Gabbers, gothics en alto’s: subculturen verdwijnen van het schoolplein

Beeld Studio Vonq

In de hoogtijdagen van de ‘vloggersgeneratie’ verdwijnen oude subculturen als alto’s, skaters en gabbers naar de marge. Zonde, vinden critici. En wat komt er voor in de plaats? 

Waar hoor je bij? Het blijft even stil in de klas. “De Dominicaanse Republiek”, zegt een jongen met zwart haar aarzelend. De vraag van docent maatschappijleer Seyed Alofi (31) blijkt nog niet zo makkelijk te beantwoorden voor de derdeklassers van vmbo De Palmentuin in Rotterdam. “Ik zou het eerlijk gezegd niet weten”, verzucht een jongen met wit T-shirt en blauwe trainingsbroek.

De les gaat over subculturen, maar komt wat moeizaam op gang. De leerlingen kijken hun docent glazig aan als hij de term laat vallen. “Dat zijn de culturen van een kleine groep mensen binnen een samenleving”, verduidelijkt Alofi. “Ik woon in Nederland, maar spreek ook Farsi. Spreken mensen hier nog andere talen?” Er klinkt geroezemoes. Dan krijgen de kinderen de opdracht om zichzelf te beschrijven in drie fases: vroeger, nu en in de toekomst.

De klas telt minstens zes verschillende nationaliteiten, maar qua kleding zien de leerlingen er grofweg hetzelfde uit: gympen, spijkerbroek, capuchontrui. Van geverfde haren of markante outfits geen spoor. Door het internet is het schoolplein van zijn leerlingen de laatste tijd veel groter geworden, ziet Alofi. Ze vinden elkaar niet meer in de kroeg op basis van een gedeelde kleding- en muzieksmaak, maar op het virtuele schoolplein van Instagram en YouTube. Daar bewegen de kinderen zich in allerijl door een veranderlijk labyrint van vloggers, challenges en games.

Vier groepjes

Verschillende voorkeuren zijn er natuurlijk nog steeds. De kleine klas valt uiteen in vier groepjes, vertellen Ke-niya (14) en Laredi (14) terwijl ze aan hun opdracht werken. De gamers, de voetballers en een groepje ‘dat gewoon niets doet’. Zelf horen ze bij het overzichtelijkste groepje: de meisjes. 

Maar grote overeenkomsten zijn er ook. “De hele klas luistert naar dezelfde muziek”, zegt Ke-niya. “Ronnie Flex en Broederliefde: dat is de basis.” Daarnaast heeft iedereen zijn eigen smaak, vaak gebaseerd op het land van herkomst. Zo luistert Ke-niya naar Surinaamse muziek. Laredi is Congolees en luistert liever Franse muziek. Ook hun kledingstijl is ‘best wel anders’, zegt Larida. “Ik draag crop tops mét een hemd eronder. Keni-ya draagt ze zonder.”

“Hoe je eruitziet, geeft aan wie je bent”, zegt Ke-niya. “Ik draag nooit bloesjes en laarzen. Ik heb veel rare brillen. De jongens lachen me uit, maar daar trek ik me niets van aan.” Ze haalt een zwarte zonnebril met puntige glazen uit haar tas en zet hem demonstratief op haar neus. “Zo voel ik me gewoon gangster.”

Af en toe een emo

De mengeling aan uitgesproken subculturen van de jaren negentig en nul brokkelt in rap tempo af, ziet docent Alofi (31). Alto’s, skaters, gothics: op De Palmentuin zijn ze nauwelijks te bekennen. Af en toe dwaalt er een emo of een alto door de gang, zegt Alofi. Dat zijn overigens altijd witte kinderen – die hebben volgens hem meer behoefte om zich te onderscheiden.

De kinderen op zijn school gaan meer op basis van etniciteit met elkaar om. Hij gebaart naar een groepje links in de klas. “De leerlingen hebben geen vaste plaats, maar de Turkse jongens gaan bij elkaar zitten. Die etniciteit ís voor hen al een onderscheidende factor.”

De oude subculturen zijn inderdaad tanende, zegt Tom ter Bogt, hoogleraar popmuziek en jeugdcultuur aan de Universiteit Utrecht. Jongeren zien er meer hetzelfde uit, met Nikes en spijkerbroek. Maar daar komen nieuwe dingen voor in de plaats. “Kijk naar hiphop en de cultuur die eraan vastzit: de kleding, het taalgebruik. De hiphopcultuur is gigantisch groot.”

Internet

Doordat de leefwereld van jongeren zich naar internet verplaatst, ontstaan er nieuwe associaties, zegt Ter Bogt. Er worden geen ‘volledige’ subculturen meer opgetuigd, maar jongeren pakken van alles wat ze aanspreekt een beetje.

Dat betekent overigens niet dat de huidige generatie fantasielozer is dan hun getatoeeerde of kaalgeschoren voorgangers. “Ook in de jaren tachtig en negentig wilden verreweg de meeste jongeren vooral gewóón zijn”, zegt Ter Bogt. “Die dominantie van de normaliteit is van alle tijden. Het is een fundamenteel mechanisme: je wilt bij een groep horen. Maar daarbinnen wil je een eigen positie hebben, iets dat jou bijzonder maakt.”

Het opleidingsniveau maakt in de vorming van subculturen volgens hem niet veel uit. Natuurlijk begeven jongeren zich in hun eigen netwerken, zegt hij. “Nederland is erg verdeeld langs lijnen van opleiding. Maar hiphop is bijvoorbeeld ook groot op het gymnasium. Ze vinden er andere dingen in. Vmbo’ers zullen er meer van zichzelf in herkennen, gymnasiasten kunnen hun ouders ermee pesten.”

Vluchtig

Toch vindt Boris Postma (33), een fotograaf die de gabberscene volgt in het langlopende project ‘Planet Core’, de kentering jammer. In Amsterdam organiseerde hij vorig jaar een expositie over verdwijnende subculturen. “Ze geven kleur aan het straatbeeld”, zegt hij. “Trends komen en gaan nu zó snel dat subculturen geen tijd meer krijgen om te settelen in de straatcultuur. Een hype duurt nog maar een paar maanden.”

Is die vluchtigheid voor kinderen niet ook een bevrijding? Postma heeft er zijn bedenkingen bij. Het is jammer dat iedereen er hetzelfde uitziet, vindt hij. “Door internet zijn nicheculturen snel toegankelijk voor een breed publiek. Grote merken gaan ermee aan de haal. Misschien ben ik te oud, maar voor mij voelt dat minder authentiek. En ja, natuurlijk kun je ook de fitboys en fitgirls van nu een subcultuur noemen. Maar daar hoort geen soundtrack bij.”

Lees ook: 
Van hippie tot hipster: vijftig jaar subculturen op een rij

De hipster met zijn knotje, racefiets zonder remmen en voorkeur voor filterkoffie lijkt het eindpunt van een lange ontwikkeling sinds de hippietijd. Popredacteur Joris Belgers over de evolutie van een revolutie - in zeven stappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden