Gaat het goed? Kan niet waar zijn.

In een oud etiquette-boek las ik als kind ooit dat je op de begroetingsvraag 'Hoe gaat het?' nooit serieus mag ingaan. Een simpel 'goed' volstaat. Of 'druk', zo merkte de Rotterdamse filosoof Awee Prins op tijdens een prachtig radiogesprek vorige week in het holst van de nacht (terug te vinden op brainwash-zomerradio). Soms ook allebei tegelijk: 'goed, druk'. Nijver bezig zijn is synoniem geworden met een gelukkig bestaan, of minstens met een leven dat is wat het wezen moet.

Die laatste conclusie liet Awee Prins over aan zijn luisteraars. Hem viel iets anders op. Het begroetingsritueel is niet alleen puur formeel geworden, maar ook gebaseerd op een leugen. Terwijl je je nog kunt voorstellen dat iedereen werkelijk druk-druk ís (of althans zichzelf zo voelt), kan al die voorspoedigheid van het 'goed-goed' onmogelijk waar zijn. "Mensen zijn veel ongelukkiger dan wij denken", zo citeerde Prins de Franse schrijver André Malraux.

Zelf hield hij het op: "Wij zijn ons huilen inhoudende mieren."

Kom kom, ben je geneigd te reageren: zo erg zal het toch niet zijn? Maar Prins heeft sterke argumenten. Of beter: sterke observaties. We leven in een 'mooi-weer-samenleving', stelt hij vast. Een wereld waarin alles puik, leuk en okee is. Een geslaagd leven, lieve kinderen, op school alles ook prima, droomvakanties en vooral veel 'likes'. We koesteren ons eigen geluk en laten dat breed hangen.

Ongeluk laten we liever over aan de literatuur. Prins citeert de beroemde openingszin van Tolstojs Anna Karenina: 'Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.' Over dat laatste lezen we graag, in het blije besef dat het in het leven altijd nog een stuk slechter kan. Want, zo vult Prins de Russische romanschrijver aan: ook alle gelukkige gezinnen zijn ongelukkig op hun eigen wijze. Ze houden dat alleen zorgvuldig verborgen - voor anderen en voor henzelf. Hoe gaat het met u? Nou, helemaal prima!

Maar, zo denk ik tegen Awee Prins in, misschien is dat maar goed ook. Ik heb ooit een Noorse vriend gehad in wiens geboortestreek iedereen op de koudste dag van het jaar een verfrissende duik in het ijswater nam. Héérlijk vonden ze dat, zei hij. Ik kon het me niet voorstellen. Meenden ze dat werkelijk? Natuurlijk niet, zei hij. Het is verschrikkelijk. Maar als ze dát zouden toegeven, zouden ze prompt bezwijken onder de onverbiddelijke omstandigheden waaronder ze moeten leven: kou, duisternis, eenzaamheid. Dus zit er niets anders op dan het onvermijdelijke te omhelzen. 'Amor fati' noemde Friedrich Nietzsche dat ooit.

Misschien betuigen we daarom bij elke handdruk onze eigen voorspoed. Niet alleen omdat een correcter antwoord ('Slecht!') onvermijdelijk leidt tot jeremiades tegenover een allengs ongeduldiger wordende gesprekspartner, die zich uit de voeten maakt zodra hij kan en voortaan met een grote boog om je heen loopt. Maar vooral omdat we daarmee onszelf meermalen per dag wegslepen voor de poorten van de treurigheid.

Zo is het opgewekte 'Goed! Prima!' een alledaagse rite die, net als ieder ander ritueel, geen waarheid hoeft uit te spreken om iets voorspoedigs te bewerkstelligen. Mompel 'ze houdt van me', en je komt na je werk onwillekeurig iets liefdevoller thuis. Prevel 'Onze Vader', en ook al heb je niks met religieuze rimram, de wereld lijkt een greintje vertrouwwekkender.

Zeg 'goed' wanneer iemand vraagt hoe het met je gaat, en onwillekeurig denk je: zou het dan toch zo zijn?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden