Futuristische nachtmerries

'Blade Runner. The Director's Cut' is vanaf vandaag in de bioscopen te zien. Een tweede deel is in de maak. Waarom zijn we zo gefascineerd door sciencefiction over onze eigen ondergang?

Los Angeles, 2019. Het eerste beeld van Ridley Scotts sciencefictionklassieker 'Blade Runner', vanaf vandaag in een gerestaureerde director's cut in de bioscopen te zien, is een shot van L.A. met die dateline. De stad ziet zwart van de smog, het regent onafgebroken en enorme industriële torens spuwen met een flair voor drama steekvlammen tientallen meters de hoogte in. Zo stelde Scott zich in 1982 de toekomst voor. Als een futuristische nachtmerrie waarin de natuur officieel failliet is.

Ook moreel is de wereld er niet overzichtelijker op geworden. In die naargeestige toekomst jagen speciale politieagenten - de blade runners - op mensachtige robots - de replicants - die in opstand zijn gekomen omdat ze als slaven in buitenaardse koloniën worden gebruikt. Het venijn van de film, wat 'm naast z'n volstrekt eigen tempo en sfeer ook filosofisch tot een van de meest prikkelende sciencefictionfilms maakt, zit erin dat die replicants nauwelijks van mensen te onderscheiden zijn. Voelen kunnen ze ook, denken ze. Net als wij mensen dat denken. Dat maakt de standrechtelijke executies door de blade runners tot zo'n hachelijke zaak. Hoe betrouwbaar is die test die ze gebruiken om te zien of iemand een replicant is? En hoe weten de blade runners zo zeker dat ze zelf geen replicants zijn? Dat was de echte vraag die 'the Shakespeare of sciencefiction' Philip K. Dick stelde in zijn roman 'Do Androids Dream of Electric Sheep' uit 1968, waar Scott de film op baseerde: hoe onderscheid je mens van machine als die machine steeds menselijker wordt?

Voorliefde

Dat negatieve toekomstbeeld van Blade Runner staat bepaald niet op zichzelf. Waarom toch die voorliefde in film voor toekomstverhalen over onze eigen vergankelijkheid? Hou eens op met al die dystopische sciencefiction, riep een schrijver van een ingezonden opinieartikel in het Amerikaanse technologieblad Wired vorig jaar. Die zou de angst voor technologie alleen maar vergroten. Ten onrechte, klaagde de schrijver, want heeft zowel technologie als de toekomst ons niet allerlei zegeningen gebracht? Twee dagen later reageerde een van de redacteuren van het blad onder de kop 'Nee, dystopische sci-fi is niet slecht voor de samenleving. We hebben die zelfs meer dan ooit nodig.' Omdat, volgens de auteur, 'onze levens door de wijdverbreide surveillance, de vermilitarisering van de politie en het verzamelen van data die elk detail van ons leven in kaart brengen, inderdaad steeds meer door technologie beheerst worden. De kloof tussen rijk en arm, het opwarmen van de aarde en de schijnbaar grenzeloze intolerantie leveren gegronde redenen om te kijken hoeveel tijd we als mensheid nog hebben.'

En nog iets. We vergeten ze, die verhalen. Daarom moeten we ze ook steeds opnieuw zien. 2019, het jaar van Blade Runner, is over vier jaar. Begin 2013 drukte een blog van The Wall Street Journal een foto af van een wolkenkrabber in Peking, helemaal omgeven door smog. 'Dit is geen scène uit Blade Runner', stond erboven. Inderdaad, dit was geen toekomst meer. Dit was nu.

Masochistisch

Natuurlijk, angst verkoopt. Dat is ook een reden waarom die verhalen steeds verteld blijven worden. Maar behalve als masochistisch entertainment is dystopische sciencefiction ook te zien als waarschuwing. Als herinnering aan hoe het mis kan gaan. Dat sommige multinationals machtiger zijn dan sommige democratisch gekozen regeringen, zoals in Blade Runner, maar ook in Paul Verhoevens 'Robocop', is allang geen toekomst meer. Dat overbevolking en voedselvoorziening elkaar lastig verdragen zoals in Richard Fleischers 'Soylent Green' uit 1973, verrast ook niemand meer, al laat de macabere oplossing uit die film hopelijk lang op zich wachten. Voor een groeiende kloof tussen arm en rijk waarschuwde Fritz Lang in 1927 al in 'Metropolis'.

En '1984', waarschijnlijk de bekendste van alle pessimistische toekomstverhalen en verfilmingen, laat zich bekijken als een lange waarschuwing tegen de ongecontroleerde macht van welke autoriteit dan ook. Niet voor niets is '1984' al decennialang op leeslijsten van scholen te vinden, schreef Wired. Zo ontwikkelen jongeren een gezonde scepsis, waardoor ze op een intelligente manier naar technologische en politieke ontwikkelingen kunnen kijken.

Sommigen herinneren zich misschien nog de geruchten dat de Amerikaanse overheid na 9/11 producenten uit Hollywood consulteerde over mogelijke terreurscenario's die het land zouden kunnen treffen. Die berichten klopten, bleek uit een uitzending van 24 februari 2002 van het BBC-programma Panorama. "Hollywood heeft meer fantasie dan de overheid", zei voormalig CIA-agent Robert Baer in die uitzending. "De overheid bestaat uit bureaucraten. Hollywood neemt de feiten uit het dagelijks leven en verwerkt ze in scenario's die in zekere zin heel dicht bij de realiteit staan. Het enige verschil tussen Hollywood en de realiteit is dat in Hollywood alles een happy ending heeft, en dat er een held is."

Het is onwaarschijnlijk dat uit die sessies een scenario als van 'Idiocracy' kwam rollen, maar die mag niet ongenoemd blijven. Een doorsnee Amerikaanse soldaat is daarin proefkonijn in een geheim slaapexperiment, wordt dan per ongeluk vergeten en wordt vijf eeuwen later wakker. De stille aanname in sciencefiction is altijd dat wij mensen in de toekomst op de een of andere manier slimmer zijn. Dat we ons ontwikkeld hebben. In 'Idiocracy' is het menselijk ras door vijf eeuwen tv-kijken zo dom geworden dat de soldaat met gemak het grootste genie op de planeet is. Geen evolutie maar devolutie is hier het toekomstscenario. Want juist die bankzitters hebben zich voortgeplant. De slimsten hadden daar geen tijd voor. Dat is weer een heel ander soort nachtmerrie.

Dromen

Ondanks hun sprong naar de toekomst blijven de beste dystopieën net als Blade Runner altijd dicht bij de vraag wat het betekent om mens te zijn. Ook al heeft niemand daar een antwoord op. Andrei Tarkovsky's 'Stalker' uit 1979 voert zijn personages naar een verboden zone waar hun diepste wensen in vervulling gaan. Wat gebeurt er, vraagt Tarkovsky, als onze dromen uitkomen? Wat is dat diepe verlangen dat we allemaal voelen maar dat ons begrip voor altijd te boven gaat?

Misschien is Chris Markers 'La jetée' de meest existentiële van allemaal. Het is een korte film over een tijdreisexperiment na de nucleaire apocalyps, over een man die naar verleden en toekomst wordt gestuurd om het heden te redden. Eén herinnering uit dat verleden achtervolgt hem als een obsessie. Hij is er zeker van dat hij als kind met een vrouw op een vliegveld stond en daar een man zag sterven. Op het laatste moment van de film, na heen en weer te zijn gereisd door de tijd en de wereld te hebben gered, belandt hij op het vliegveld met de vrouw, ziet dat iemand hem wil vermoorden en begrijpt dat het incident waar hij als kind getuige van was, de herinnering die hem al die tijd achtervolgde, de herinnering aan zijn eigen dood was. Markers film is een prachtige illustratie van ons eindige bestaan. Een prachtige illustratie ook van iets wat uit de beste dystopische sciencefiction steeds weer naar voren komt: de toekomst is altijd nu.

Dystopische sciencefiction

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden