Review

Frisse douche uit Oxford: ongegeneerd pleidooi voor het christelijk geloof

Alister McGrath. Bruggen bouwen, over het effectief doorgeven van het christelijk geloof. Kok Voorhoeve, Kampen 1995; 318 blz., ¿ 44,90

Dus is het zaak die ruit schoon te maken. McGrath meent dat er allerlei punten zijn waarop je de mensen aan kunt spreken om hun duidelijk te maken dat God bestaat. Ze kennen allemaal een onvervuld verlangen. De tenniskampioen Boris Becker zei dat hij op het toppunt van zijn roem alles had, behalve vrede in zijn hart. Je zou hem aan moeten spreken op zijn verlangen naar God. Andere mensen kun je aanspreken op hun besef van goed en kwaad: dat moet toch ergens vandaan komen, en er moet toch een instantie zijn die morele verplichtingen bindend verklaart?

Zo is er meer waardoor je het bestaan van God aannemelijk kunt maken. Nu weet McGrath natuurlijk wel dat het geloof dat God bestaat nog iets anders is dan een reddend geloof, dat de deur open doet voor 'Gods verfrissende aanwezigheid', die te danken is aan het kruis en de opstanding van Jezus Christus. Om dat reddende geloof is het hem te doen, maar hij vraagt zich geen ogenblik af of wat je zelf over God kunt bedenken niet een hinderpaal is voor dat reddende geloof. Pascals uitroep dat de God van Abraham, Isaak en Jakob principieel anders is dan de God van de filosofen is hem vreemd.

Nu is McGrath een derde deel van zijn boek met deze dingen bezig en in de resterende twee derden gaat hij in op wat er in de universitaire wereld over God gezegd wordt en dan is hij op zijn best. Hij bespreekt de Duitse filosoof Feuerbach, die in de vorige eeuw gezegd heeft dat de méns Gód naar zijn eigen beeld geschapen heeft en dat God een wensdroom is. Hij trekt te velde tegen de Britse godsdienstfilosoof John Hick, die meent dat achter alle godsdiensten één en dezelfde goddelijke realiteit schuil gaat. Hick krijgt te horen dat hij alle godsdiensten dermate toetakelt dat ze allemaal onherkenbaar worden voor hun aanhangers, en dat zijn opvatting het produkt is van zijn eigen liberale culturele agenda.

McGrath, die zelf ook natuurkunde heeft gestudeerd, heeft ook heel wat te bespreken met mensen uit de natuurwetenschappen, en onder alle bedrijven door geeft hij dan glasheldere uiteenzettingen over het christelijk geloof. De zonde, de erfzonde, de incarnatie: het komt allemaal aan de orde. Aan de hand van Luther legt hij uit hoe je tegelijk rechtvaardig en zondaar kunt zijn. Het is als iemand die ziek is en die de dokter gelooft, die zegt dat hij helemaal beter zal worden. Hij houdt zich aan de opdrachten van de dokter en leeft naar zijn genezing toe. Zo laat je de zonde achter je, je gelooft God die zegt dat je rechtvaardig bent en je leeft toe naar het ogenblik waarop dat laatste ook te zien zal zijn.

Graag citeert McGrath G. K. Chesterton: “Worden alle mensen zalig?”. “We hopen heel erg dat dat zo zal zijn, maar we handelen vanuit de veronderstelling dat het niet zo is.”

“Wat het idee betreft dat de kerk in diskrediet is gebracht door de oorlog - ze zouden net zo goed kunnen zeggen dat de ark van Noach in diskrediet is gebracht door de zondvloed.”

Feminisme

McGrath gaat ook in op allerlei moderne stromingen. Over het feminisme heeft hij het volgende te zeggen: wanneer mannen vrouwen tiranniseren, dan is dat een gevolg van de zonde: zo heeft God man en vrouw niet geschapen. De patriarchale opvatting, dat een man die overspel pleegt eigenlijk het slachtoffer is van een vrouw die hem heeft verleid, schittert bij Jezus door afwezigheid. Jezus spreekt met vrouwen, en vrouwen, die in zijn tijd helemaal geen getuige konden zijn, zijn de eerste getuigen van zijn opstanding. In het jodendom werden alleen de jongens besneden, de christelijke kerk heeft vanaf het begin jongens èn meisjes gedoopt. In de Bijbel wordt vaak over God gesproken als over een man, maar dat is beeldspraak, zoals er ook vrouwelijke beeldspraak over God in de bijbel te vinden is. Maar als je aan God seksualiteit toe gaat schrijven val je terug in het heidendom.

Minder vriendelijk springt McGrath om met het post-modernisme. Als iets 'waar voor mij' kan zijn zonder dat het 'waar' is, is een pleidooi voor het fascisme dan even veel waard als een pleidooi voor een liberale democratie? McGrath is ervan overtuigd dat er algemeen geldige waarden zijn: antisemitische uitlatingen kunnen niet getolereerd worden.

Heel openhartig geeft McGrath aan het eind van zijn boek tips voor mensen die evangelisatie-toespraken houden. Als iemand een vraag stelt, wacht dan drie of vier seconden met je antwoord: de vraagsteller krijgt dan het gevoel dat hij een heel doordacht antwoord krijgt. Het marxisme is zo dood als een pier, maar aan de universiteiten (van oudsher een toevluchtsoord voor verloren zaken) heb je nog mensen die in Marx geloven. Gebruik in een gesprek met zo iemand gedachten van Marx om duidelijk te maken wat je bedoelt: zoiets is nooit weg.

Door de manier waarop het met de natuurwetenschappen bezig is, door de anekdotes die erin verteld worden en door zijn uitdagende redeneertrant is dit boek door en door Engels. Het is dan ook geschreven voor de bevolking van Engelse universiteiten en hogescholen. Maar het zou ook in Nederland een frisse douche kunnen zijn. Ik althans heb al in geen jaren meer een boek gelezen waarin iemand zo ongegeneerd met het christelijk geloof voor den dag komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden