Frisse radicalen werden in vijftig jaar heel gewoon

jubileum | In vijftig jaar is een debatclub een gewone partij geworden. D66 heeft zoveel pieken en dalen gekend, dat de partij tien jaar geleden besloot: dit nooit weer. De generatie rond Pechtold maakte van D66 een stabiele organisatie. Of is D66 te gewoon aan het worden? Komend weekend viert de partij het jubileum.

Het is eens iets anders, een jubileumcongres van D66 zonder dat de partijleider oppert om de partij op te heffen. Zoals tien jaar geleden, toen Hans van Mierlo zich aan de vooravond van het veertigjarig bestaan hardop afvroeg: "Ga je nog door of zeg je dat het genoeg is geweest?" Maar ach, op het congres zelf besloot Van Mierlo toch door te gaan.

Ook het eerste grote jubileum, in 1976, was weinig feestelijk. Partijleider Jan Terlouw wilde eigenlijk opstappen, D66 stond in peilingen op nul zetels. Hij bleef na een handtekeningactie aan - achteraf bleek dat de opmaat naar enorme groei en historische verkiezingssuccessen. Er is geen politieke partij die in zijn bestaan zoveel hoogte- en dieptepunten heeft meegemaakt.

Typisch D66 was ook het 25-jarig jubileum van de partij, in 1991. Het feest was zo drukbezocht dat er in de Sonesta-zaal in Amsterdam niemand meer bij kon. Er kwam een straalverbinding (toen iets heel moderns) om de vele nieuwsgierigen live met de zaal te verbinden. Maar niet iedereen stond te juichen. 'Een grote Van Mierloshow', mopperde de jongerenorganisatie, die zich in een manifest afvroeg of D66 inhoudelijk nog wel genoeg voorstelde. De titel: '2016'. Zou de partij dan nog wel bestaan?

Dat D66 in 2016 nog bestaat, is het werk van de jongeren van toen. Zij redden de partij, maar die redding heeft ook een nadeel. De partij werd een strak geleide organisatie. De drang om alles ter discussie te stellen, is weg.

Gerard Schouw (50) was in de beslissende jaren de rechterhand van Alexander Pechtold. Hij was betrokken bij alle strategische beslissingen. "Het was een generatieshift", vertelt hij.

De remedie die de partij redde, was bijna als vloeken in de kerk. Onder Alexander Pechtold is achter de schermen een strakke reorganisatie doorgevoerd die de partij minder kwetsbaar moest maken voor leiderschapswisselingen. De ideeën bleven dezelfde, maar zonder de nadruk op de 'kroonjuwelen' van de democratische vernieuwing. De D66-partijcultuur van eindeloos discussiëren is op de rommelzolder gezet. De leden vinden het prachtig, vertellen ze.

Heimwee naar Van Mierlo

Maar eerst terug naar het begin.

"Het revolutionaire moet natuurlijk niet worden overtrokken. Het waren keurige intellectuelen", zegt Gerard Schouw. "De oprichters hielden van vernieuwing, maar ook van traditie. Ze kozen voor verandering aan de binnenkant van het politieke systeem. Radicaal maar wel in het redelijke". De foto's uit oktober 1966 onderstrepen dat: keurige jongens, en een enkel meisje, strak in pak en mantelpak, uiterlijk dichter bij de brave jaren vijftig dan bij de revolutionaire jaren zeventig die voor de deur stonden.

Hans van Mierlo, het gezicht van de partij vanaf het eerste uur, was eigenlijk de uitzondering. Hij was het zeer moderne gezicht van de Democraten '66, als de eerste politicus die op moderne wijze campagne voerde in Nederland. Met twaalf andere mannen besloot Van Mierlo op 20 oktober 1966 aan de verkiezingen mee te doen, ze hadden even daarvoor hun vereniging ingeschreven bij de notaris. Democraten '66 verwierpen alle bestaande ideologieën. De oprichters stelden: "Het politieke spel moet nog steeds worden gespeeld volgens regels die dateren uit de vorige eeuw."

Alles moest anders. De partij kwam als eerste met voorstellen voor directe democratie, zoals een gekozen premier, opheffing van de Eerste Kamer, een districtenstelsel - nog geen referenda, dat was een idee dat D66 pas in de jaren tachtig omarmde, en dan nog met slagen om de arm.

Het succes kwam misschien vooral omdat de verpakking zo anders was. Het filmpje waarin Van Mierlo als een James Dean door de verlaten straten van Amsterdam loopt, is nog steeds beroemd. Zijn toon was informeel, ook iets nieuws: "Altijd maar datzelfde gezeur", zei hij over de Tweede Kamer.

Nog nooit had een politieke partij zo de persoon tot symbool van het verhaal gemaakt. The New York Times zette Van Mierlo op de voorpagina: "Many compare him with President Kennedy", schreef de krant, nadat D66 met zeven zetels de Tweede Kamer was binnengestormd. Van Mierlo reisde later naar de Verenigde Staten om de persoonlijke campagnestijl van de Kennedy's te bestuderen. Hij leerde er, naar eigen zeggen: "Het persoonlijke element is een van de grootste krachten in een verkiezingscampagne. Ideeën kunnen kleine groepen enthousiast maken, maar ménsen bereiken de grote massa."

Van Mierlo heeft D66 dus nooit bedoeld als elitepartij, hij sprak niet voor niets zo nadrukkelijk over hoe je de 'massa' kunt bereiken.

De tussenjaren: rechts of links?

En de massa's werden bereikt. Niet direct, want het echte succes van D66 begon pas in de jaren zeventig, onder partijleider Jan Terlouw. Hij brak met de ideeën van Van Mierlo: D66 moest niet langer een 'vernieuwingsbeweging' zijn die met linkse partijen samenwerkte (en daarbij flets afstak) maar een middenpartij met een veel breder programma. Milieu werd een speerpunt, en 'pragmatisme'. Onder Terlouw werd D66 voor het eerst een echte machtsfactor: 17 Tweede Kamerzetels waren het hoogtepunt in 1981. Voor het eerst werden ook de beginselen op papier gezet.

De debatingclub die D66 altijd was geweest, begon mee te draaien in het gevestigde politieke systeem. Maar ook verzandde de partij in eindeloze discussies over de koers: voor het eerst werd ook gekeken naar samenwerking over rechts. De kiezers liepen massaal weg. Pas toen Van Mierlo, de grondlegger, terugkeerde, hadden ze weer vertrouwen. Met wederom zijn persoonlijke charisma leidde hij de partij naar 24 zetels en een Paars Kabinet, in 1994.

Telkens als D66 regeerde, werd dat afgestraft. Op meedoen stond de hoogste prijs: de kiezers vonden telkens dat de partij te veel concessies deed, en renden weg, sneller dan een opiniepeiler ze kon opsporen. Ook intern wist niemand meer hoe het verder moest, met ruzies en een heftige machtsstrijd tot gevolg. Dat was hoe Alexander Pechtold als minister en lijsttrekker in 2006 de partij aantrof.

Een gewone middenpartij worden

"De nieuwe lichting was klaar met de ups en downs", vertelt oud-Kamerlid en oud-partijvoorzitter Gerard Schouw, al sinds jaar en dag de rechterhand van Pechtold bij veel strategische beslissingen. "Er moest iets veranderen. De nieuwe lichting D66'ers was praktisch en activistisch. Ze ging liever de straat op dan te discussiëren en na de borrel allemaal weer naar huis te gaan, zoals D66 gewend was. Alexander en ik waren beiden wethouder geweest. Wij waren van het gewone politieke handwerk".

Sinds dat het moment zijn de 'kroonjuwelen' definitief niet langer de prioriteit. De plannen voor politieke en bestuurlijke vernieuwing gingen op een lager pitje. Het profiel werd breed. Dat paste in de 'professionalisering' van D66 waartoe Alexander Pechtold en Gerard Schouw besloten.

Op een weekend in Gent werd met een klein groepje de strategie uitgezet die tot de dag van vandaag wordt vastgehouden. "Op een bierviltje, tijdens wandelingen", zegt Schouw. "De partij had succes nodig. We hadden Pechtold, maar we moesten ook een partij achter hem hebben. Ons doel was: stabiele groei, door in het hele land aanwezig te zijn, met meer leden, en dus meer geld, meer raadszetels, meer wethouders, meer mensen op straat".

De neuzen gingen dezelfde kant op. Er kwam zelfs een 'catechismus', een lijst met de vijf belangrijkste ideologische 'richtingwijzers' die er bij de kaderleden ingehamerd werd. Democratische vernieuwing kwam er niet in voor. De kaderleden kunnen ze anno 2016 allemaal opdreunen: 1. Vertrouw op de eigen kracht van mensen. 2. Beloon prestatie, deel de welvaart. 3. Denk en handel internationaal 4. Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving. En 5. Koester de grondrechten en gedeelde waarden.

De leden vinden het prachtig

In het land, ver buiten het Binnenhof, is te zien hoe blij de leden zijn dat D66 een 'gewone partij' is geworden. Op een regiobijeenkomst in Utrecht stralen de kaderleden van het positivisme. Niemand heeft het over de kroonjuwelen. Niemand heeft het zelfs over lijsttrekker Alexander Pechtold. De successen en ideeën van de partij zelf zijn het gesprek: "Wij doen er weer toe." Alle doelen uit 2006 zijn gehaald. Er klinken op de regiobijeenkomst in een donkerbruin zaaltje enthousiaste verhalen over de 850 raadszetels in het land, de vele leden, de teams die D66 elke zaterdag in witte partij-jassen de straat op stuurt, of het succes bij de Europese verkiezingen - toen D66 getalsmatig, in absolute aantallen stemmen, even de grootste partij van Nederland was.

Het enige punt van interne kritiek is al gepasseerd: veel leden waren niet blij met de sterke nadruk die D66 onder Pechtold legde op economische hervormingen. Zij vonden één van de oprichters van de partij aan hun kant, Edo Spier, die in Trouw dit voorjaar zei dat de koers van de partij te rechts is. "Pechtold volgt de ontwikkelingen van de samenleving, waaronder de verrechtsing. Daar zijn wij nooit voor opgericht", luidde zijn harde kritiek.

In het nieuwe verkiezingsprogramma is D66 daarom weer progressiever dan in eerdere jaren, met een boodschap over gelijke kansen voor iedereen en plannen om de tweedeling in Nederland tegen te gaan. D66 wil daarmee de derde partij van het land worden bij de verkiezingen, vertelt de campagneleider op de eerste campagnebijeenkomsten. In een jubileumboek over de partij dromen partijprominenten weer over "een grote progressieve middenbeweging".

De radicale ideeën, waar zijn die nog?

Het jubileumfeest, zaterdag 29 oktober in de Rai, belooft daarom een euforische bijeenkomst te worden. Het is dezelfde plek waar grondlegger Hans van Mierlo in 1966 het eerste partijcongres leidde, een bijeenkomst die maar liefst drie dagen duurde.

Zachtjes klinkt het binnen de partij dat het daar óók wel weer eens mag gaan over de vraag of D66 niet té gewoon is geworden. Wat is over van het radicale, het vernieuwende waarmee het begon?

"D66 wilde anders zijn dan de gevestigde orde. Maar we zijn risico's gaan mijden, en maken te vaak veilige politieke keuzes", zegt Elene Walgenbach, die tot dit voorjaar voorzitter was van de jongerenorganisatie van de partij. "We zijn te veel onderdeel geworden van de gevestigde partijen. Ik mis het lef, de durf. Er zijn plannen uitgesteld omdat D66 het gevoel had dat Nederland er nog niet klaar voor was, zoals een ander pensioenstelsel. Dat voorzichtige past niet bij ons."

Ook Joost Sneller, de jonge directeur van de Mr Hans van Mierlostichting, het wetenschappelijk instituut van D66, waarschuwt dat de partij moet waken voor behoudzucht. "Er zijn nog zoveel systemische fouten in het politieke bestel. We moeten wel een horzel blijven. Dat vergt dat je dingen met afstand blijft bekijken, maar nu we als partij veel groter zijn geworden, ligt op de loer dat we minder durven."

Het wetenschappelijk bureau ontkent echter stellig dat van het oorspronkelijke gedachtengoed weinig meer over is. Sneller: "Niets is minder waar. De organisatie is veranderd, maar het denken is consistent, al jaren. Het ideaal van de maximale ontplooiing, het optimisme, de gelijke kansen. Zelfs bij de economische hervormingen was het ons uiteindelijk om dat alles te doen, al is dat niet altijd begrepen. Met democratisering blijven we bezig."

Dan krijgt Sneller alsnog een radicale toon: "Dat al die vernieuwingen niet zijn gelukt - alsof dat onze schuld is! We zijn tegengewerkt, door PvdA, VVD en CDA. De gevestigde orde bestaat nog steeds."

Alle hoogte- en dieptepunten meegemaakt

Frans Poot (67) Fysiotherapeut, D66-raadslid sinds 1982

"Door Hans van Mierlo kwam ik erbij. Hij sprak over 'steunen waar het moet en loslaten waar het kan' - dat is ook mijn instelling in mijn werk als fysiotherapeut. Andere politieke partijen hebben die combinatie van steunen en loslaten niet. De combinatie sociaal-liberaal zit gelukkig weer duidelijker in het verkiezingsprogramma van de partij: oog hebben voor elkaar, zorg dragen voor het klimaat, kansen geven via onderwijs. Die zaken vind ik belangrijker dan bestuurlijke vernieuwing. Met de partij heb ik in al die jaren alle hoogte- en dieptepunten meegemaakt. In mijn dorp zijn we nu de grootste."

Niet alleen abstracte thema's

Carola Vlooswijk (32) Beleidsmedewerker onderwijs, bestuurslid D66 Amersfoort

"Wij voeren lokaal continu campagne, we staan op de markt, organiseren rondleidingen op plekken waar iets speelt en gaan met iedereen in gesprek. Vooral het genuanceerde, positieve karakter van D66 sprak me aan toen ik vijf jaar geleden lid werd. Ik kom uit een echte CDA-familie en ben mijn zussen nog aan het overhalen. D66 is niet elitair maar is juist bezig om voor iedereen gelijke kansen te creëeren. Daarom ben ik blij dat de partij daar in de komende campagne wat meer nadruk op legt en niet alleen op abstracte thema's als innovatie en economie."

De sfeer is opener geworden

Jos Peek (57) Hr-verandermanager op zoek naar werk, lid sinds een maand

"D66 is veel opener geworden. Dat schrijf ik toe aan Alexander Pechtold. In mijn jeugd stemde ik SP, daarna altijd D66. De sfeer spreekt me nu wel meer aan dan voorheen. De verkiezingsleus 'gelijke kansen' gaat ook over mezelf - ik ben na een reorganisatie werkzoekend. In mijn woonplaats Vianen was ik altijd al maatschappelijk actief, nu heb ik me gemeld als kandidaat voor de gemeenteraad. In de Tweede Kamer wordt het wel tijd dat D66 weer gaat regeren. We moeten aan de bak."

Kansen grijpen is meer dan een politiek praatje

Hayat Chidi (40) Coach en trainer, Gedeputeerde voor D66 in de Provinciale Staten van Utrecht, lid sinds 2014

"Ik stemde altijd GroenLinks, vanwege de koers van Femke Halsema. Twee jaar geleden ben ik heel bewust overgestapt naar D66, om de enorm positieve sfeer in de partij, de brede thema's en het motto van 'gelijke kansen voor iedereen'. Zoals ik zelf ook alle kansen heb gekregen en gegrepen. Dat laatste is echt geen politiek praatje. Dat merk je aan alles, ook intern. Er stemmen steeds meer allochtonen op D66, al kan de partij nog wat meer diversiteit gebruiken, ook in leeftijd, opleiding. Dat positieve verhaal over kansen kan nog veel meer mensen aanspreken".

D66 is gewoon veel genuanceerder dan de VVD

Marc Schwartz (28) IT-programmeur, lid sinds 2015

"Bij de laatste Kamerverkiezingen stemde ik nog VVD. D66 vond ik als kleine partij niet aantrekkelijk. Ik kende ze ook niet zo goed. Ik ontdekte dat onderwerpen als privacy en het klimaat, die ik belangrijk vind, bij D66 in betere handen zijn. En de positiviteit in de partij is verslavend. Als nieuw lid word je er direct bijgehaald, in de eerste weken stond ik al te folderen. Ik besteed er nu al mijn vrije tijd aan. We zijn een hechte club. D66 kan echt de partij worden voor iedereen. We kunnen groter worden dan de VVD."

De positiviteit is verslavend

Nelleke Hijmans (23) Net afgestudeerd mensenrechtenjurist, vrijwilliger landelijk campagneteam D66, lid sinds 2012

"Ik kom helemaal niet uit een D66-nest, mijn familie stemt VVD of PVV. Van jongsaf kreeg ik mee dat je maatschappelijk betrokken moet zijn. In mijn studententijd meldde ik me als lid, binnen een paar weken was ik campagneleider in het 'rode bolwerk' Groningen. D66 is gewoon veel genuanceerder en positiever dan de VVD. Onder studenten is D66 populair, dat is verklaarbaar: zij zijn ook optimistisch en toekomstgericht. En het barst in de afdelingen van de energie. Ik kom zoveel leuke mensen tegen. Iedereen gaat ons in witte jassen op straat zien straks."

Welbespraaktheid telt, maar professionalisering van de partij is minstens zo belangrijk

Gerrit Voerman, politiek historicus en directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, vindt dat D66 onder Pechtold historisch is veranderd.

Is D66 nog de partij die de gevestigde orde uitdaagt?

"Het officiële jubileumboek van de partij opent met een stellige bewering daarover, die ik betwijfel. Oud-partijleider Thom de Graaff zegt dat D66 erin 'is geslaagd om zich te vestigen als partij zonder alleen maar een partij te worden van de gevestigde orde'. Het klopt, zo zijn ze begonnen in 1966. De partij wilde een breekijzer zijn om de verzuiling en de bestaande politieke ideologieën open te breken. Maar het huidige D66 wijkt niet echt meer af van gewone partijen. Ik zie een gewone partij. Onder Pechtold is die partij nog meer tot de gevestigde orde gaan horen. D66 wordt strak van bovenaf gestuurd, als professionele organisatie. Dat is een historische verandering. De partij kon misschien niet anders. D66 was lange tijd intern zeer democratisch georganiseerd, naar het eigen republikanistische ideaal. Maar de eigen leden hadden er weinig interesse in, dus nu beslist de top. Dat heeft iets pijnlijks. D66 is vanzelf een gewone partij geworden".

Hoe radicaal is het gedachtengoed na 50 jaar?

"Misschien ligt het radicale er vooral in dat de partij niet in het bekende links-rechts-schema wil passen. Daardoor blijft D66 voor de kiezer soms moeilijk te plaatsen. De partij ging van centrum-links naar, vanaf 2003, centrum-rechts. En nu weer iets naar centrum-midden. Het is een sociaal-liberale partij. Op sociaal-economisch terrein zijn ze soms rechts, op maatschappelijke en bestuurlijke thema's soms links. Het maakt ze ook kwetsbaar omdat ze erg afhankelijk worden van welk thema bij verkiezingen de boventoon voert. Bij 'Europa' zat D66 goed, ze werden in aantal stemmen zelfs de grootste van het land. Maar dat kan in maart bij de verkiezingen opeens een thema zijn waar zij in het nadeel zijn."

Heeft Alexander Pechtold de partij gered?

"De boel lag op zijn gat toen hij aantrad. Hij heeft het goed gedaan. Dat wordt altijd toegeschreven aan zijn welbespraaktheid, maar die professionalisering van de partij was minstens zo belangrijk. Net als Hans van Mierlo draagt hij persoonlijk het succes. Daarvoor geldt, meer bij D66 dan bij andere partijen: nothing succeeds like success. Dat alleen al trekt kiezers en Pechtold gebruikt dat behendig. Hij heeft bereikt dat de partij in 2014 even de grootste van Nederland was. Het enige wat hij nu nog moet bewijzen is dat D66 kan meeregeren zonder daarna in een diep dal te geraken. Dat is de grote uitdaging."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden