Gaarne door vrouwen omringd

Huygens en Suzanna van Baerle, geschilderd door Jacob van Campen. ( COLLECTIE MAURITSHUIS, DEN HAAG )

Constantijn Huygens ging graag om met vrouwen van kaliber. Maar na

Je zou het bijna denken, Constantijn Huygens, de grote dichter, musicus, kunstenaar, bouwkundige en diplomaat uit de zeventiende eeuw was een vrouwenverslinder. Maar nee, dat was hij toch niet. De grote Huygens liet zich graag omringen door vrouwen en dan liefst vrouwen van kaliber, waarmee hij zijn liefhebberijen kon bespreken en beoefenen.

Belle van den Berg, directeur van het Huygensmuseum Hofwijck (het vroegere buitenverblijf van deze Huygens) in Voorburg zegt bij de rondleiding over de tentoonstelling ’Vrouwen rondom Huygens’ dat Constantijn Huygens (1596-1687) een passie had voor poëzie, muziek, beeldende kunst ... en vrouwen. Hij was charmant, maar nog niet direct een charmeur.

Hij ging graag met vrouwen om, speelde muziek met de dames, schreef gedichten en brieven, uitte zijn bewondering, maar beschouwde de vrouwen toch als een mensensoort van het tweede plan, zoals dat in die tijd gewoon was. Eva was immers uit de rib van Adam ontstaan, dus de vrouw was ondergeschikt aan de man.

De tentoonstelling ’Vrouwen rondom Huygens’ in Hofwijck en het nabijgelegen Stadsmuseum Leidschendam-Voorburg geeft een beeld van zestien bijzondere vrouwen in de Gouden Eeuw die allen één ding gemeen hadden: hun contact met Constantijn Huygens, die destijds ook secretaris was van stadhouder Frederik Hendrik. Volgens Belle van den Berg was Huygens een echte netwerker, vooral onder mannen, maar ook onder vrouwen. Beroemde vrouwen wel te verstaan.

Een rondgang langs het buitenverblijf Hofwijck met zijn prachtige tuinen – „een paradijsje van harmonie”, zegt Van den Berg – en het museumpje leert veel over de zeden en gewoontes in de hoogste kringen tijdens de zeventiende eeuw. Brieven, portretten en voorwerpen geven een illustratie van Huygens omgang met die zo fascinerende en verschillende vrouwen.

Bovenaan in Huygens’ leven stond zijn echtgenote Suzanna van Baerle, die hij liefkozend ’Sterre’ noemde. Zij kwam veel te vroeg in 1637 te overlijden na de geboorte van haar vijfde kind, haar eerste dochter. Constantijn Huygens, die maar liefst negentig jaar werd, is na haar dood nooit meer hertrouwd.

Met zijn moeder, dochter en zussen had hij een hechte band. Huygens had voordat hij Suzanna leerde kennen een jeugdliefde met Dorothée van Dorp achter de rug. Net als voor Suzanna schreef hij gloedvolle gedichten voor deze ’allerliefste van onze buren’.

Maar deze Dorothée liet Constantijn vallen als een baksteen en stopte plotseling met het schrijven van brieven aan haar minnaar. Constantijn Huygens was gekrenkt. Vrouwen waren volgens hem met geen woorden of geloften te binden, wispelturigheid ligt in hun aard. In een kort Franstalig gedicht schreef hij: ’Ik eer de dames, veracht de vrouwen, leve het beminnen, zonder zich te binden’.

Zijn schrijfsels uit die tijd, zo rond 1620, gaven hem het stempel van een vrouwonvriendelijk man, zelfs een vrouwenhater. In het satirische bedoelde gedicht Misogamos liet hij zich negatief uit over het ’weke geslacht’.

In een ander gedicht ’t Vrouwe-Lof schrijft Huygens: ’Vrouwtjes wil je lof verkrijgen. Snoert je bakkes en leert zwijgen’. Verontschuldigend voegde hij er later aan toe dat het allemaal niet te zwaar moest worden opgevat, het was immers een ’boertig’, wat lollig gedicht.

Vrouwen waren in die tijd vaker voorwerp van spot. De bekende dichter Jacob Cats schreef in zijn Houwelick, hoe man en vrouw zich in het huwelijk dienden te gedragen. De ideale echtgenote zag er volgens Cats uit als:

’Niet al te zoet, niet al te zuur,

Niet al te zacht, niet al te stuur

Niet al te ras, niet al te traag,

Niet al te preuts, niet al te laag,

Niet al te heus, niet al te plomp,

Niet al te teer, niet al te lomp,

Niet al te schraal, niet al te vet,

Niet al te vuil, niet al te net’

De intelligente, vermogende en artistiek begaafde Susanna van Baerle werd de grote liefde van Constantijn Huygens. Haar dood was een klap, een huwelijk daarna was voor Huygens uit den boze. In het gedicht Cupido dissolvi (ik begeer ontbonden te worden) schreef Huygens:

’k Verlang in het eeuwig licht te zamen te zien zweven

Mijn heil mijn lief, mijn lijf: mijn God, mijn Sterre en mij.

Constantijn Huygens stelde zich in woord en daad steeds milder op tegenover vrouwen, liet zich in zijn verdere leven graag omringen door, het liefst, hoogbegaafde dames. Zo correspondeerde hij graag met de dichtende zusjes Roemers Visscher, Anna en Tesselschade. Deze Tesselschade schreef Huygens na de dood van Susanna dat hij de ellende maar van zich af moest schrijven: Zo d’innerlijke smart zich schrift’lijk uiten kon’ ’

Huygens had een grote bewondering voor de zangeres Utricia Ogle. Hij stuurde Ogle muzikale composities om haar naar zijn huis te lokken en samen muziek te maken. Hij voerde haar in zijn fantasie op in de tuin van Hofwijck waar zij al zingend de nachtegalen tot zwijgen brengt. Voor zo ver bekend is zij nooit in Hofwijck geweest.

Een andere bijzondere vrouw die wel naar Hofwijck kwam was Maria Casembroot. De klavierspeelster musiceerde daar geregeld met Constantijn Huygens. In zijn gedicht Twee ongepaerde handen op een clavecimbel spreekt hij bewonderend over een klaveciniste. Hij vergelijkt het dubbelspel van een jongedame en hemzelf op het klavecimbel met een harmonieus huwelijk: zonder twijfel is die jonge dame Maria Casembroot.

Mannen speelden in de Gouden Eeuw een hoofdrol in de kunst. Voor vrouwen, een enkele uitzondering daargelaten en we hebben het over vrouwen in de hogere kringen, was kunst meer een tijdverdrijf. Een kunstzinnige aanleg werd van huis uit gestimuleerd. Wetenschapsbeoefening kwam vrijwel niet voor in de vrouwenwereld in deze eeuw. Maar ook hier was een uitzondering, de hoogbegaafde Anna Maria van Schurman die hoog werd gewaardeerd door Huygens. Zij was de eerste studente aan een Hollandse universiteit.

De tentoonstelling in de twee kleine Voorburgse musea is met veel aandacht ingericht en werpt een bijzonder licht op het leven van de vrouwen uit de kringen van Huygens en van het hof in Den Haag. Meer komen we te weten over winterkoningin Elizabeth Stuart, schilderes Maria van Oosterwijck, de excentrieke Margaret Cavendish en de flamboyante Béatrix de Cusance. En ook over Amalia van Solms, de vrouw van stadhouder Frederik Hendrik die tot de kring van Huygens behoorde. Maar met haar boterde het niet meer zo na de dood van de stadhouder. De tentoonstelling is een gang naar Voorburg waard.

Hofwijck in Voorburg. (FOTO COLLECTIE HUYGENSMUSEUM HOFWIJCK )
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden