Ga eens langs bij de gevangenis

Vorige week lekte het rapport 'Allochtone verdachten in 1998' uit. De cijfers uit het rapport roepen als reactie onder meer vergoelijkende verklaringen op.

De pijnlijkste verrassing die dit rapport in petto heeft, betreft de hoge criminaliteit onder asielzoekers. Mensen uit asielzoekersregio's als Afrika, het voormalige Joegoslavië en het Midden-Oosten zijn sterk oververtegenwoordigd onder de verdachten van een misdrijf. Op de ranglijst van allochtone groepen met de meeste verdachten, nemen ze respectievelijk een tweede, vierde en zesde plaats in. En dat terwijl ze hier nog maar kort zijn. Heel wat korter dan de Antillianen (eerste plaats), Marokkanen (derde), Surinamers (vijfde) en Turken (achtste). Dat belooft nog wat voor de toekomst. In elk geval moet het romantische beeld van asielzoekers worden bijgesteld. Ze zijn lang niet allemaal brave verzetshelden die hun land van herkomst moesten ontvluchten louter en alleen vanwege hun politieke oppositie tegen kwaadaardige regimes.

Een van de reacties op het niet-gepubliceerde rapport was dat de asielzoekersgroepen hun hoge positie op de lijst van verdachten te wijten hebben aan hun miserabele economische positie en hun hoge pakkans. Dat snijdt geen hout. Asielzoekers uit het Verre Oosten (China, Vietnam, Sri Lanka) hebben te maken met dezelfde achterstandsfactoren als asielzoekers uit het Midden-Oosten (Iran, Irak, Afghanistan). Waarom zijn de eersten slechts twee keer oververtegenwoordigd onder de verdachten van een misdrijf, en de laatsten ruim drie keer? Je zou denken dat de pakkans voor mensen uit het Verre Oosten veel groter is dan voor mensen uit het Midden-Oosten, omdat de laatsten veel meer lijken op de autochtone Nederlanders dan de eersten. En waarom zijn asielzoekers uit Afrika bijna vijf keer oververtegenwoordigd? Uit deze verschillen blijkt dat de bewering in het commentaar in Trouw van 16 december - dat 'autochtonen in vergelijkbare omstandigheden niet beter zouden scoren' - elke inhoud mist. Beter dan wie? Beter dan de Afrikanen, de Verre of de Midden-Oosterlingen? Wanneer zijn de omstandigheden van de ene groep zo vergelijkbaar met die van de andere dat hun verschillende criminaliteit genoemd mag worden zonder gevaar voor stigmatisering? En waarom zijn dit soort bezwaren niet geopperd toen, om maar iets te noemen, Trouw kwam met zijn onderzoek naar de verschillende prestaties van middelbare scholen? Alsof die scholen allemaal in dezelfde omstandigheden verkeren.

Een ander bezwaar tegen het rapport was dat verdachten van een misdrijf nog geen daders hoeven te zijn. Zoals de titel van het rapport al aangeeft, hebben de onderzoekers gekeken naar de participatie van autochtonen en verschillende groepen allochtonen in het totale aantal mensen dat in 1998 verdacht werd van een misdrijf. Van de ruim 180 000 verdachten in 1998 bleek 31,4 procent van allochtone herkomst. Om het bezwaar te ondervangen, kun je kijken naar de verhouding tussen autochtonen en allochtonen die verblijven in de gevangenissen en jeugdinrichtingen. De verschillen tussen allochtone en autochtone gedetineerden blijken nog veel groter te zijn dan die tussen allochtone en autochtone verdachten. Het aandeel van allochtonen in de penitentiaire inrichtingen voor volwassenen ontwikkelde zich van 20 procent in 1980, via 45 procent in 1990, tot 50 procent in 1995 en 53 procent in 1999, blijkt uit de gevangenisstatistiek van het CBS. En dat is nog een flinke onderschatting. In Nederland geboren allochtonen met een Nederlandse nationaliteit tellen mee als autochtoon. Uit de Jaarcijfers justitiële jeugdinrichtingen blijkt dat in de jeugdinrichtingen (12-18 jaar) het allochtone aandeel in oktober van dit jaar 50,7 procent was. Maar als je kijkt naar de opvanginrichtingen - die het beste vergelijkbaar zijn met de penitentiaire inrichtingen voor volwassenen - dan is de verhouding nog schever: in 1999 was 59 procent allochtoon.

De vreemdste reactie op het rapport tot dusver komt op naam van Yucel Yesilgoz, criminoloog en Turk. ,,We moeten ook alert zijn op die 70 procent autochtonen die misdadig gedrag vertonen'', was zijn bijdrage. Nee, Yucel, dat hoeft helemaal niet. Autochtonen maken 90 procent uit van de bevolking. Hun aandeel onder de verdachten van een misdrijf is maar 70 procent. Daarmee zijn zij zwaar ondervertegenwoordigd. Gemiddeld werd in 1998 1,3 procent van de totale Nederlandse bevolking verdacht van een misdrijf. Maar slechts 0,8 procent van de autochtone Nederlanders werd verdacht van een misdrijf. Bovendien waren de misdrijven waarvan die autochtone Nederlanders verdacht werden, veel minder ernstig dan die van de allochtonen. Geen reden voor overdreven alertheid.

Op internet discussiëren Marokkaanse jongeren over het verslag in Trouw van het rapport 'Allochtone verdachten in 1998'. Abdel, die niet gelooft in 'al die bullshitonderzoeken', krijgt antwoord van Rafik: ,,Beste Abdel, wil je echte cijfers? Ga zelf eens naar bepaalde steden en open goed je ogen. Kijk wie er inbreekt, steelt, drugs handelt ... Of ga gewoon eens langs bij de gevangenis, je zult echt geen cijfers meer willen.''

Blijft de vraag waarom Binnenlandse Zaken het rapport wil verdonkeremanen. Volgens een woordvoerder gaat het om oude cijfers die het publiceren niet waard zijn. Maar waarom kende zelfs Yesilgoz die cijfers dan niet? Het gaat niet alleen om de cijfermatige oververtegenwoordiging van allochtonen in de verdachten uit 1998. De onderzoekers laten zien hoe sterk de allochtone groepen verschillen in omvang en aard van hun criminaliteit. Daarmee dragen zij juist bij aan de destigmatisering van allochtonen in het algemeen. Het rapport bevat ook nog eens verhelderende deelonderzoeken naar recidive, leeftijd waarop men begint met crimineel gedrag en het aandeel van allochtone en autochtone vrouwen in de verdachtenpopulatie van 1998.

Interessant is het deelonderzoek waarin een typologie van jeugdige verdachten naar herkomst wordt opgesteld. De onderzoekers onderscheiden drie typen jeugdige verdachten. Het eerste type is de 'harde kern': zij die in het peiljaar twee zware delicten hebben gepleegd en in de jaren daarvoor ook nog eens drie keer of vaker met de politie in aanraking zijn geweest voor andere delicten. Het tweede type zijn de first offenders: zij die voor het eerst met de politie in contact zijn gekomen. Het derde type zit tussen de beide vorige in. Onder Marokkaanse verdachten is het aandeel harde-kernjongeren het hoogst: 20 procent. Dan volgen Surinamers (13 procent), Antillianen (12 procent), Turken (10 procent) en Nederlanders (8 procent). Afgezet tegen hun aandeel in de bevolking gaan de Marokkanen weer voorop (18,6 per duizend jongeren), gevolgd door Antillianen (14,4 per duizend), Afrikanen (8,6) en Surinamers (7,7). De onderzoekers zijn het meest verontrust over het hoge aandeel 'harde kerners' onder de Afrikanen. Die zijn immers nog maar zo kort in Nederland dat hun kans om tot de harde kern te gaan behoren veel kleiner is dan die van Marokkanen en Antillianen.

Toch vreemd dat Binnenlandse Zaken niet wil dat wij dit weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden