Friezen laten de kievit nog heel even met rust

Marten Scheffer toont het eerste kievitsei dat vorig jaar in Harlingen werd gevonden. (FOTO REYER BOXEM)Beeld reyer boxem

Vanaf morgen mogen ze in Friesland weer kievitseieren rapen. Maar denk niet dat de zoekers bij het krieken van de dag al door de weilanden banjeren.

Het is nog niet zover, weet Marten Scheffer (61) uit Hitzum. Het mag zo zijn dat morgen het seizoen van ljipaaisykjen begint, het zou zinloos zijn het veld in te stormen. De kieviten zouden er maar om lachen.

Scheffer schat dat het nog zeker een week duurt voor ei één wordt overhandigd aan de commissaris van de koningin. Vorig jaar viel hem die eer te beurt. Op 6 maart vond Scheffer in een maïsveld tussen Arum en Lollum het eerste kievitsei. Toen waren er veel meer actieve dieren dan nu. „De temperaturen moeten nog wat omhoog. Ze moeten zich eerst nog settelen.”

Jan Holwerda (73) was de afgelopen vier jaar op Schiermonnikoog de eerste vinder, maar ook hij gaat morgen niet voor dag en dauw de weilanden in. Dat mag op Schier niet eens; vanwege een ganzenbeschermingsmaatregel mogen aaisikers op het eiland pas na half vijf gaan zoeken.

Maar ook Holwerda heeft het idee dat de natuur er nog niet klaar voor is. Die loopt op het eiland sowieso wat achter bij het vasteland. Holwerda: „Hoe zuidelijker, hoe eerder de kieviten gaan leggen.” Niet voor niets dat het allereerste kievitsei doorgaans helemaal niet in Friesland wordt gevonden, maar vorig jaar bijvoorbeeld in Eemnes, waar het mooi bleef liggen omdat alleen de Friezen mogen rapen.

Scheffer vindt rapen maar een raar woord. Alsof er keus te over. „Je moet echt zoeken.” En dan vooral in de lucht. De voormalige beroepschauffeur heeft er een dagtaak aan. „Ik ben de hele dag in het veld. Een thermosflesje koffie en een hapje brood mee en pas ’s avonds weer thuis. Je hebt er meer geduld voor nodig dan voor vissen.” Hij beschouwt de hele natuur, maar in maart zoomt hij in op het gedrag van de kieviten.

Vorig jaar had Scheffer geluk. Hij zag de hij en de jok – jargon van aaisikers – paren en daarna een nestje bouwen. „Zo mooi, om de beurt een strootje erin. ’s Avonds zei ik tegen mijn vrouw: ’Dat kon morgen wel eens een eitje zijn’.”

Later vond Scheffer ook het eerste ei van de gemeente Harlingen. Toeval zegt hij. „Ik ben hier ’s en ik ben daar ’s.” De vogelaar ontkent dat hij een strooptocht houdt door de Friese gemeentes. Maar hij maakte er wel werk van toen twee anderen ook het eerste ei van Harlingen claimden. „Ze hebben het uitgezocht. Ik had mijn vondst het eerst gemeld bij de politie.”

Rilana van der Meer (33) vond vorig jaar op 12 maart het eerste ei van de gemeente Tytsjerksteradiel. Ook zij is alert, kijkt goed naar het gedrag van de vogels in haar omgeving, maar gaat voorlopig niet op jacht. „Zodra de eerste van Friesland gevonden is, wordt het serieus.” Wil ze zelf niet de primeur van Friesland hebben? „Och, die kans is zo klein.”

(Trouw)Beeld reyer boxem
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden