'Fysiek' ministerie doet niets fysieks meer

Op het ministerie van infrastructuur en milieu is amper nog een ingenieur te vinden. En dat is een groot probleem, vindt Cees Zweistra.

Een analyse van het Fyra-drama (Trouw, 31 oktober) werd afgesloten met de conclusie dat het minister Schultz van Haegen vooral zorgen moest baren dat haar ministerie (infrastructuur en milieu) weliswaar 'vol zit met knappe ingenieurs die de mooiste bruggen en beste dijken kunnen ontwerpen, maar tegelijkertijd een goede politieke antenne ontberen'.

Voor iedereen die de (infrastructurele) bouwwereld kent, is dat een opmerkelijke conclusie, want het probleem ligt eerder omgekeerd. Bij het ministerie is men juist te veel bezig met het afkopen en wegzetten van (politieke) risico's bij marktpartijen en te weinig met het daadwerkelijk bouwen van wegen en dijken. Het ministerie zit vol met extern ingehuurde managers en juristen, maar naar ingenieurs zal men tevergeefs zoeken. Hoe komt dat en waarom laat het Fyra-drama ons zien dat dit een probleem is?

Waar vroeger op het ministerie het motto gold 'achter iedere deur een ingenieur', hanteert zij al sinds 2007 de slogan 'de markt tenzij'. De voormalige bouwdienst van het ministerie, het vroegere kennishart, heeft voor dit beleid moeten wijken.

Ingenieurs en technisch specialisten zijn geleidelijk omgeschoold tot auditoren en managers die toezicht houden op de processen van bouwers, maar zelf geen verstand (mogen) hebben van het product. Het ministerie noemt zichzelf graag een 'leek', want die hoedanigheid past volgens hem beter bij het publiek opdrachtgever zijn. Daarom heeft het ministerie sinds 2007 sterk ingezet op slimme inkoop- en contractbeheersingsmethoden. Het ministerie verwacht daarbij van bouwers dat zij het ministerie volledig 'pamperen' met name door in de gunningsfase zoveel mogelijk risico's over te nemen. Het Fyra-drama laat zien dat deze rolverdeling onhoudbaar is.

Keurmeesters en juristen

Door de Kamercommissie en in de media werd met afschuw gereageerd toen duidelijk werd dat het toezicht op de Fyra werd uitgevoerd door (externe) 'keurmeesters en juristen'. Had het ministerie geen eigen technici kunnen inzetten? Dat was ook de vertwijfelde klacht van de topman van AnsaldoBreda. Volgens hem waren zijn treinen prima, maar ontbrak het de NS aan voldoende deskundigheid om ze te testen en te onderhouden. Hoongelach viel hem ten deel, maar helemaal terecht is dat niet.

Hoewel de minister haar ministerie bijna liefkozend 'een fysiek ministerie' noemt, doet het ministerie zelf niets fysieks meer. Ontwerpen en bouwen van wegen en dijken is in Nederland volledig geprivatiseerd en procesmatig toezicht wordt uitgeoefend door (externe) leken van het ministerie. Dat voelt onbehaaglijk, want het ministerie heeft de grondwettelijke taak ons 'leefmilieu te beschermen en verbeteren' en dat wordt niet geboden met juridisch dichtgetimmerde auditrapporten, maar wel met goede wegen, dijken en rijdende treinen.

Wat hoort het ministerie daadwerkelijk zelf te doen om voldoende invulling te geven aan de haar grondwettelijk opgedragen verantwoordelijkheden?

Het Fyra-drama heeft die vraag opnieuw relevant gemaakt. Op dit moment geeft het ministerie aan verantwoordelijkheid invulling door het uitvoeren van audits bij haar leveranciers. Het zwaaien met auditrapporten levert het ministerie wel juridische en politieke veiligheid, maar de samenleving niet een daadwerkelijk beschermde of verbeterde leefomgeving.

De leken van het ministerie laten zich te makkelijk in de luren leggen en daarom is het tijd voor een brede discussie over de vraag hoe publieke opdrachtgevers hun verantwoordelijkheden concreet vorm dienen te geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden