Fuchs & de verdwaasde tijd

Van oudsher hebben stad en museum al veel met elkaar te maken, maar de laatste jaren lijken ze elkaar dichter te naderen dan ooit. Wie van de twee hier het meest profiteert, valt nog niet te zeggen. Net als in de Verenigde Staten vinden in grote West-Europese steden ingrijpende vernieuwingsprocessen plaats.

Los van elkaar gegroeide stadsonderdelen worden voor het eerst of op een nieuwe manier met elkaar verbonden. Doel: de stad meer tot een geheel maken en daardoor aantrekkelijker voor zowel bewoners als toeristische bezoekers. Stadsontwikkeling is tegenwoordig het gevolg van strategisch denken - het verklaart de populariteit van een architect als Rem Koolhaas - dat uiteindelijk de stad een betere internationale concurrentiepositie moet bezorgen.

Een belangrijke rol is in deze benadering toebedacht aan de culturele infrastructuur en dan in het bijzonder aan musea. Nederland, zo schrijft Irina van Aalst in haar boek 'Cultuur in de stad' (verschenen bij Jan van Arkel), loopt in deze ontwikkeling een beetje achteraan - steden als Parijs (Les Grands Travaux van Mitterand) en Frankfurt (de Museumsufer) gingen ons ruimschoots voor. Maar inmiddels heeft Groningen een facelift ondergaan, ligt het nieuwe Bonnefanten in een bijzondere Maastrichtse stadswijk, werkt Amsterdam aan zijn IJ-oever (of wat daar van over blijft) en Museumplein (als het allemaal lukt), kent Rotterdam een museumpark en is de Kop van Zuid volop in ontwikkeling. Voor de musea heeft deze nieuwe inbedding gevolgen. Niet alleen krijgen ze door de komst van nieuwe, soms spectaculair ogende musea meer concurrentie, ze gaan ook deel uitmaken van een soort culturele pretparken waarin de oorspronkelijke museale taak, het conserveren en presenteren van een collectie, in het gedrang lijkt te komen. Het publiek komt niet zelden voor de buitenkant, voor het 'verleidelijke stadsbeeld' dat aan de tekentafel bedacht is. Op zijn slechtst, zegt Van Aalst terecht, zijn de culturele voorzieningen verworden tot instrument van ruimtelijke planners en staat het kunst- en cultuurbeleid in dienst van moderne stads-marketing.

Hoe reageert de museumdirecteur op deze 'verdwaasde' tijd? Hij had het al niet eenvoudig. Niet alleen is hij in de slag om de vrije tijd van zijn potentiële klanten, hij runt sinds kort ook een zelfstandig bedrijf met veel minder subsidie dan pakweg tien jaar geleden. De directeur van 's lands eerste museum voor moderne kunst, het Stedelijk in Amsterdam, heeft zijn visie recent nog eens op papier laten zetten door Abigail R. Esman, hoofdredacteur van New Art International. 'Vervulde verlangens' (Meulen-hoff) is het heldere resultaat een serie over meer jaren verspreide ge-sprekken. De wat slijmerige inleiding van Esman doet het ergste vrezen. Niet zozeer qua stijl, die is zeer verzorgd, maar doordat ze zich laat kennen als een fan van Rudi Fuchs en 'zijn passie, zijn frisheid, dat speciale, unieke van zijn kijk op dingen'. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze in het openbaar een handtekening vraagt. Desondanks, of misschien wel dankzij haar nederigheid, komt de houding waarmee Fuchs moderne kunst bekijkt, uiterst genuanceerd en ook wel wervend over het voetlicht.

Eigenlijk gaat het in de gesprekken om 'onvervulde verlangens'. Want als het om de positie en functie van het museum gaat, laat Fuchs - die principieel geen fototoestel bezit - zich zuchtend kennen als iemand die lijdt onder de kenmerken van de moderne tijd. 'Televisiekijken leidt tot leesontwenning', 'er is geen verzet meer tegen mijn generatie', 'het museum is er niet om het toerisme te bevorderen', 'vroeger hoefde je er nooit over na te denken of een tentoonstelling wel publieksvriendelijk was', 'het publiek van tegenwoordig is niet meer in staat om langzaam te kijken', 'musea zijn er voor de minderheid', 'het museum moet vanuit een onafhankelijke positie de cultuur onderzoeken'.

Het lijkt verwonderlijk dat iemand met deze instelling nog steeds directeur van een museum is. Maar misschien houdt het verzet tegen de snelle consumptie hem juist wel scherp. Fuchs blijft, in elk geval in zijn hoofd, 'coupletten' maken waarin hij denkend vanuit het schilderij en de kunstenaar zorgvuldig kunstonderzoek doet. Eigenlijk heeft Fuchs ondanks zichzelf niet zo'n last van stadsmarketing. Hij poogt op heroïsche wijze de wereld binnen de grenzen van het schilderij te trekken. Fuchs is als museumdirecteur zijn eigen autori-teit die de dingen hun plaats wijst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden