Gaat maatschappij uitmaken wanneer een leven ’af’ is?

Ik ben van 1947. Ik heb Anne Franks dagboek echt wel gelezen. Maar mijn onwetendheid waar het de Joodse geschiedenis betreft, is lichtelijk verbijsterend. Zo las ik onlangs dat de Joden in het Habsburgse Rijk pas in 1867 burgerlijk gelijkgesteld werden. Tot dat tijdstip woonden Joden gedwongen in getto’s of Judengassen, precies de uithoeken waar de nazi’s hen aanvankelijk weer in terug wilden drijven. Het gênante is dat ik ben opgegroeid in een wereldbeeld waarin de jodenvervolging gepresenteerd werd als een even verwoestende als onvoorspelbare uitbarsting van onbegrijpelijke laagheid.

Die burgerlijke gelijkstelling van 1867 vertelt iets heel anders. Eén van de vele Joden die vervolgens in Wenen belandden was Karl Kraus (1874-1936). Hij wilde het jodendom van zich af schudden en begaf zich zo energiek richting volledige assimilatie dat hij zelfs even tot in de katholieke kerk doorschoot. Dat trok gauw bij. Vanaf 1890 tot kort voor zijn dood schreef hij vrijwel in zijn eentje het door hem gestichte tijdschrift Die Fackel vol. Meteen in het eerste nummer zette Kraus zichzelf duidelijk neer: „Geen klinkend ’wat wij brengen’, maar een eerlijk ’wat wij ombrengen’ heeft het blad zich tot motto gekozen.”

Kraus is voor mij in het Duits niet zo makkelijk te lezen. Hij is erg scherp, hooghartig, venijnig en razend knap in het ontdekken van kleine gaatjes in het stevigste harnas, waardoor hij zijn bijtende commentaar onder grote druk naar binnen perst. Hij had er geen probleem mee om dit arsenaal te richten op zijn lotgenoten, medejoden, evenals hij weggereisd uit het getto om eenmaal aangekomen in de grote stad Wenen een aandeel te hebben in de echte wereld. Omdat zij deze glansrol in zijn ogen niet goed speelden, kregen zij van Kraus ongenadig op hun lazer in Die Fackel.

In het Wenen van 1890 waren de Joden in onevenredig grote aantallen aanwezig in de pers, de advocatuur, de medische wetenschap en de literatuur. De ongekende geestelijke bloei in het Wenen van Wittgenstein was goeddeels het gevolg van de nieuw verworven geestelijke en economische ruimte die de Joden geboden werd vanaf 1867.

Ik ben geen groot kenner van Kraus, maar ik begrijp wel iets van zijn classificatie als ’Joodse antisemiet’. Niet dat hij een nazi was, maar toen het antisemitisme aan de gang ging, klonken hun verwensingen aan het Joodse adres eigenlijk hetzelfde als het gesar van Kraus. Het schelden van Kraus was echter bedoeld om de Joden verder het getto uit te jagen. Het schelden van de nazi’s was bedoeld om hen de andere kant uit te drijven, de dood in.

Ik werd deze week door een knappe jurist gewezen op de mogelijkheid van een vergelijkbare dreiging in ons land. Het initiatief ’Uit Vrije Wil’ ijvert voor de vrijheid om je leven te beëindigen als je daar aan toe bent. Het gaat niet om wanhoopsdaden op twintigjarige leeftijd uit liefdesverdriet of enigerlei vorm van falen in studie, sport of relatie. Nee, het gaat om oude mensen die hun leven voltooid achten en die niet willen wachten op verdere, mogelijk rampzalige, aftakeling. Zij eisen het recht om in alle rust in aanwezigheid van hun dierbaren de overdosis te kunnen innemen en zo hun leven op draaglijke wijze af te ronden.

Dat is de Kraus-kant, zeg maar. Wat dreigt is de nazi-kant. Als wij doorgaan met ouder worden, komt er een tijd waarin de maatschappij gaat uitmaken wie wanneer voltooid is. Dan worden al onze argumenten rond autonomie – beker leeg, leven voltooid – dwingend gepresenteerd aan te oud wordende medelanders.

Een 94-jarige zou te horen kunnen krijgen: u heeft nu de gemiddelde leeftijd van uw generatie met acht jaar overschreden. Dat wil zeggen dat uw beker wat ons betreft leeg is en uw leven voltooid; u kunt uw overdosis innemen in een door u zelf te kiezen ambiance. Wij bieden: landelijk (boomgaard in de herfst, grazende koe, springerig geitje); kerkelijk A (orgel, psalmen, bijbellezing in de ’oude Wester’); kerkelijk B (mis van Mozart, priester, misdienaars, wierook, in de Sint Jan); atheïstisch (er wordt voorgelezen uit de ’Ideeën’ van Multatuli); kosmisch (in Omniversum, tijdens vertoning filmopnamen gemaakt met de Hubble Space Telescope); klassiek (Plato’s ’Phaidoon’ met citer op de achtergrond); Amsterdams (rondvaartboot, Johnny Jordaan).

U merkt dat er sprake is van enige finesse in de beschreven arrangementen, die eindeloos gevarieerd kunnen worden (de Mozartmis mag eventueel op een rondvaartboot). De reden daarvoor is dat een zo geregisseerde voltooiing de gemeenschap een geschatte 150.000 euro oplevert. Tien Multatulianen die op deze wijze volgens voorschrift met enige stijl de emmer komen omtrappen (om de Engelse term voor ’overlijden’ even letterlijk te vertalen) in bijvoorbeeld de Koepelkerk, leveren anderhalf miljoen op. Een en ander wordt afgerond met de tergende mededeling die je ook vindt aan het eind van allerlei oponthoud wegens wegwerkzaamheden: ’met dank voor uw begrip’.

We maakten er een geintje van, maar zou het ooit zo ver komen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden