Fusies in geestelijke gezondheidszorg dragen risico van monopolievorming

Van een onzer verslaggeefsters ZOETERMEER - Het snel toenemende aantal fusies en samenwerkingsverbanden in de geestelijke gezondheidszorg is “fantastisch”, maar heeft als gevaar dat er grote monopolies van instellingen ontstaan. De beoogde zorgvernieuwing komt dan juist niet tot stand en patiënten en zorgverzekeraars stuiten op een blok waar ze geen invloed meer op hebben.

Op dit bezwaar werd gisteren door diverse sprekers gewezen tijdens een debat over de nieuwste ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg in Zoetermeer. Aanleiding tot het debat vormde het plan van minister Borst van volksgezondheid om het zorgvernieuwingsfonds dat enkele jaren geleden gevormd is, fors uit te breiden. Op die manier wil Borst de instellingen nog meer stimuleren om de cliënt 'op maat' te bedienen. De vier belangrijkste koepels - die van de riagg's, psychiatrische ziekenhuizen, beschermende woonvormen en instellingen voor verslavingszorg - ondersteunen dit streven naar zorg-op-maat van de minister van harte, maar keren zich faliekant tegen de manier waarop zij dit fonds voornemens is te vullen. Borst wil het fonds uitbreiden van 55 miljoen tot enkele honderden miljoenen in 1996 door van de instellingsbudgetten vijf procent af te snoepen. Zo'n korting brengt volgens de koepels de bedrijfsvoering van menig instelling “direct” in gevaar. Nog heftiger ageren zij tegen de dan nóg groter wordende invloed van de zorgverzekeraars, die in het voorstel van Borst de schatbewaarders van het fonds worden. Per ingediend project mogen de zorgverzekeraars beslissen of zij deze voldoende vernieuwend vinden om voor subsidie in aanmerking te komen, een taak waartoe zij volgens de zorgaanbieders lang niet altijd voldoende geëquipeerd zijn.

Geschrokken van de kabinetsplannen, staken alle zorgaanbieders in de afgelopen maanden de koppen bij elkaar. Opvallend snel en ook opvallend unaniem slaagden zij erin een alternatief voorstel te formuleren, waarop vervolgens alweer minstens zoveel kritiek is gekomen als op het ministeriële plan van het zorgvernieuwingsfonds. Technisch is het een ingewikkeld voorstel: in de AWBZ zou een nieuwe wettelijke verstrekking 'geïntegreerde zorg' moeten komen, waaruit dan alle vernieuwende zorgvormen gefinancierd zouden kunnen worden. Op die manier houden de instellingen zelf de zeggenschap over hoe zij hun zorgvernieuwing vormgeven en financieren. Verzekeraars, overheid en ook patiëntenorganisaties zien dat op hun beurt weer niet zitten, omdat behoudende instellingen dan niet voldoende geprikkeld worden. Wèl heeft minister Borst toegezegd de alternatieve plannen serieus te bestuderen, al is het alleen maar omdat de koepels beloofd hebben dat zij er géén geld bij hoeven. “Voor het eerst sinds lange tijd hebben de zorgaanbieders een budgettair-neutraal plan geformuleerd. Ik weet zeker dat de minister dit begrip voor haar streven naar kostenbeheersing zwaar zal laten wegen”, aldus N. Oudendijk, directeur geestelijke gezondheidszorg bij het ministerie van VWS. Naar verwachting zal de minister eind oktober een beslissing nemen. Wél is zeker dat er in ieder geval een zorgvernieuwingsfonds blijft.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden