Funky raps uit Malinese chaos

De stromen toeristen naar de Malinese muziekfestivals zijn de laatste jaren opgedroogd door de onrust in het land. Maar het West-Afrikaanse land blijft een belangrijke broedplaats voor grensverleggende muzikanten.

Waren het vroeger religieuze missies, vandaag zijn het militaire missies die neerstrijken in West-Afrika. Zo bouwt Bert Koenders, onze voormalige minister van ontwikkelingssamenwerking, dit voorjaar aan een vredesmacht van de Verenigde Naties in Mali. Het land is dertig keer zo groot als Nederland en erfde een bizar grenzenpatroon met lijnen ooit getrokken door koloniale machten. Die verdeelden het voormalige Mandinga-rijk dat noord- en zwart-Afrika verbond, in een vreemd soort lappendeken waar ook Senegal en Guinée onder vielen. Maar hebben Koenders' blauwhelmen weet van de blauwe mannen, de Toearegs, die er eeuwen ongehinderd rondtrokken? Van de vele volkeren met hun eigen muziektradities? Van de blues die hier mede zijn oorsprong vond?

Geen Afrikaans land bracht zoveel artiesten voort die ook in het Westen grote faam genieten. In de woorden van zangeres Fatoumata Diawara: "Wie Mali zegt, spreekt muziek. Oude instrumenten als de kora en de ngoni zijn het geheugen van onze cultuur." Dat is vooral te danken aan een eeuwenoude traditie van griots die, net als onze middeleeuwse troubadours, met gezongen verhalen de geschiedenis doorgaven. Daarbij begeleidden ze zichzelf op de kora (een 21-snarige harp), de ngoni (luit) of de balafoon (xylofoon). Tot vandaag vormen deze griots op geboorte- en bruiloftsfeesten de navelstreng met het verleden. Daarnaast stimuleerde de overheid na Mali's onafhankelijkheid (1960) een nieuwe culturele identiteit via de oprichting van regionale orkesten. Deze swingende bands fuseerden traditionele muziek en Arabische invloeden met geïmporteerde Cubaanse son en Amerikaanse pop. Akoestische instrumenten combineerden ze met keyboards en elektrische gitaren. De Toearegs op hun beurt roerden zich met een eigen popstijl, die recent met de woestijnblues van de groep Tinariwen een gezicht kreeg.

Vooral dankzij de gitaristen Boubacar Traoré (door Lieve Joris vereeuwigd in haar boek 'Mali blues') en Ali Farka Touré ontdekte het Westen de bakermat van de blues. Touré's samenwerking met Ry Cooder op het album 'Talking Timbuktu' (1995) leverde hem een Grammy op. Waarschijnlijk vormt de ngoni de missing link. Via slaven belandde deze 'luit' in Amerika en werd zo de voorloper van de banjo. De Amerikaanse bluesartiest Taj Mahal noemde ngoni-speler Bassekou Kouyate niet voor niets "het levend bewijs dat de blues uit Mali komt".

Tot 2012, toen de burgeroorlog uitbrak, leverde muziek een belangrijke bijdrage aan Mali's economie. En ook al is er in de zomer van 2013 een vredesakkoord gesloten, de toeristenstromen die jaarlijks het 'Festival au désert' in Timboektoe en het 'Festival van Ségou' bezochten zijn geslonken.

Maar dankzij onafhankelijke platenlabels en avontuurlijke muzikanten blijft Mali nog steeds hofleverancier van intrigrerende popmuziek. Zo eert het indie-label Glitterbeat de in 2010 overleden Lobi Traoré postuum met het live-album 'Bamako Nights'. Deze opnames van een vlammend concert uit 1995 illustreren hoe nauw Afrikaanse en Amerikaanse bluesrock tegen elkaar aanschuren. Je waant je in het Londen en San Francisco van eind jaren zestig toen gitaristen als Eric Clapton, Carlos Santana en Mike Bloomfield in wijdlopende sessies los gingen. Traoré doet niet voor ze onder met zijn ronkende gitaarexercities vol fuzz- en feedback-effecten. In vergelijking hiermee is akoustisch gitarist Habib Koité een zoetgevooisde singer-songwriter. Die fluwelen stem ten spijt mist hij op 'So¿' het elan van zijn eerste albums. Ook al zingt hij over vrede in het onrustige Mali, je hoort zijn engagement er niet aan af. Wel een artiest die met een overdaad aan versieringen een breed publiek wil behagen.

Ngoni-speler/zanger Mamar Kassey uit buurland Niger weet daarentegen waar hij vandaan komt en naartoe wil. Op 'Taboussizé Niger' zorgen zijn hypnotiserende zang en de stuwende tandem van traditionele en elektrische instrumenten voor pure opwinding. Zelden klonk bezonken traditie zo hypermodern, pleidooien tegen onrecht zo overtuigend.

Uitersten die in andere gedaanten samenkomen zijn te vinden op 'Faya', een samenwerking van kora-speler Sekou Kouyate met de Amerikaanse rapper Joe Driscoll. Op het scherpst van de snede dagen ze elkaar uit in funky raps en wervelende snaren-acrobatiek. Jammer genoeg ebt halverwege het album de aandacht weg als hun gedreven improvisaties verzanden in inwisselbare reggae.

Een stap verder gaat Dirtmusic. Dit gelegenheidscollectief zat net in een studio in Bamako toen de politieke strubbelingen van 2012 uitbraken. Wellicht daardoor klinkt de ontmoeting tussen de popgitaristen Chris Eckman (The Walkabouts) en Hugo Race (Bad Seeds, Fatalists) met de Malinese Ben Zabo Band als de soundtrack bij een duistere film. 'Lion city' staat vol dreigende soundscapes en postpunk-experiment, vermengd met balafoon-percussie en Arabisch getinte zang.

Lobi Traoré - Bamako nights (Glitterbeat) HHHHH

Habib Koité - So¿ (Contre Jour) HHHHH

Mamar Kassey - Taboussizé Niger (Nnacor Records) HHHHH

Joe Driscoll & Sekou Kouyate - Faya (Cumbancha) HHHHH

Dirtmusic - Lion city (Glitterbeat) HHHHH

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden