Column

Gaat de Eredivisie er echt op vooruit met spelers als Blind en Clasie?

Beeld Maartje Geels

Het WK galmt nog na, in mijn hoofd althans wel, en krachtig ook. Het is nogal een stap, nu dat weer gaat beginnen, naar ons voetbal.

Ik hoor en zie Paul Pogba, de middenvelder van Frankrijk, zijn ploeggenoten in de kleedkamer toespreken: prachtige beelden in een documentaire over de weg naar de wereldtitel. Hij had het al voor de achtste finale tegen Argentinië gedaan (‘We vechten ons dood op het veld. Messi of geen Messi, we gaan ze killen!’), voor de halve finale tegen België ook. Hij beukte de ene vuist in de andere hand.

Voor de finale tegen Kroatië zegt hij onder meer: ‘We zijn nog maar negentig minuten verwijderd van het schrijven van geschiedenis. Eén wedstrijd, op een hele carrière. Er zijn twee teams. Er is één wereldbeker. Vandaag wordt vereeuwigd in het geheugen van alle Fransen, van hun kinderen, hun kleinkinderen, hun achterkleinkinderen.

‘Ik kijk jullie aan. Ik wil vechters zien, leiders. Daarna wil ik tranen zien, tranen van vreugde, en dan omhelzen we elkaar.’

Ter afsluiting slaat hij twee keer met de vlakke hand op tafel.

Na zijn woorden voor het duel met Argentinië loopt Pogba langs coach Didier Deschamps. Die zegt niks, de armen over elkaar: de coach die weet dat hij spelers heeft die het voor hem willen doen. Dit, dat een speler dit doet, in deze situatie, is belangrijker dan welke tactiek ook, dan systemen, looplijnen. Geen coach kan zonder spelers die het voor hem willen doen, spelers die de ene vuist in de andere hand beuken - de coach van de wereldkampioen niet, de coach in ons voetbal niet.

In de eredivisie keren Daley Blind en Jordy Clasie terug, de eerste bij Ajax, de tweede bij Feyenoord. Mijn eerste gedachte: dat is geen stap vooruit, in een voetballand dat zo hoognodig vooruit moet. Terug naar drie, vier jaar geleden, toen ze hier speelden.

Maar ik hoor andere geluiden. Collega’s van Voetbal International zeggen dat de eredivisie er beter op is geworden. Zij moeten een voetbalblad verkopen. Trainers zeggen het. Zij moeten ook iets verkopen.

We weten wat Clasie kan, hij kan het spel versnellen, las ik ergens Feyenoord-trainer Giovanni van Bronckhorst zeggen. Een speler die in het buitenland volledig is mislukt, kan hier het spel versnellen - als het al zo is.

Blind en Clasie moeten spelen op posities voor spelers die de ene vuist in de andere hand beuken. Zijn zij zulke spelers? Nee. Van de twee is Blind in het buitenland wel iets beter geworden. Goeie jongen, heeft alles gedaan wat hij kon. In veel opzichten is hij vergelijkbaar met zijn vader, met Danny. Niet de beste, niet de snelste, niet de handigste, wel intelligent. Maar zo sturend als uiteindelijk zijn daarin toch iets hardere vader kon zijn, kan de lieve zoon niet zijn.

Jarenlang keek Ajax niet naar sturende spelers. Nota bene in naam van Johan Cruijff werd tijdens diens revolutie de wetmatigheid genegeerd dat voetbal en talenten niet zonder kunnen. Ajax denkt dat nu recht te zetten, begrijp ik. De talenten hebben het nodig, zegt technisch directeur Marc Overmars, nu ineens wel. Hebben ze Blind nodig? Dusan Tadic? Speelde hier ook al, een goede aanvaller, geen sturende speler anders dan met de voeten.

Ik hoor zeggen dat de eredivisie er ook beter op is geworden, omdat Jeroen Zoet en Luuk de Jong voor PSV behouden zijn gebleven. Alsof ze zo gewild kunnen zijn geweest, de degelijke doelman en de hoekige spits.

‘Ik kijk jullie aan.’

Nee, de spelers van wie wordt gezegd dat ze de eredivisie beter maken, hoor en zie ik dat in de kleedkamer niet zeggen en doen.

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees meer in ons dossier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden