'Gaan we even een plasje doen?'

'Och, lieverd wat doe je nu? Kom, ik help je wel.' Als een moeder zo tegen haar kind spreekt, kijkt niemand daar vreemd van op. Het is lief en vertederend. Vreemd genoeg worden ook ouderen regelmatig op deze wijze aangesproken.

Betuttelend taalgebruik is iemand ongevraagd schat noemen, of achter ieder woord 'tje' zetten, met een hoge vragende stem spreken of 'we' zeggen als je 'je' of 'u' bedoelt.

De 75-jarige Ans Venekamp uit Hellevoetsluis werkt al vijftien jaar als vrijwilliger in een verzorgingshuis. Zij ergert zich groen en geel aan de wijze waarop sommige vrijwilligers en medewerkers tegen bewoners praten. "Het is voortdurend: 'Hé, schat!' of 'Ha, lieverd'. Ik vind dit niet kunnen.

"Ook stoort het me dat oudere bewoners ongevraagd met hun voornaam aangesproken worden. Door die betutteling wordt van de bewoners, die een heel leven achter de rug hebben, kleine kinderen gemaakt. Ik heb het zelf ook ervaren toen een jongen uit de keuken 'Hé, schat! Kom je even?' riep. Ik heb teruggeroepen dat ik zijn schat niet was. Natuurlijk, mensen bedoelen het goed. Maar zij hebben volgens mij niet door hoe vervelend het overkomt. In de gangen van het tehuis hangen posters tegen pesten. Soms denk ik wel eens: zo'n poster moet er eigenlijk ook zijn tegen ongewenste betutteling."

Samen plassen
Ook voor Piet Rijswijk (86), oud-docent uit Leusden, is het onbegrijpelijk dat je als oudere als een kind wordt aangesproken. Het overkomt hem regelmatig. "Het mooiste voorbeeld dat ik kan geven, was in het ziekenhuis waar ik lag vanwege een operatie. Een verpleegster vroeg me: 'Gaan we nu samen plassen?' Ik antwoordde dat ik dat toch liever alleen deed. Ik moest er later hartelijk om lachen maar eigenlijk is het helemaal niet grappig. Door deze manier van praten schat je mensen beneden hun waarde. Ook de podologe die mij diverse keren bezocht, sprak consequent over wij als ze het over mij had. Toen ik haar vroeg waarom ze dat deed, was ze hoogstverbaasd. Ze was zich hiervan totaal niet bewust."

Rijswijk is een actieve senior. Hij vindt kleinerend taalgebruik vervelend, maar het belemmert hem verder niet in zijn leven.

Maar dat geldt niet voor iedereen. Voor ouderen die door ziekte of handicap afhankelijk zijn van de zorg van anderen is het een ander verhaal. Het is namelijk niet eenvoudig om tegen bijvoorbeeld die vriendelijke hulpverlener die je betuttelt, te zeggen dat je daar niet van gediend bent. Want je wilt die persoon niet voor het hoofd stoten of de sfeer op een afdeling verpesten. Ook bestaat de vrees, al dan niet terecht, voor represailles. Zwijgen lijkt dan het beste van twee kwaden.

In verpleeghuis De Hofstee in Rotterdam flikkeren vrolijke lichtjes in de kerstboom naast de receptie. In De Hofstee wonen bewoners met dementie. Op de vierde verdieping woont Miep Ouwendijk. Zij is 87 jaar en heeft beginnende dementie. Ouwendijk, een elegante vrouw met nieuwsgierige ogen en kort naar achter gekamde grijze haren, vertelt vlot dat ze zeer tevreden is over de manier waarop medewerkers in De Hofstee haar aanspreken.

Verzorgenden Robin Barendregt en haar collega Diana Janssen, zitten op het bed naast haar, volgen met interesse het gesprek. De vrouw kijkt vriendelijk opzij: "Ze zeggen netjes mevrouw en u tegen mij. Zoals het hoort. Alleen bij nieuwe medewerkers gaat het wel eens mis. Laatst maakte iemand me 's ochtends wakker. 'Kom uw bed uit. Snel!', riep ze. Ik was woedend want dat is lastig voor me, daarvoor krijg ik juist fysiotherapie. Om dan 's ochtends vroeg opgejaagd te worden als een klein kind, dat pik ik niet!"

De verzorgenden kijken elkaar verschrikt aan en dan naar Miep Ouwendijk. Verzorgende Barendregt (24) legt uit: "Dit is absoluut niet de bedoeling. Bewoners mogen nooit zo aangesproken of behandeld worden. De verzorgende waar mevrouw het over heeft, is een flexwerker. We spreken haar hierop nog aan. Want het is ons beleid in De Hofstee om bewoners net zo te behandelen als wij onze moeders of oma's zouden behandelen. Met aandacht en respect."

Volgens diverse buitenlandse onderzoeken naar de gevolgen van babytaal tegen ouderen door hulpverleners (in het Engels Elderspeak genoemd), is de impact erg groot. Mensen voelen zich op den duur niet meer serieus genomen en raken hun zelfvertrouwen en waardigheid kwijt. Ook leidt langdurige blootstelling aan betuttelend en paternalistisch taalgebruik tot stress, agressie en depressie. De wil en het plezier om te leven verdwijnen.

In 2008 heeft het Nationaal Ouderenfonds al eens een oproep gedaan om babytaal te stoppen. Maar sindsdien is er weinig wezenlijks veranderd. Het fenomeen babytaal lijkt onuitroeibaar.

De grote vraag is waarom worden ouderen als een klein kind aangesproken? Sandra van Dulmen, hoogleraar communicatie in de gezondheidszorg bij onderzoeksinstituut Nivel, legt uit dat iemand die tegen een oudere praat alsof het een klein kind is, wil laten merken dat ze om die persoon geeft. Dit emotionele reageren wordt volgens Van Dulmen affectief gedrag genoemd. Een andere reden waarom mensen dit doen, is om de eigen rol hanteerbaar te maken. "Het is voor hulpverleners soms moeilijk om mensen in een kwetsbare situatie te zien. Daardoor wordt de neiging om extra voor hen te zorgen of te betuttelen groter. Hulpverleners willen zo de pijn of het ongemak wegnemen."

Andere onderzoeken geven als verklaring dat betuttelend taalgebruik wordt gebruikt om patiënten of bewoners tot iets te bewegen. Bijvoorbeeld om te eten, om op te staan of om medicijnen in te nemen. Dat vinden sommige hulpverleners moeilijk omdat ze niet bazig of controlerend willen overkomen. En daarom praten ze zoals ze ook tegen een kind zouden praten.

Kleinerend taalgebruik
Van Dulmen denkt dat je als oudere zelf ook veel tegen betutteling kunt doen. "Als een oudere zich te passief gedraagt, benaderen hulpverleners hem op een andere manier dan wanneer hij zich actief opstelt. Het is ook belangrijk om als oudere niet teveel vanuit de ander te denken - ik vraag maar niets want de verpleegster heeft het al zo druk. Het is heel belangrijk jezelf als oudere niet weg te cijferen. Want anders weet de omgeving niet wat je wilt en gaat vervolgens voor je invullen."

Verscholen aan de rand van het bos in Son woont Gilia van Dulmen-van Engelen (82). Een kordate vrouw met grijsblauwe ogen en kort grijs haar. Ze steekt direct van wal: "Ik heb nooit te maken gehad met kleinerend taalgebruik. Hoe dat komt? Geen idee. Ik zou het ook absoluut niet accepteren. Maar ik weet dat assertiviteit niet voor iedereen eenvoudig is. Mijn schoonmoeder werd vroeger in het bejaardenhuis regelmatig op een kleinerende wijze aangesproken. Mijn man zei telkens tegen haar: 'Je moet je niet zo onderdanig opstellen en weerbaarder worden'. Maar daar had ze grote moeite mee."

Ook oud-docent Piet Rijswijk denkt dat een oudere betutteling kan voorkomen. Meer dan dertig jaar geleden gaf hij al communicatietrainingen over dit onderwerp. "Wat ik mensen toen wilde meegeven was om zich in de ander te verplaatsen. Daar gaat het nog steeds om. Daarom zeg ik altijd vriendelijk tegen mensen die me betuttelend aanspreken: 'Praat u ook zo tegen uw partner of uw vrienden?'" Lachend: "Geloof me, dan is het zo afgelopen."

Gilia van Dulmen-van Engelen (82): 'Ik zou kleinerend taalgebruik niet accepteren. Maar assertiviteit is niet voor iedereen eenvoudig'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden