Gadverdamme met o'tjes, mag dat ook niet van God? Paulien Cornelisse

Paulien Cornelisse (Amsterdam, 1976) is cabaretier, columnist en schrijver. In 2009 publiceerde ze haar observaties van het dagelijkse moderne taalgebruik: 'Taal is zeg maar echt mijn ding'. Drie jaar later volgde 'En dan nog iets'. Deze maand debuteerde zij als romancier met 'De verwarde cavia'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Op een dag vroeg ik aan mijn ouders wie God was. 'Daar geloven sommige mensen in', zeiden ze, 'maar die bestaat niet'. 'O, dus God is een soort spook?' vroeg ik. 'Ja, zoiets', antwoordden mijn ouders. En daar lieten ze het bij. Ze waren niet geneigd de weg te bewandelen van: de een gelooft dit en de ander gelooft dat, of: zoek het zelf maar uit als je eraan toe bent. Het was gewoon: nee, bestaat niet, punt. Ik denk dat deze streng atheïstische opvoeding er in zekere zin voor heeft gezorgd dat het voor mij lastig is om alsnog in God te gaan geloven. Zoiets raak je nooit meer kwijt. Net zoals gereformeerden die van hun geloof zijn gevallen zich tóch nog altijd een beetje beschermd weten. Ja, of op hun vingers gekeken voelen, dat kan natuurlijk ook - grappig, ik denk kennelijk nog steeds dat geloven iets leuks is. Ik ben weleens jaloers geweest op mensen die bij groot verdriet zo'n soort toevlucht hebben. Dat je ernstig ziek bent en kunt zeggen: 'Ik ga naar God als ik sterf, dus het is oké'. Overigens heb ik op dat terrein wel een gekke ervaring gehad. Een paar jaar geleden werd bij mij het begin van baarmoederhalskanker vastgesteld. De onrustige cellen moesten operatief verwijderd worden. Ik werd onder narcose gebracht en vlak voordat ik wegzakte, drong het ineens tot mij door dat het niet erg zou zijn als ik niet meer wakker zou worden. Ik vond dat ik een mooi leven had gehad. Ik herinner me een helder licht - o ja, de hemelpoort, dacht ik - maar vooral de enorme rust die over mij kwam. Het is niet erg. Het is goed zo. Dat was een fijne wetenschap."

undefined

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Toen ik net terug was uit Japan besloot ik radicaal afscheid te nemen van elke vorm van bijgeloof... Misschien moet ik eerst even vertellen wat ik daar deed. Er was op de UvA een uitwisselingsproject met de universiteit van Hiroshima en ik wilde al langere tijd het land graag zien. Ik was ook benieuwd hoe het zou zijn om een taal te leren zonder enig houvast. Gek genoeg klonken sommige woorden toch logisch. Eten, bijvoorbeeld. Dat is: tabemasu. Of het Japanse woord voor soms: tokidoki. Dat snap ik wel. Tokidoki! Hou je van zwemmen? Ja, tokidoki. Maar goed, wat ik dus wilde zeggen is dat ik er ook achter kwam hoe pragmatisch Japanners met religie en filosofie omgaan. Ze hebben overal altaartjes staan, maar ze geloven eigenlijk niks. Bijgeloof, dus. Na zeven maanden Japan besloot ik mijn eigen dwanggedachten ook maar eens aan te pakken. Het was nog tamelijk ongevaarlijk, hoor. Voorbeeld: als mijn mandarijn elf partjes telde, mocht ik een wens doen. Ik wilde ervan af omdat ik me realiseerde dat wensen behoorlijk passief is. Als je stopt met wensen doen, dan dwing je jezelf echt te bedenken wat je wilt en hoe je je leven wilt aanpakken.

Ik bedenk nu trouwens dat ik wel voor elk optreden naar dezelfde cd luister, al zou ik dat eerder een ritueel willen noemen. Heel soms luister ik niet, maar dat is vooral om voor mezelf te bewijzen dat ik ook heel goed zonder kan. Die cd, 'La Bella Noeva' is van Accordone, een ensemble rondom de Italiaanse tenor Marco Beasley. Als ik naar die oude, vaak religieuze muziek luister, krijg ik het gevoel in een bepaalde traditie te staan. Net als duizenden artiesten voor mij, wacht ik daar, tussen de coulissen, tot ik het publiek mag gaan verrassen met iets waarvan alleen ik op dat moment nog weet wat het is. Dat zijn magische minuten. Niet omdat ik het ben die daar staat - dat doet er niet toe - maar vooral vanwege het besef dat dit, het willen vermaken van elkaar, eindeloos doorgaat."

undefined

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Op de kleuterschool leerden wij 'potvolblomme' zeggen en mijn vriend werd op de christelijke basisschool bijgebracht om het woord 'snotverkoffertje' te gebruiken. Ik heb ook weleens gehoord dat iemand op de nonnenschool werd berispt omdat ze zou hebben gevloekt. Haar ouders kregen te horen dat ze 'gadverdamme met o'tjes' had gezegd. Best eigenaardig dat je zelfs niet iemand kan quoten, alsof God zich dáár ook nog iets van aan zou kunnen trekken. Ik geloof niet dat God bestaat. Daarom is godverdomme voor mij geen emotioneel beladen woord. Ik begrijp wel dat gelovigen zich gekwetst kunnen voelen als ik vloek, en ik zal me daarom proberen in te houden, maar ik vind ook dat het van twee kanten moet komen. Degene die niet zo goed tegen vloeken kan, zou ook kunnen denken: dit doet ze nu wel, maar ze bedoelt er verder niets mee."

undefined

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Sinds de geboorte van mijn zoon Wiek, nu meer dan een jaar geleden, leer ik dat sabbatsgevoel een beetje kennen. Er zijn dagen dat ik alleen maar voor mijn kind zorg, en dat geeft heel veel rust. Soms, op zo'n zorgdag, kan ik tijdens een slaapje toch nog een klein beetje werk doen. Dat voelt dan als luxe."

undefined

V Eer uw vader en uw moeder

"Dat vind ik wel een goeie, ja. Niet voor iedereen natuurlijk, want je hebt er klootzakken tussen zitten, maar mijn ouders zijn aardige, slimme, leuke mensen die mij op een prettige manier hebben opgevoed. Ik heb altijd het idee gehad dat alles mogelijk was. Mijn ouders hebben allebei psychologie gestudeerd, maar dat ik het óók ging doen heeft niets te maken met het willen voldoen aan hun verwachtingen. Ze lieten me vrij. En ze houden erg veel van elkaar. Dat is ook fijn. Ze toonden op een zelfde manier hun liefde voor de kinderen, en ze zaten op één lijn als het over opvoedingskwesties ging, maar er is ook een opvallend verschil tussen die twee en dat verschil is volgens mij terug te voeren op hun geloof. Mijn vader is katholiek opgevoed, mijn moeder protestants. Het zijn clichés, maar toch: mijn vader staat iets makkelijker in het leven en mijn moeder is nogal georganiseerd. Een saillant voorbeeld: we woonden vroeger bij een zonegrens van het openbaar vervoer. De halte over de grens was net iets dichter bij ons huis dan de halte ervoor. Mijn moeder stapte vóór de grens uit, mijn vader bleef zitten. Zij noemde dat zwartrijden, hij had er een ander woord voor bedacht: grijsrijden.

Ik heb geen conflicten met mijn ouders gehad. Je hebt boze en droevige pubers. Ik was vooral droevig, las sombere gedichten op mijn kamertje, noteerde in mijn dagboek hoe erg het leven was. Als ik dat nu teruglees, denk ik: wat was dáár aan de hand? Ik begrijp het ook niet zo goed. Ik zat bij het schoolorkest, ik deed aan toneel, ik had veel plezier... het zal wel iets hormonaals geweest zijn. Ik sprak er niet met mijn ouders over en zij hebben mij een beetje gelaten, waarschijnlijk omdat ze zelf in hun puberteit exact hetzelfde hadden meegemaakt. Na een tijdje ben ik gestopt met het schrijven in mijn dagboek, juist omdat ik er alleen de slechte momenten in opnam. Mijn moeder heeft vooral mijn vroege kinderjaren keurig bijgehouden. Dat komt mij nu goed van pas. Bijvoorbeeld: Wiek is laat met kruipen. Ik maak me daar geen zorgen over, onder andere omdat mijn moeder keurig heeft genoteerd dat ik ook laat was. Toen ik zo oud was als mijn zoon nu is, ging mijn moeder met mij naar het consultatiebureau. Over dat bezoek schreef ze: 'Ze vinden haar extreem traag, maar er is verder niks te vinden wat mis zou kunnen zijn.' Nou, ik kan nu gewoon lopen, dus ik denk dat het met mijn zoon uiteindelijk ook wel goed zal komen."

undefined

VI Gij zult niet doodslaan

"Hm... ik probeer nu even te bedenken of ik ooit heb gewild dat iemand spontaan dood zou gaan, zonder dat ik er iets voor hoefde te doen, maar nee, zelfs dat niet. Ik ben gewoon niet agressief. Ja, soms denk ik weleens dat ik iemand beter van repliek had moeten dienen. Dat gebeurt altijd in tweede instantie. Te laat dus. In die zin lijk ik wel een beetje op Cavia, de hoofdfiguur in mijn boek ('De verwarde cavia' gaat over een cavia die op de afdeling Communicatie van een kantoor werkt, AV). Ik reageer - net zoals alle cavia's, denk ik - nogal secundair. Als iemand iets tegen mij zegt wat mij niet lekker zit, moet ik er vrij lang over nadenken om erachter te komen waarom dat zo is. Mijn eerste reactie is daarom waarschijnlijk niet altijd even betrouwbaar."

undefined

VII Gij zult niet echtbreken

"Zal ik je even een foto laten zien? Kijk. Dit is de leukste man ter wereld. Dat zie je toch ook wel? Ik hoef niet verder te zoeken en ik zou wel gek zijn om hem voor een ander te verlaten. Rationeel begrijp ik heel goed dat ik ook honderd anderen had kunnen kiezen, maar mijn gevoel zegt iets anders. Als het niet zo kindernevendienstachtig klonk, zou ik zeggen dat wij voor elkaar bestemd zijn."

undefined

VIII Gij zult niet stelen

"Vorig jaar september werd Tedje gestolen. Het is een Volkswagen Caddy, zo'n model dat als auto begint en als busje eindigt. We zaten net met een baby, mijn tour zou weer beginnen en kort daarvoor was er ook al bij ons ingebroken: al die rompslomp kon ik helemaal niet gebruiken. Ik was vooral geïrriteerd, maar omdat zo'n misdaad geen gezicht heeft, voelde ik al snel een soort gelatenheid: het is gebeurd, niets meer aan te doen. Misschien zou ik anders hebben gereageerd als iemand mijn tas uit mijn handen had gerukt.

Het is zo gek: naar de auto lopen en dan niets zien staan. Misschien om de hoek? Ook niet. We hoorden dat er een bende actief is die eigenlijk op zoek is naar Volkswagen Golfjes. Ze rijden met een gehackte sleutel door de buurt, doen 'blieb blieb', en als er een auto reageert, rijden ze daar zo mee weg.

Ik had op instigatie van een vriendin een oproep op Facebook geplaatst. Zo had zij haar gestolen auto - die voor joyriding bleek te zijn gebruikt - teruggevonden. Ik kreeg erg veel hartverwarmende reacties, maar onze gezinswagen slash tourbus heb ik nooit meer teruggezien... Ik hoop maar niet dat hij voor een ramkraak is gebruikt. Dat lijkt me zo zielig voor Tedje."

undefined

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Ik denk dat ik best goed ben in het ontdekken wanneer iemand een valse getuigenis aflegt. Toen ik in 2013 meedeed aan 'Wie is de mol?' had ik vrij snel door dat het Kees Tol was. Ik zag gewoon dat hij loog. Daarom won ik. Het klinkt een beetje esoterisch maar wat hij zei kwam niet overeen met hoe hij uit zijn ogen keek. Lichaamstaal is heel belangrijk. Daarom zijn er ook zo vaak misverstanden als je via e-mail of WhatsApp communiceert. Gelukkig hebben we emoticons en emoji tot onze beschikking; nu kan je een bericht dat niet al te serieus moet worden genomen begeleiden met een drol. Wist je trouwens dat de emoji van een aubergine in homo-kringen staat voor de penis? En een perzik, dat zijn de billen. Ik dacht: leuk, ik zet gewoon overal een aubergine bij, maar nu blijkt dat ik al die tijd... Lijkt-ie helemaal niet op een penis, vind je? Kom, we pakken hem er even bij. Afdeling eten & drinken. Hier heb ik 'm. Paars is inderdaad misschien wel een gekke kleur voor een penis, en dan dat kroontje... nee, je hebt gelijk, maar wat moeten we dan gebruiken voor de penis? Een gepelde banaan? Een kipkluif? Het chilipepertje? Of toch maar de garnaal?"

undefined

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Iedereen is weleens jaloers, maar het lijkt me beter om hier pragmatisch naar te kijken: je schiet er niets mee op. Ik heb me daar wel bewust in moeten trainen. Het ging een periode, toen ik stand-up comedy deed, helemaal niet goed. In dat vak is een constant niveau belangrijk en ik wist dat het soms briljant was, en soms helemaal niks. Op de mindere avonden kreeg ik van collega's te horen waar het, volgens hen, aan lag. Dat werkte averechts bij mij. Ik wilde ertegenin gaan, maar dat is niet de bedoeling. Ik ben gestopt met optreden en na een tijdje wist ik dat ik alleen maar op dat podium kon staan als ik me niets zou aantrekken van wat anderen ervan vonden. Je moet jezelf ook niet vergelijken met collega's, dat levert alleen maar onrust op. Natuurlijk is het weleens lastig om te zien hoe anderen in de prijzen vallen, of succesvoller zijn, maar als ik er iets langer over nadenk weet ik dat het aanstellerij is. Ik heb echt helemaal niets te klagen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden