Frivole Ry Cooder koestert afro-Amerikaanse erfenis

’In Amsterdam zijn vrouwen verzot op een bakfiets, in Los Angeles op een Cadillac’. Met deze speelse tekstwijziging in ’Crazy about an automobile’ zette Ry Cooder woensdag de toon voor zijn Carré-trilogie. In die zaal speelde hij april 1998 voor het laatst, destijds met The Buena Vista Social Club. Nu stonden er zijn maatje Nick Lowe op bas, met wie hij ooit Little Village vormde, zoonlief Joachim op drums, plus twee anonieme achtergrondzangeressen.

Ook symboliseerde die frivole bakfiets-parafrase de losse improvisatiestijl die Cooder tot een favoriete musician’s musician heeft gemaakt. Ruim veerig jaar is het 62-jarige snarenwonder een vertrouwde naam voor pop-, blues-, film- en world-liefhebbers. Vanaf 1964 speelde de Californiër als geluidsbepalend sessiemuzikant op platen van Captain Beefheart, The Rolling Stones en Randy Newman. Als talent scout bewees Cooder zijn omnivore smaak in projecten met muzikanten uit Mexico, Hawaï, India en Mali. Hij componeerde talloze filmscores, met die voor Wenders’ ’Paris, Texas’ als bekendste.

Toch ligt zijn hart bij de onderliggers van de Amerikaanse samenleving, bij de muziek van katoenplukkers, hobo’s en hillbillies. Rudimentaire blues- en countrynummers die Cooder aan het begin van zijn solocarrière als een schatgravende archivaris op de plaat zette. Juist die liedjes uit de Amerikaanse depressie van de jaren dertig kregen in Carré nieuwe betekenis. Bij ’The very thing that makes you rich’ en ’Boomer story’ refereerde hij aan de beurscrisis van vandaag, waardoor de teksten sinister actueel klonken. Dat alles onderstreept op vijf gitaren met trefzekere timing bespeeld, met bottleneck of fingerpicking-stijl. Nick Lowe, ooit newwavester, figureerde in een dankbare bijrol en mocht af en toe flonkeren. Frappant om te horen hoe zijn lichtvoetige songs leunen op de Britse music hall-traditie, terwijl Cooder zich ritmisch baseert op de afro-Amerikaanse erfenis. Joachim Cooder vulde sober en trefzeker aan.

Waarom niet weer een zwart duo als The Rhythm Kings meegenomen (ook Carré, 1980), zodat de fraai maar braaf uitgevoerde songs meer soul uitstraalden? Ry Cooder is wars van sterrendom, tegelijkertijd een aimabele buitenstaander die kameleontisch de kleur aanneemt van de stijl waarmee hij zich inlaat. Daardoor miste je het ware vuur bij deze overigens aangename haard.

Accordeonist Flaco Jimenez bleef wegens hernia thuis, maar was anderszins toch aanwezig. ’Probeer je voor te stellen wat hij zou spelen, al meezingend zijn jullie nu samen Flaco!’, riep Cooder. En het werkte toen tijdens de finale ’He’ll have to go’ in koor werd meegebruld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden