'Ga niet uit met je chef'

De eerste baan maakt vaak diepe indruk en legt de basis voor later. Actrice Willeke van Ammelrooy (68) begon bij Shell. Deze week kreeg zij op het Filmfestival het Gouden Kalf voor de Cultuurprijs.

"Les één: ga niet met je chef uit eten. Ik kwam net van de driejarige hbs, vijftien jaar oud. Ik werkte bij een klein verzekeringskantoor in Amsterdam - geen idee meer hoe het heette - waar ik getallen invoerde in een enorme rekenmachine. Aan het einde van de dag vroeg de chef: "Wil je overwerken?" Hij vroeg het meestal aan mij of aan een ouder meisje met hoog getoupeerd haar. Wij waren er in eerste instantie nog blij mee, want dan kregen we meer uren uitbetaald.

Maar als je ging overwerken, moest je eerst met de chef naar de Chinees. Ineens waren de rollen veranderd. Overdag deed hij formeel en was hij de baas, in het restaurant moesten we ineens gezellig doen. Er is nooit iets vervelends gebeurd, maar ik vond het erg ongemakkelijk. Ik had het gevoel dat het niet klopte. Als we terugkwamen op kantoor werkten we nog een uurtje, hooguit twee.

Ik wilde zo snel mogelijk weg bij dat verzekeringsbedrijf. Niet om die baas, maar omdat het werk niets te maken had met wat ik droomde te gaan doen. Ik wilde naar de Toneelschool. Maar mijn vader wilde dat ik eerst een echt vak leerde. Bovendien kon ik pas auditie doen wanneer ik zeventien zou zijn.

Ik had gehoord dat er bij Shell een toneelgroepje was, dus dáár moest ik gaan werken. Ik kreeg een baan als technisch tekenaar, oftewel calqueuse. Samen met de andere calqueuses - bijna alleen maar meisjes - zat ik in de tekenzaal in een witte jas achter mijn tekentafel te wachten op een opdracht uit de fabriek. Als de chef even weg was, schreven we gedichtjes die we hardop aan elkaar voorlazen. Het was heel gezellig, we giechelden veel. Als hij weer terugkwam zat iedereen natuurlijk keurig te tekenen.

We maakten doorsnedes van machines. Alle moertjes, schroefjes, rondjes en stiftjes moesten heel precies op schaal op papier komen. Ik geloof dat we een tekening kregen in potlood, die we moesten afmaken met zwarte inkt. We gebruikten kroontjespennen en andere speciale pennen die elk een andere dikte hadden. Het moest een heel strak plaatje worden. Een paar avonden in de week volgde ik bij Shell een cursus om het vak beter te leren.

Op mijn eerste werkdag ben ik meteen bij het toneelgroepje gegaan. Iedere werknemer bij Shell mocht iets kiezen, je kon bijvoorbeeld ook op zeilles. Ons groepje werd begeleid door een echte regisseur. Hij schreef kleine toneelstukjes die we opvoerden tijdens bedrijfsfeestjes. Mijn eerste rol was die van 'meisje dat de kippen voert'. Ik kwam op, riep 'kiiiiiip, kiiiiip' en ging weer af.

Ik werkte anderhalf jaar bij Shell. Op de dag dat ik zeventien werd, belde ik naar de Toneelschool om me op te geven voor auditie. Ik zat inmiddels ook in de toneelgroep die onze regisseur leidde buiten Shell, en ik had les van Arend en Teunke Hauer, de ouders van Rutger. Toen ik op een dag bij de familie Hauer spaghetti stond te koken, kwam Arend met een bos bloemen binnen. Ik was aangenomen. Arend, die ook docent was op de Toneelschool, had voor me moeten vechten, want ze vonden me zo jong. Maar hij had gezegd: "Beter een jaar extra op de Toneelschool dan nog een jaar bij Shell." Daar was ik het helemaal mee eens. Mijn vader vond het ook goed, ik had immers een vak geleerd. Ik was calqueuse."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden