. Toen was een jaarsalaris nog niet genoeg voor 1 tulpebol. Vele tienduizenden schraapten al hun spaargeld bij elkaar. Toen de hype voorbij was, waren de miljonairs van de ene op de andere dag straatarm. In die traditie moeten we ook de meest recente schokbewegingen van de financiële markten zien.

In 'A journey through economic time' (zijn meest recente boek) neemt Galbraith ons mee door de economische geschiedenis van deze eeuw. Weinig ontwikkelingen of de Harvard-professor was er niet zelf bij betrokken. Vindt hij achteraf niet dat het plan van Johnson om de armoede af te schaffen wat hoog gegrepen was? “Geen sprake van. Amerika mag met minder geen genoegen nemen. Een land dat zo rijk is als het onze moet het tegen de borst stuiten dat grote groepen beneden de armoedegrens leven. Dat zijn gewone mensen, goede mensen, maar ze hebben wat minder geluk gehad dan anderen. Dat mag geen reden zijn ze te veroordelen. Dat heb ik vorige week ook tegen vice-president Gore gezegd toen ik op het Witte Huis was.”

Zweedse revolutie

Hij spreekt de naam 'Keynes' nog steeds met hoorbaar respect uit. Galbraith was tenslotte een van de Jonge Turken die in de jaren dertig het nieuwe economisch evangelie verspreidde. Van de term 'Keynes-revolutie' wil hij niets weten. “Nee, het was de Zweedse revolutie. In dat land werden in de crisisjaren onze ideeën in de praktijk gebracht. Keynes had het bedacht. Het bleek allemaal te kloppen. Een genie, een genie.”

Nu is actie nodig. “Bidden is niet genoeg. De straten schoon en mensen laten afkicken. Daar moet je in investeren. Er is genoeg te doen. Je kunt genoeg mensen helpen. Er is nog steeds een onderklasse. Die doet het vieze werk, het saaie werk. En ze zijn veelal afkomstig uit een ander land. Juist die mensen moeten bij het politieke proces betrokken worden. Als we in de westerse wereld er in slagen die mensen naar de stembus te krijgen, is er al veel veranderd.”

“We zijn werkers uit het buitenland veel dank verschuldigd. Zij dragen bij aan de economische kracht van een land. De prestatie van dominee King was vooral een economische. Hij betrok zwart Amerika bij Amerika. De zuidelijke staten floreren nu dank zij de inbreng van negers. Minderheden bij je economie betrekken, dat is pas een bijdrage aan je concurrentieprositie. Geen Volkswagen zouden ze nog in Duitsland kunnen maken, met alleen maar Duitsers. Maken jullie in Nederland eigenlijk nog auto's?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden