Gabriël kon ook een grijze dag kleur geven

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van conservator Linda Barendse van het Stedelijk Museum Zwolle.

Dankzij een royale gift kon het Stedelijk Museum Zwolle in 2008 deze aquarel van de kunstenaar Constant Gabriël aankopen op een veiling van Sotheby's. Het was nog spannend omdat er meer bieders waren. De toenmalige conservator Lidy van Dijk moest zelfs tot haar hoogst mogelijke bod gaan. Zonder de financiële steun van de Zwollenaar Wim Waanders en de Stichting Lions Helpen had het museum dit werk nooit kunnen kopen, omdat het maar een heel bescheiden aankoopbudget heeft.

Even was de nieuwe aanwinst te zien voor het publiek, maar daarna verdween de aquarel in het depot. En daar hing hij nog steeds, toen Linda Barendse drie maanden geleden aantrad als conservator. Het werk viel haar meteen op, tijdens een eerste verkenningsronde door het depot. Want het ligt niet voor de hand om één van je topstukken - en dat is deze aquarel - in de kelder te verstoppen. Weliswaar is de aquarel gevoelig voor licht, maar dat verklaart niet waarom hij de afgelopen jaren nooit meer op zaal te zien is geweest. Ook de meeste medewerkers van het museum kenden dit werk niet eens, ontdekte Barendse. Misschien heeft ook de smaak van haar voorganger een rol gespeeld, veronderstelt ze. Die was dol op portretten en had niet zoveel met landschappen.

Wat meteen opvalt aan dit schilderij zijn de sprankelende kleuren. Opvallend voor een kunstenaar die behoorde tot de Haagse School. De kunstenaars van deze stroming richtten zich op typisch Nederlandse onderwerpen als de polder, het rivierenlandschap, de duinen en de zee. En daarbij hadden ze een voorkeur voor grijze en bruinige tinten. Maar Gabriël was niet zo van de grijstinten en liet zich op dit punt ook niet beïnvloeden door vooraanstaande meesters als Jacob en Willem Maris en Anton Mauve. "Een vroege morgen kan er oppervlakkig grijs uitzien maar zij is het niet", zei hij ooit. Vanwege zijn voorkeur voor frisse kleuren wordt hij wel de colorist van de Haagse School genoemd.

Zijn liefde voor kleur bracht hij ook over op één van zijn leerlingen, Willem Bastiaan Tholen. In de jaren tachtig van de negentiende eeuw ging hij vaak met Tholen op stap om in de natuur schetsen te maken, die hij in zijn atelier uitwerkte tot schilderijen. Kortenhoef, Giethoorn en Kampen, waar Tholen vandaan kwam, bezochten ze meermalen. Beiden hielden van het Hollandse polderlandschap met zijn wijdse vergezichten en van het leven op en langs plassen en rivieren. Het Zwijnsleger, een polder in de buurt van het dorp Grafhorst bij Kampen, moet één van hun favoriete plekken zijn geweest.

Want Gabriël maakte verschillende schilderijen van de Kamperveenderij, zoals dit gebied ook wel werd genoemd. Het bekendste hangt in het Gemeentemuseum in Den Haag. Dat werk is door het museum in 1889 direct van de kunstenaar gekocht. De aquarel van het Stedelijk Museum Zwolle verbeeldt exact hetzelfde tafereel met de palingvissers, maar de kleuren zijn veel sprankelender dan die op het olieverfschilderij. De aquarel zat vanaf 1934 in een particuliere collectie tot hij op de veiling kwam. Waar het werk zich voor 1934 bevond, is niet bekend.

Vermoedelijk voeren Gabriël en Tholen net zoals de palingvissers op de aquarel met een bootje naar deze plek toe. Want over de weg waren de polders bij Kampen in die tijd nauwelijks bereikbaar. Het vlakke landschap, met alleen een paar vissers met hun netten op de voorgrond en molens aan de horizon, had Gabriël natuurlijk ook kunnen vastleggen in die omfloerste grijsblauwe en vale tinten die zo karakteristiek zijn voor de Hollandse polders met hun sloten, vaarten en plassen. Maar Gabriël had het talent om door al dat grijs en die nevelige tinten heen te kijken. Zelfs op grijze dagen zag hij de kleuren in het Nederlandse landschap.

Want kijk maar eens naar de ton op de voorgrond, waarin de gevangen palingen waarschijnlijk werden bewaard. Vermoedelijk was het een bemodderde ton van een onbestemde kleur. En dan toch die turqoise vlekjes zien die oplichten in het grauw door de spiegeling van de lucht in het water. Dan móet je wel een speciaal oog voor kleuren hebben. En de lucht mag dan nog zo grijs en saai lijken, er zitten altijd wel sprankjes paars, lila, blauw en turqoise in, die Gabriël ook nog eens laat terugkomen in het water.

Met zijn kleurige verftoetsen bleef Gabriël altijd wat in de schaduw van zijn tijdgenoten. Pas in 1965 kreeg hij voor het eerst op een grote tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag over de schilders van de Haagse School ruime aandacht als colorist. Ook in Zwolle sprankelen zijn kleuren nu weer, voorlopig tot 1 juli. Daarna moet de aquarel weer voor even terug in het depot, vanwege de lichtgevoeligheid. Maar Linda Barendse is vastbesloten hem regelmatig tevoorschijn te halen. "Want je topstukken horen niet in de kelder."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden