Ga voor het antwoord te rade bij de burger

Politici moeten niet de fout maken na de verkiezingen te gaan besturen. Democratie is zoveel meer, stelt Jos van der Schot.

Wat nu? Dat is straks na de verkiezingen in vele gemeenten de overheersende vraag, zeker na een bijzonder lage opkomst. De lokale desinteresse die velen hierin lezen, is vooral een probleem voor politici en bestuurders die op zoek zijn naar een stevig mandaat. Hun reflex is om het politieke spel van de campagne voort te zetten in collegeonderhandelingen. Dat is een gemiste kans. Democratie is immers veel meer dan het organisatorische vraagstuk, waarbij verkiezingen eens in de vier jaar de vertegenwoordiging van de burgers in het bestuur bepalen. Betrokken burgers, ondernemers en professionals zoeken continu naar ontwikkelingen die de gemeenschap verder helpen. Juist gemeentelijke politici en ambtenaren kunnen hiervan profiteren.

Herstel van de lokale democratie begint bij betrokken burgers. En laten die er nu in overvloed zijn. Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, schreef vorig jaar een boekje over wat hij 'De energieke samenleving' noemt. Dat is een samenleving die bruist van ideeën, die de kennis en vaardigheden heeft om ze uit te voeren en die zich daarbij zo min mogelijk laat afremmen door formele procedures: 'zo doen we dat nu een keer in dit land'. Zijn pleidooi kreeg navolging van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, die sprak van een 'doe-democratie'.

Afgelopen weken sprak ik met zo'n honderd betrokken burgers en professionals over de praktische aanpak van burgerparticipatie, te starten direct ná de verkiezingen. Kiezen van een gemeentebestuur is slechts een van de manieren om invloed te krijgen op de invulling en het gebruik van de leefomgeving. En om die invloed gaat het de meeste mensen.

Natuurlijk kan de lokale politiek vasthouden aan de oude verhoudingen: het bestuur bestuurt, en als het jullie niet bevalt, kiezen jullie over vier jaar maar een nieuw bestuur. Ze doet daar echter niet verstandig aan. Het is tijd voor samenspel tussen bestuurder en bestuurde, tussen gemeente en gemeenschap. Noem het overheidsparticipatie. Een nieuwe gemeenteraad en een nieuw college kan daar vandaag mee beginnen. Dat begint met de vraag: hoe maken we collegeakkoorden geschikt voor burgerinitiatieven?

Het is een trend om collegeakkoorden en beleidsplannen 'smart' en afrekenbaar te formuleren. Dat verleidt bestuurders hun wensbeelden te verwoorden in harde doelen voorzien van zelfbedachte maatregelen waarvan men de werking in de praktijk vaak nog niet kent. Dat is vragen om teleurstelling. Minstens zo kwalijk is het debat achteraf, als blijkt dat de doelen niet gehaald zijn. Het ontaardt gemakkelijk in gekibbel met als doel de volgende verkiezingen goed uit de bus te komen. Ook dat heb ik de afgelopen weken zien gebeuren. De burger en zijn leefomgeving schieten daar niets mee op en de kiezer haakt af.

Ik tref maar weinig bestuurders die durven te zeggen: 'Ik vind dit belangrijk, maar weet de oplossing nog niet'. Slechts één keer erkende een wethouder openhartig dat hij niet wist welke oplossingen de inwoners van zijn gemeente in huis hadden. Daarom is er veel voor te zeggen een collegeprogramma op te stellen dat ruimte geeft aan open debat en een dynamische zoektocht naar creatieve oplossingen uit de samenleving. Wie heeft het lef een vraagstuk te benoemen en het antwoord nog niet in te vullen? Wie kiest er voor een proces, dat ruimte creëert voor de ideeën, kennis en kunde van de mensen in de eigen gemeenschap? Welke wethouder geeft zijn ambtenaren de ruimte en de opdracht samen met burgers en lokale ondernemers vier jaar lang het spel van de lokale democratie te herontdekken?

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden