From Jerusalem, Athens and Rome, with Love

Een seksuele affaire met een jongetje. In het oude Griekenland was dat chic, maar bij joden en christenen niet, signaleert theoloog Sam Janse. Over David, homo-erotiek en vriendschap.

'Hij had hem lief als zichzelf', vertelt de bijbelschrijver over Jonatans genegenheid voor David. Het gaat hier om hèt vriendenpaar van het Oude Testament. Kroonprins Jonatan en de geslaagde generaal David zijn hartsvrienden ondanks de kans dat David het koningschap naar zich toe zal trekken. De jongemannen sluiten een verbond met elkaar. Jonatan geeft David zelfs zijn mantel en zijn wapens. Als koning Saul zijn rivaal David uit de weg wil ruimen, kiest zijn zoon partij voor zijn vriend.

'Vriendschap' is niet de meest adequate term van het Oude Testament om de relatie tussen de Israëlieten uit te drukken. 'Broederschap', of concreter nog, 'broeder' komt meer in de buurt. Israëlieten zijn elkaars broeders want zij zijn benej Jisrael, zonen van Israël, van de stamvader Jakob. Nu is een broeder nog niet altijd een vriend en hij kan zelfs je vijand worden. Logisch dat naast het woord broeder toch ook het woord vriend in het Oude Testament staat.

De wijsheidsleraren weten er wel wat over te zeggen. Een echte vriend is je nog nader dan een broer, zegt Spreuken. Vrienden scherpen elkaar zoals ijzer ijzer scherpt. Het zijn je vrienden dan ook die jou verwijten mogen maken.

Maar is er in de relatie tussen David en Jonatan misschien meer aan de hand? Gaat het hier om een homo-erotische relatie? Het is een vraag die steeds weer opduikt. Zegt David niet, als Jonatan gesneuveld is: 'Jouw liefde was mij dierbaar, meer dan die van vrouwen'. Het zou volgens velen mooi zijn om de Bijbel zo wat meer in onze politiek-correcte mal te krijgen.

Mijns inziens leent het verhaal zich hier niet voor. Voor de bijbelschrijver zal het, net als voor iedereen in zijn samenleving, duidelijk geweest zijn: seks met mensen van hetzelfde geslacht is vreemd, fout, zondig. Het is zonde tegenover God die de mensen zo niet bedoeld en geschapen heeft. Hij zou het verregaand eens zijn met het standpunt van veel Amerikaanse christenen: In the beginning God created Adam and Eve and not Adam and Steve.

Psychologen kunnen natuurlijk vragen of er achter zo'n tekst toch geen homo-erotische gevoelens schuil gaan. Misschien wel van de schrijver zelf. Maar op dit gladde ijs moet een niet-psycholoog oppassen. Een psycholoog trouwens ook.

De joodse filosoof Philo van Alexandrië zal het rond het begin van de jaartelling nog eens uitleggen: liefde tussen mannen leidt tot ongewenste vervrouwelijking. Het is zonde tegen God. Maar ook zonde van het zaad. In een samenleving die altijd met decimering en uitroeiing bedreigd wordt en waarin het eerste gebod van het boek Genesis is : 'vermenigvuldigt u', hoort een man te trouwen en kinderen te verwekken. Man en vrouw dus. Imam Khalil El Moumni gebruikte in 2001 hetzelfde argument tegen hen die 'lager dan varkens' zijn: 'Wie maken er dan kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?'

In Athene ligt het anders. In Plato's 'Symposion' krijgen we een goede kijk op de theorie en de praktijk van de vriendschap in Athene rond 400 voor Christus. Een symposion is een mannenbijeenkomst in het oude Griekenland waarbij gegeten en gedronken wordt, zoveel dat het kan ontaarden in een drinkgelag. Maar het is wezenlijk meer. De deelnemers danken de goden, zingen lofliederen op hen en zetten een gesprek op niveau in. Over kunst of over een filosofisch onderwerp.

Zo gebeurt het ook in Plato's 'Symposion'. Socrates ligt daar met zijn vrienden aan en het thema is deze keer Eros. Eros is een van de goden, maar wel een die het hele leven doordringt. Het gesprek gaat dus over vriendschap en liefde, maar hoofdzakelijk over erotiek tussen mannen. Erotiek is hier niet hetzelfde als seksualiteit, maar staat er ook niet helemaal los van. Verschillende sprekers geven hun visie erop en we moeten bedenken dat die visie niet altijd die van Socrates hoeft te zijn, laat staan die van Plato.

Pausanias, een van de deelnemers, legt uit dat er een lagere en een hogere eros is. De lagere, alledaagse vorm richt zich vooral op het lichamelijke. Of dat het lichaam van een dom of een intelligent mens betreft, van een man of een vrouw, maakt bij de minnaar, vervuld met deze eros, niet uit. Bij de hemelse liefde richt de minnaar zich daarentegen op het sterke, het robuuste, dus op de man, in veel gevallen op de jonge knaap die ook weer niet al te jong moet zijn.

Het is goed om Pausanias hier wat uitgebreider aan het woord te laten: "Wanneer minnaar en geliefde namelijk bij elkaar komen, allebei met een norm, de één dat elke dienst die hij bewijst aan iemand die zich aan hem heeft gegeven terecht bewezen is, de ander dat elke opdracht die hij uitvoert voor iemand die voor zijn ontwikkeling zorgt terecht is uitgevoerd, de één met de capaciteit een bijdrage te leveren aan intellectuele ontplooiing en algemene ontwikkeling, de ander met de behoefte zich te ontwikkelen en zich bepaalde bekwaamheden eigen te maken, op dat moment dus, wanneer die twee normen op hetzelfde punt samenkomen, alleen dan is het resultaat dat seksuele overgave iets waardevols is, en verder nooit."

De spreker bedoelt hiermee dat het de oudere minnaar niet alleen om seks mag gaan. Hij mag ook niet van de ene knaap naar de andere fladderen. Hier is trouw gewenst. De minnaar moet ook een bijdrage leveren aan de opvoeding en vorming van de jonge knaap. Alleen in die bedding van trouw, respect, aandacht en vorming is het volgens Pausanias legitiem dat er seksuele gunsten verleend worden.

Men heeft hier wel van 'pedagogische pederastie' gesproken. De commissie-Deetman zou korte metten maken met deze redeneringen en ze ontmaskeren als quasi-argumenten voor seks met minderjarigen. Wellicht moeten we het beeld op grond van recent onderzoek wat relativeren, omdat niet zozeer de leeftijd maar meer de schoonheid en aantrekkelijkheid doorslaggevend zijn, maar ook in Athene zal jong en knap vaak samengegaan zijn. In de beste gevallen zal de oudere minnaar begrip hebben gehad voor de gevoelens van de knaap en zal er een zekere vorming van de jongeling plaatsgevonden hebben. Een mannensamenleving was Athene wel, zozeer zelfs dat - anders dan in onze cultuur - een relatie van een man met een man het toppunt van mannelijkheid was.

Het leeftijdsverschil hoeft er dus niet altijd te zijn. Wel is er altijd een erastès en een eroomenos, een minnaar en een beminde. Dat betekent dat er een actieve en een passieve partij is en dat er in de regel geen sprake is van een gelijkwaardige verhouding tussen twee volwassen mensen. De erastès zal doorgaans de maatschappelijke positie, het geld en dus de macht aan zijn kant hebben gehad.

Een aardige parallel ontdekte ik in gesprek met een Afrikaan, een Ghanees. Mijn gesprekspartner had in Nederland een homoseksueel stel ontmoet, twee mannen, en hij voerde ze in het gesprek op als he and his wife. Ondanks mijn kritisch commentaar op deze uitdrukking, volhardde hij erin omdat er volgens hem toch verschil moest zijn in de rol van de een en van de ander. Kortom, een gelijkwaardige seksuele relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht was in de Oudheid moeilijk denkbaar en is ook nu in niet-westerse culturen niet altijd het dominante denkmodel. Veel Pakistaanse vrachtwagenchauffeurs schijnen kleine jongens bij zich te hebben voor de klusjes en nog ergens anders voor. Erastès en eroomenos.

Als we een sprong van vijfhonderd jaar wagen en een tekst van Plutarchus, een late tijdgenoot van de apostel Paulus, nemen, zien we dat er in dit opzicht in de Oudheid een grote mate van continuïteit is. In 'Over de liefde' laat de schrijver een zekere Protogenes een pleidooi voeren voor de liefde tussen man en man. Het huwelijk is nodig voor de voortplanting en is ook goed voor de massa. Maar een aristocraat zoekt de ware liefde niet bij vrouwen. Een man die van een vrouw houdt, kan vergeleken worden met een slager die zijn kalf vetmest, niet uit genegenheid voor het dier, maar voor het genot. De Natuur vraagt matiging en die is meer gegarandeerd in de liefde voor mannen dan in die voor vrouwen. De genegenheid voor knapen (de spreker heeft het niet over seks) is goed te combineren met de beoefening van de deugd en de filosofie. Liefde voor vrouwen daarentegen maakt een man verwijfd.

Daar moet zijn gesprekspartner Daphnaeus tegen protesteren en het is aardig om te ontdekken dat hij grotendeels dezelfde argumenten gebruikt als zijn tegenstander, maar met een andere uitkomst. Allereerst beroept ook Daphnaeus zich op de Natuur die voor de liefde tussen man en vrouw pleit. Daarentegen is de liefde van de man voor de man ongebreideld en verwijfd. Liefde voor vrouwen kan trouwens heel goed samen gaan met vriendschap. En is het niet vernederend voor een man om zich te onderwerpen aan een andere man? Hier worden we herinnerd aan de eroomenos als de onderliggende partij. Huwelijksliefde is ook ouder, een argument dat het in de Oudheid altijd goed doet. Ten slotte pakt hij Protogenes nog op een gevoelig punt: 'Je zegt nu wel dat het je gaat om de deugd en de filosofie, maar is dat geen fraaie smoes om met mooie jongens in bed te duiken?'

In de Oudheid is er dus een claim dat cultuur, beschaving en deugd alleen in de homosetting kunnen worden beleefd, want juist de liefde van de man voor de vrouw wordt door de wilde lusten geperverteerd. Herenliefde (veelal knapenliefde) als moreel superieur aan heteroverhoudingen. Plutarchus moet praten als Brugman om te laten zien dat de liefde (van een man) voor een vrouw niet minder is dan die voor een man. Achter de voorkeur voor mannen boven vrouwen ligt in de Oudheid soms een onverholen verachting van de vrouw. Leven met een vrouw als partner is zoveel als je intellect wegstoppen. Aan de keukentafel is nu eenmaal weinig ruimte voor een goed gesprek over kunst en filosofie.

Met Plutarchus hebben we de oversteek van Athene naar Rome al gemaakt. Hij was in Athene gevormd en bezocht een aantal keren de hoofdstad van het Imperium Romanum. Ook in Rome waren homoseksuele relaties vanouds niet ongebruikelijk. En ook hier was er een groot verschil tussen de penetrator en de gepenetreerde. Een actieve rol paste bij de Romeinse veroveringszucht en was eervol, eender of het mannen dan wel vrouwen betrof. De passieve rol daarentegen was weggelegd, voor de losers, de minderjarigen, de slaven, de zwakkelingen.

Een dubbele moraal vierde hoogtij: zich te laten gebruiken was een schande, de ander te veroveren daarentegen, was iets waarop je kon pochen. De Griekse invloed zal deze levenshouding nog versterken en de Romeinse aristocraten, met het Symposion van Plato in gedachten, een goed moreel en cultureel geweten gegeven hebben.

Deze selectie van teksten zou de suggestie kunnen voeden dat mannen in de Oudheid vooral homo-erotische relaties hebben. Dat is bepaald niet het geval. Aristoteles, Plutarchus, Cicero, Seneca en anderen gaan uitgebreid in op niet-erotische vriendschapsverhoudingen.

Bovendien moeten we niet vergeten dat deze geschriften de elitaire cultuur weerspiegelen; het zou in de volkswijken van Athene en Rome wel eens anders beleefd en gepraktiseerd kunnen zijn.

Wat het voor ons moeilijk maakt om de Oudheid op dit punt te begrijpen is dat wij met twee woorden spreken: homoseksualiteit en heteroseksualiteit. De antieken kennen deze woorden niet. De twee woorden die zij gebruiken, althans de Grieken onder hen, zijn eroos, de hartstochtelijke liefde (m/v) en filia, een woord dat wij met vriendschap vertalen. Dezelfde eroos kon dus twee kanten op. Het betekende in de praktijk van Athene en Rome dat het niet vreemd was als een man getrouwd was, misschien ook nog wel gelukkig getrouwd, een gezin had en er daarnaast relaties op nahield met mannen, veelal knapen. Hij was geen homofiel, hij deed homofiel. Nog steeds is deze oude samenleving interessant voor onderzoekers die willen weten of ieder mens 'een beetje bi' is, of dat homofilie (en dan ook heterofilie) voor een deel (en voor welk deel dan?) cultureel en maatschappelijk bepaald is.

Het jonge christendom is in vele opzichten de erfgenaam van de klassieke beschaving, maar sommige delen van de erfenis worden geweigerd. In het Nieuwe Testament vinden we een exclusief pleidooi voor man-vrouw verhoudingen. Christenen trokken bij dit soort morele vragen (voorbehoedsmiddelen, abortus, te-vondeling-legging) de lijn van het jodendom gewoon door. Samen met een aantal stoïsche filosofen stonden ze tegenover de gangbare mening in het Romeinse Rijk. Paulus herhaalt in de brief aan de Romeinen wat er in het joodse boek Wijsheid van Salomo stond: het was tegen God en het was tegen de natuur.

Over vriendschap zegt het Nieuwe Testament niet veel. Intimiteit en zorg worden ervaren binnen de gemeente, de kring van de broeders en de zusters. De lijn van Israël wordt ook op dit punt doorgetrokken, zij het ook dat de etnische basis onder de broederschap wegvalt. Naar buiten toe moet gestreefd worden naar goede verhoudingen, maar de eerste christenen zullen met een vereerder van Zeus of Artemis toch een andere verhouding hebben gehad dan met de 'broeders en zusters in de Heer (Jezus)'. Ze leken daarin op de filosofen die zeiden dat een wijze alleen een wijze tot vriend kan hebben.

Ten aanzien van de homoseksualiteit zal de christelijke moraal zich vanaf Constantijn de Grote (vierde eeuw) doorzetten. Daarmee zijn Adam and Steve voor eeuwen veroordeeld en verbannen. Dat kunnen we met hen betreuren, maar we moeten ter nuancering van ons oordeel wel bedenken dat Jos en Erik in onze samenleving toch een ander stel vormen dan de erastès en de eroomenos van de Oudheid.

Van keizer Hadrianus (die regeerde van 117-138 nC) was het algemeen bekend dat hij een hartstochtelijke relatie had met de Griekse jongeman Antinoüs. Toen deze stierf, liet de diepbedroefde keizer een tempel voor hem bouwen, want zijn geliefde deelde in de eer der goden. Toen de keizer de jongeman leerde kennen was hij zelf achtenveertig, Antinoüs was dertien. Niemand in het Romeinse Rijk sprak schande van deze relatie, behalve Joden, christenen en misschien een enkele stoïsche filosoof. Er is geen reden om van Antinoüs een homo-erotische icoon te maken, zoals wel gebeurt. Eerder past hem postuum een plaats in de lijst van de slachtoffers van seksueel misbruik.

Sam Janse is nieuwtestamenticus te Ameide.

Paul van Dongen: streepjes
Met grote precisie etst de Tilburgse kunstenaar Paul van Dongen zijn portretten, hierboven van twee mannen in 'Ootmoed' uit 2009. Een selectie uit zijn werk, vaak met een religieuze inslag, verschijnt komende week in: 'Paul van Dongen - etsen, aquarellen, tekeningen' (ISBN 9789491182090).

Op 17 maart (16u) opent een expositie van dit werk in Witteveen Visual Art Centre (Konijnenstraat 16, Amsterdam), met een lezing van Willem Jan Otten: 'In den beginne was het streepje'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden