Fukushima gloeit nog altijd na

Duizenden zakken met radioactief verontreinigde grond staan te wachten op verwerking. Beeld epa

Vijf jaar na het kernongeluk bij Fukushima moet het echte opruimen nog beginnen. Honderdduizend evacués staan voor de keuze: definitief wegblijven of terug naar een rampplek die misschien in beton moet worden gegoten.

Op 11 maart 2011 werd de oostkust van Japan getroffen door een aardbeving met een kracht van 9,0 op de schaal van Richter, gevolgd door een verwoestende tsunami. Het natuurgeweld kostte ruim 18.000 mensen het leven.

De kerncentrales van Fukushima Daiichi werden zwaar beschadigd en overspoeld. De (nood)stroom viel uit, evenals de koelsystemen. Reactoren smolten waarbij de reactorvaten openscheurden en de centrales onbeheersbaar werden. Het ongeluk staat te boek als de op één na grootste kernramp uit de geschiedenis, na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986.

Vijf jaar na dato maakt Wim Turkenburg, emeritus hoogleraar energie van de Universiteit Utrecht, kernenergie-expert en onlangs nog op bezoek in Fukushima, de balans op. De gesmolten kernen zijn nog niet onder controle, laat staan ontmanteld. Een groot gebied is nog niet toegankelijk vanwege de radioactieve besmetting. Het merendeel van de evacués is nog niet teruggekeerd.

De totale schade bedraagt officieel 200 miljard dollar, externe deskundigen gaan uit van 500 miljard, grofweg de helft van het jaarlijkse Japanse staatsbudget. De belofte om het gebied weer maagdelijk op te leveren, omgetoverd tot een natuurgebied vol met zonnepanelen, is nog een verre toekomstdroom.

Turkenburg: "Japan was absoluut niet voorbereid op deze ramp. Het kon in hun ogen gewoon niet gebeuren."

Herdenking

Japan herdenkt vrijdag de duizenden doden die vijf jaar geleden vielen. Om 14.46 uur (lokale tijd), het tijdstip waarop de aardbeving plaatsvond, luidden in het centrum van Tokio de klokken en namen mensen in het hele land een ogenblik stilte in acht. Alle treinen in de metro in de hoofdstad hielden even halt en premier Shinzo Abe en keizer Akihito gingen voor in een plechtigheid die door 1200 mensen werd bijgewoond.

De reactoren
Sinds 1997 is J-Village het thuis van de Japanse nationale voetbalselectie. Het trainingskamp was een cadeautje van elektriciteitsbedrijf Tepco, eigenaar van het 20 kilometer noordelijker gelegen nucleaire complex van Fukushima. Maar na 11 maart 2011 is er niet meer getraind. J-Village biedt sinds die dag onderdak aan duizenden arbeiders die het puin van de kernramp proberen te ruimen.

Het terrein had volgens de eerste planningen al schoon moeten zijn, maar dat bleek voorbarig. Vijf jaar na het ongeluk moet het echte werk nog beginnen. Van de getroffen reactoren is alleen Nummer 4 eind 2014 van al zijn splijtstofstaven ontdaan. Maar die was destijds niet in gebruik, de staven lagen in het opslagbassin. De bassins van de andere drie moeten nog altijd worden geleegd, maar zijn vanwege de dodelijke straling van de gesmolten reactorkernen niet toegankelijk. Het plan is nu om volgend jaar met het verwijderen van de staven uit Nummer 3 te beginnen en in 2020 met het legen van de bassins van 1 en 2.

Niemand weet hoe het er in die reactoren voor staat. De reactorvaten zijn opengebroken en vloeibaar splijtmateriaal is in het opvangbekken onder het reactorvat terechtgekomen waar het zich een weg door het beton heeft gebaand. Tepco schat dat de vloeibare massa tot 65 centimeter diep in het beton is doorgedrongen. De overheid gaat ervan uit dat het splijtmateriaal twee meter diep het beton in is gegaan. Het doel was om alle reactoren volledig te ontmantelen, maar vorige maand gingen stemmen op om ze, net als in Tsjernobyl, in beton in te kapselen en daar eeuwig te laten staan.

Water
Het splijtingsproces is door de aardbeving snel gestopt, maar het materiaal genereert door radioactief verval zoveel straling in de reactorruimte dat een mens er binnen een uur aan doodgaat. En er komt zo veel warmte bij vrij, dat de reactoren nog altijd continu worden gekoeld. Dagelijks gaat er 500 ton water door. Daardoor is het binnen zo mistig dat ook robots nauwelijks zicht hebben.

Dat water wordt tijdens die rondgang zwaar radioactief besmet. Bovendien drong tot 2015 dagelijks 300 ton grondwater de reactoren binnen dat ook hoog-radioactief werd. Al dat water werd opgeslagen, waardoor in de beginjaren om de drie dagen een tank van 1000 kubieke meter gevuld werd. Er staan op het terrein van de centrale inmiddels 600 tanks.

Onlangs heeft men de instroom van grondwater kunnen terugdringen tot 150 ton per dag. Sinds vorig jaar halen chemische installaties het zout uit het water - de reactoren werden kort na de ramp met zeewater gekoeld - alsmede de meeste radioactieve stoffen.

Het gereinigde water bevat nog wel veel tritium, een radioactieve variant van waterstof. Onlosmakelijk verbonden met het water zelf en daardoor niet te verwijderen. "Wetenschappelijk is het nog wel te verantwoorden om dit water, sterk verdund, in zee te lozen", zegt Wim Turkenburg. "De verdunning daarna in de oceaan is groot. Maar maatschappelijk is lozing volstrekt onaanvaardbaar." Vermoedelijk blijft het water opgeslagen totdat het tritium grotendeels is vervallen. Dat gaat meer dan honderd jaar duren.

Intussen sijpelt het grondwater niet alleen de reactoren in, maar er ook weer uit. En dreigt het, inmiddels radioactief besmet, in zee te stromen. Om dat te voorkomen is voor de kust een muur in zee gebouwd, 780 meter lang, 30 meter diep. Daarnaast wordt het grondwater rond de reactoren opgepompt. Dat heeft niet kunnen voorkomen dat de muur door de gigantische waterdruk is gaan hellen.

Als ultieme oplossing is nu een ijsmuur bedacht: een systeem van koelelementen die de grond rond de reactoren bevriezen waardoor deze zijn geïsoleerd. Het systeem zou over een paar weken in bedrijf worden genomen, maar dat is tot het eind van dit jaar uitgesteld. De Japanse atoomwaakhond is bang dat de ijsmuur de druk van het grondwater rond de reactoren zal verlagen waardoor nog meer radioactief water uit de reactoren zal lopen.

Vorige maand kondigde de Japanse voetbalbond aan dat J-Village vanaf juli 2018 weer in stappen in gebruik wordt genomen als trainingscentrum. Dit met het oog op de Olympische Spelen die in 2020 in Tokio worden gehouden.

De radioactieve besmetting
In de eerste week na de tsunami ging bij drie reactoren het dak eraf. Door het wegvallen van de koeling was er waterstof ontstaan die op een gegeven moment explodeerde. Bij die ontploffingen en in de dagen erna kwam veel radioactief materiaal vrij. De schattingen lopen uiteen, volgens de officiële cijfers was de totale uitstoot een zesde van die bij de kernramp in Tsjernobyl uit 1986. Volgens andere rapporten ging het om 40 procent van Tsjernobyl.

Er kwam 70 procent in de oceaan terecht, deels via het grondwater en deels in een rookpluim die later neersloeg. De radioactieve pluim werd overal in de wereld geregistreerd, maar de verdunning in de oceaan was zo groot dat het effect daar nauwelijks meetbaar was. Vlak voor de kust van Fukushima werden enkele radioactieve hotspots ontdekt en werd een visverbod ingesteld. Dat is inmiddels beperkt tot de strook vlak voor de haven.

Landinwaarts waren de gevolgen groter. In die vijf jaar is de radioactieve besmetting wel minder geworden. De activiteit is van nature verminderd door radioactief verval. Daarnaast sijpelen de radioactieve stoffen weg in de bodem. Bovendien heeft men in het zwaarst getroffen gebied de toplaag (5 à 10 centimeter) afgegraven. Daardoor is de hoeveelheid straling met 75 procent verminderd, denkt Turkenburg.

Vóór de ramp gold in Japan de norm - net als in de meeste landen - dat de jaarlijkse dosis niet-natuurlijke straling niet hoger mocht zijn dan één millisievert (mSv). Die norm is in het besmette gebied verhoogd naar 20 mSv per jaar (dat wil zeggen, dat is de dosis voor iemand die permanent buiten is; in de praktijk zal het dan 10 mSv per jaar zijn). Nog altijd ligt in een gebied van zo'n duizend vierkante kilometer de straling boven die norm.

Intussen zitten de Japanners met een berg radioactief afval opgescheept. Het afgraven van de radioactieve toplaag gaat naar verwachting 22 miljoen zakken van elk één kubieke meter opleveren. Die liggen allemaal tijdelijk opgetast in het landschap en worden nu verzameld en centraal opgeslagen - maximaal dertig jaar, hoopt de Japanse regering - in een grote faciliteit naast het nucleaire complex van Fukushima. "Zoals het er nu bij ligt, zou een tweede tsunami al die zakken in zee sleuren", zegt Turkenburg. Hij vertelt hoe onlangs bij een overstroming van een nabije rivier vierhonderd zakken zijn weggespoeld. "Driehonderd zijn er teruggevonden, veelal leeg."

De gevolgen
Het was een chaos, die eerste dagen na de ramp. Op 11 maart werd iedereen in een straal van drie kilometer rond de centrale ge-evacueerd. Die werd de dagen erna uitgebreid tot 20 kilometer. Omdat de radioactieve pluimen niet het gehele gebied bedekten, werden sommige mensen in eerste instantie overgebracht naar oorden waar het stralingsniveau juist hoger was.

Uiteindelijk moesten ruim honderdduizend mensen vertrekken - niet iedereen gaf gehoor aan die oproep. Daarnaast ontvluchtten nog eens zestig- à zeventigduizend mensen die wat verder weg woonden (tot vijftig kilometer), hun huizen.

De evacués kregen te horen dat de schoonmaak een jaar zou duren, waarna ze weer naar hun huizen zouden kunnen terugkeren. "Een waanzinnige mededeling", zegt Wim Turkenburg.

Na vijf jaar is ruim de helft nog altijd niet teruggekeerd. Ook niet als hun dorp door de autoriteiten is vrijgegeven. Vooral de jongeren blijven weg, zegt Turkenburg. "Ze hebben vaak elders een bestaan opgebouwd. Bovendien: de overheid kan wel zeggen dat het veilig is, maar zij nemen dat risico niet. Zij hebben vaak kleine kinderen en die zijn veel gevoeliger voor straling."

De evacuatie heeft niet alleen mensen voor radioactieve besmetting behoed, maar ook ingrijpende gevolgen gehad. Zo werden die eerste week veel mensen in ziekenhuizen en verpleeghuizen aan hun lot overgelaten. Het personeel was gevlucht en had de ernstigste patiënten laten liggen. Toen men na vijf dagen ging kijken, bleken 54 mensen te zijn overleden.

De langdurige evacuatie heeft de mensen geen goed gedaan. Turkenburg: "Ze leven vaak in geïmproviseerde onderkomens. Verwaarlozen hun gezondheid. Een op de vier lijdt aan een ernstige vorm van depressie. Het zelfmoordpercentage is hoog. Familieverbanden zijn verscheurd, omdat de één heimwee heeft en de ander onder geen beding terug wil.

"De Japanse Herstel Autoriteit maakte dit weekend bekend dat de afgelopen vijf jaar 3400 mensen die de aardbeving en de tsunami hebben overleefd, zijn overleden als gevolg van zulke indirecte effecten.

Daarnaast hebben omwonenden stralingsschade opgelopen. Zo komt bij de kinderen van Fukushima schildklierkanker nu twintig tot vijftig keer zo vaak voor als normaal. Het is het gevolg van besmetting met jodium-131, een restproduct van de kernsplijting. De besmetting had kunnen worden voorkomen als de kinderen meteen na de ramp jodiumpillen hadden gekregen, maar daar was niet in voorzien.

Schildklierkanker is over het algemeen goed te genezen, maar dat geldt niet voor alle tumoren die door de verhoogde straling worden veroorzaakt. Naar schatting zullen de komende tientallen jaren 5000 mensen overlijden aan kanker die ze oplopen door het kernongeluk in Fukushima. Afgezet tegen de miljoenen die in dezelfde periode in Japan aan een natuurlijke kanker zullen overlijden, verdwijnen deze slachtoffers in de statistieken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden