Friesland doet liever aan 'Ferstopperke'

Hoe gaat het met de Friese taal? Allerlei taalbevorderende maatregelen zijn genomen, maar de praktijk is weerspannig. 'Ferstopperke' bekt gemakkelijker dan 'sideplakboartsje'.

Jonathan Huseman

'Ik noem een persoonlijk voornaamwoord en een werkwoord. Jullie maken er een zin mee', houdt docente Liskje Flapper haar zeven cursisten Fries voor. ,,Ik. Ite.” ,,Eh... ik...eh... yt...? Ik yt in...banaan?”, probeert een deelneemster. Op tafel ligt het Frysk Wurdboek. Het schoolbord staat vol vervoegde Friese werkwoorden: roppe,wurke, gean. De Nederlandstalige deelnemers oefenen grammatica, dialogen en begrijpend lezen. De meeste zijn onlangs in Friesland komen wonen, of werken in de provincie. Ze vinden het leuk om Fries te leren, het is makkelijk om de krant te kunnen lezen en vooral in kleine dorpen, waar in het gemeentehuis en de voetbalkantine alles in het Fries gaat, verbetert de kennis van de taal de sociale contacten.

Onderzoek van de onderwijsinstelling Afûk, die dit soort cursussen organiseert, wees vorig jaar uit dat ruim 90 procent van de inwoners het Fries verstaat, 74 procent het spreekt, de helft leest Fries en slechts 17 procent beheerst de taal schriftelijk. Toch is het Fries geen folklore voor een snel vergrijzend hobbyclubje. Alle Friezen die voor dit artikel zijn geïnterviewd verwijzen op een zeker moment naar ongrijpbare, moeilijk definieerbare woorden als 'cultuur', 'volksaard', 'gevoel'. Taal is een zaak van het hart. Bij hoog oplopende emoties of ontroering grijpen ze het liefst terug op de moedertaal. En is een hartszaak niet altijd strijd waard?

Ja, zegt nog steeds een meerderheid van de Friezen. Onze prachtige, klankrijke taal verdient verdediging en, liever nog, stimulans. Dat gebeurt volop, op allerlei terreinen en met veel geld. Maar helpt het? Zijn de Friezen -en de import Friezen -meer en beter Fries gaan spreken?

Daarover zijn de meningen verdeeld. Het hangt natuurlijk af van wat je onder goed Fries verstaat. Feit is dat de provincie en anderen een stortvloed taalbevorderende maatregelen treffen. Er is een uitgebreid cursusaanbod, er zit een Friese spellingscontrole op de Haagse pc's, plaatsnaamborden zijn tweetalig, miljoenen euro's gaan naar culturele organisaties en je hebt Omrop Fryslân, die dagelijks uitzendt, en sinds 1997 heet Friesland officieel Fryslân. Belangrijkste wapenfeit is de ondertekening door het Rijk van het Europees Handvest voor Minderheidstalen, waarmee het Fries in 1996 officieel de tweede Rijkstaal werd.

Sindsdien zijn de wettelijke mogelijkheden om het Fries te gebruiken in bijvoorbeeld de rechtbank en officiële stukken uitgebreid. Eerder al, in 1980, werd het verplicht leerlingen in het basisonderwijs Fries te geven, en de eisen zijn inmiddels gelijk aan die voor het Nederlands. Vanaf 1993 heeft het Fries een plek in de basisvorming van de middelbare school.

Het is een muur aan maatregelen, plannen en dromen. Nog los van vraag of het zinnig is waterwegen Fries te benoemen, is de praktijk weerspannig. Een verdachte mág Fries spreken in de rechtszaal, een brief aan de provincie mág in het Fries, een conducteur behoort Fries te verstaan, maar veelal komt het er niet van.

Gelijkwaardigheid bestaat niet echt, zegt Alex Riemersma van het Berie foar it Frysk, het adviesorgaan van de provincie. Taal moet je beleven, in de zorg, in het onderwijs, in cultuur, in opvoeding. En op al die terreinen valt veel te verbeteren. ,,In de rechtbank hoor je het niet”, zegt officier van justitie Oebele Brouwer, ,,de wettelijke mogelijkheden om het Fries te gebruiken zijn er al lang, maar in praktijk komt daar niet veel van terecht. Dat is doodzonde.”

Het is precies de teleurstelling van Jelle Breuker, oud beleidsmedewerker van de provincie. ,,De miljoenen euro's hebben allemaal niets geholpen. De daadwerkelijke beheersing van de Friese taal in woord en schrift is weinig verbeterd.” Hij is een van de weinige critici die het provinciaal beleid in twijfel trekt – een politiek taboe – en hij krijgt vanuit allerlei hoeken een defensieve reactie. Hoe durft die man, nota bene jaren medeverantwoordelijk voor het beleid, te spugen in de beker waaruit hij ooit dronk?

De taal gaat Breuker aan het hart en hij legt de lat hoog. Hij vindt dat het beleid slechts taalconsumptie (passief aanhoren) bevordert. Schriftelijk blijft het een inteelttaal voor een elite. Geen gangbare mening in Friesland. Oké, Friestalige ouders voeden hun kinderen steeds meer in het Nederlands op, veel leraren beheersen het Fries onvoldoende en minder dan vijftig procent van de jongeren spreekt Fries. Maar staan daar niet berichten tegenover dat de meerderheid van de Friezen positief over de eigen taal oordeelt, onlangs de honderdste leraar Fries afstudeerde, en een toename te zien valt van Friestalige trouw-en rouwadvertenties?

Die uitkomsten lijken niet met elkaar te rijmen. De crux zit hem erin dat Friezen vaak positief over hun taal spreken, maar daar niet altijd naar lijken te handelen. Institutioneel gezien gaat het de taal voor de wind. Maar de gelijkwaardigheid, zegt Riemersma, bestaat alleen op papier. Velen hebben het gevoel dat het Nederlands nog steeds boven het Fries staat. ,,Dit soort emancipatiebewegingen is het best samen te vatten met de metafoor: is het glas half vol, of half leeg?”

Het Fries is een oude taal, ouder dan het Nederlands, die in de 16e en 17e eeuw in de verdrukking raakt als vanuit Holland het Nederlands oprukt, vertelt Riemersma, die promoveerde op tweetaligheid. In de 19e eeuw ontstaat een emancipatiebeweging. In 1907 volgt een eerste subsidie voor de Friese taal. Vanaf 1937 mag facultatief Fries onderwezen worden.

De taal van het volk raakt met dank aan een strijdende elite langzamerhand erkend. De maatregelen ter bevordering van het Fries nemen in de tweede helft van de twintigste eeuw toe totdat Fries niet een extra taal náást het Nederlands is, maar een tweede, gelijkwaardige rijkstaal.

Verreweg het belangrijkst, maar in al zijn ongrijpbaarheid tevens het moeilijkst, is bewustwording van die gelijkwaardigheid. Het onderwijs speelt een cruciale rol. Sommige ouders wantrouwen het Fries omdat ze vermoeden dat het hun kroost met leerachterstanden opzadelt. Een oeroud en groot misverstand, zo zeggen alle beroepsfriezen. Kinderen leren gemakkelijk twee of drie talen tegelijkertijd, onder voorwaarde dat één taal de basis vormt en dat ze strikt gescheiden blijven. Formeel horen leerlingen bij de afronding van hun lagere school even goed Fries te spreken, lezen en schrijven als Nederlands, maar dat is veel te hoog gegrepen.

,,Het is als met het milieu. Iedereen vindt het o zo prachtig, maar niemand heeft er geld of inspanning voor over”, zegt Breuker. Hij wil óf een eind aan de financiering, óf een grootschalig en onafhankelijk onderzoek waaruit moet blijken wat Friezen voor hun taal over hebben. ,,Dat laatste is altijd in het diffuse gelaten. De overheid regelt het, wij zingen het Friese volkslied wel mee. Maar welke inspanning heb jij wezenlijk voor het Fries over? Ga jij de facto op cursus? Ga jij de facto Fries spreken? & (null); Riemersma wijst erop dat het een proces van lange adem is en Breuker wat kort door de bocht gaat. Maar ook hij vindt dat nu de zwaar bevochten wetten er zijn, het aan de Friezen zelf is.

Wie als niet-Fries in Friesland komt wonen, doet er verstandig aan de taal op zijn minst te verstaan. Wie bij de overheid werkt moet het verplicht leren. Jaloers wijzen beroepsfriezen naar Baskenland of Wales, waar de minderheidstalen verplicht zijn in tal van functies. Het is economisch aantrekkelijk om het Baskisch te beheersen.In Friesland is het Fries hooguit een aanbeveling. Ziehier het probleem in een notendop. De (Friese) overheid komt om in beleidsmaatregelen, maar niet-Friestaligen tonen soms meer belangstelling dan achteloze Friezen zelf. Zo'n duizend cursisten melden zich jaarlijks bij Afûk aan. Oefenen blijkt lastig doordat Friestaligen ontzettend snel overschakelen op het Nederlands. ,,We zijn veel te beleefd”, vindt Oebele Brouwer.

En dat is Astrid van Heusden met hem eens. Na een weddenschap poogt ze nu 'geef Frysk' te leren in het klasje van Liskje Flapper. De waarnemend huisarts woont sinds vijf jaar in een klein Fries dorp waar '98 procent Fries spreekt'. Voor haar werk heeft ze de taal niet nodig: ,,Ze spreken tóch Nederlands.” Maar ze wil 'meedoen'.

,,Het is geen aanpassen, als het zo voelt: in welke toren leef je dan?”

Bijkomend voordeel: haar drie kinderen, die worstelen met het Fries, worden zelfverzekerder als ma ook Fries spreekt. ,,De tweede kwam eerst jankend uit school, bang om uitgelachen te worden. Het is indringend, zo'n hele dag Fries. Maar ik vind het geen probleem, het is een prima school. De derde hoor ik er niet over. Die zit met een Friestalige vriendin op de achterbank en dan spreken ze beide hun eigen taal, die kunnen uitstekend communiceren. En daar gaat het om, dat je elkaar verstaat.” Ze vindt dat Friezen zichzelf tekort doen. ,,Jullie hebben ons echt niet nodig om het Fries te behouden.”

Waarom zou je de taal willen behouden? Waarom al die centen uitgegeven als de sprekers het kennelijk niet de moeite waard vinden hun taal te spreken? Oebele Brouwer: ,,Kan Nederland zonder het Nederlands? Zouden we stoppen met ademen? Nee, maar je pakt iets heel wezenlijks af.” Alex Riemersma beklemtoont de culturele en taalkundige verscheidenheid. ,,Wil je die behouden, dan dien je er wat aan te doen. Zo niet, schaf dan de hele handel maar af, dan schakelen we over op Engels en McDonalds. Dat kan ook. Is veel goedkoper. Maar dat willen we nou eenmaal niet. We vinden die verscheidenheid kennelijk belangrijk voor ons welbevinden.”

Toch zullen de wetten en instituten de demografische veranderingen, de duizenden anderstaligen, niet kunnen opvangen, meent Riemersma. ,,Je kunt geen inburgeringcursus Fries verplicht stellen. Maar daarmee is het Fries nog niet zinloos geworden. Als de extreme kant niet werkt, beperk je je dan maar tot laissez faire? Of kijk je naar mogelijkheden tot beïnvloeding en stimulering?” Elke wet is een stimulans én een bescherming, vindt hij, tegen extreme figuren, die niets met Fries te maken willen hebben en van hun burgemeester eisen dat hij er geen cent aan besteedt. ,,Die vinden een volk, een land, een taal. Basta. Tegen zo iemand fungeren die wetten.”

Ondertussen herkent iedere Fries de situatie waarin op een vergadering Nederlands gesproken wordt, terwijl in de wijde omtrek geen Nederlander te bekennen valt. Of dat hij de bank belt en tot vier keer toe het adres moet herhalen, omdat een juffrouw in een callcenter elders in het land hem niet verstaat. En zeker het gesproken Fries is meer en meer verfriest Nederlands.

'Ferstopperke' bekt immers makkelijker dan 'sideplakboartsje'.

Wie dat erg vindt, zal somber gestemd zijn over de toekomst van het Fries. Riemersma: ,,Dialectisering betekent opgave van taalkundige zelfstandigheid.” Niettemin is hij gematigd positief. Onder één voorwaarde: Friezen moeten binnen de provinciegrenzen zonder schroom Fries spreken. Dat is niet onbeleefd. Fronst de gesprekspartner de wenkbrauwen, dan kan het altijd nog in het Nederlands.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden