Fries museum geeft beeld van leven op terpen

Het museum is vandaag open van 9.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 17.00 uur en morgen van 14.00 tot 17.00 uur. Daarna is het dicht tot 1 mei.

Voor de strijd tegen het water moet men naar Wommels, een plaatsje tussen Bolsward en Leeuwarden. Daar ligt 'It Tsiispakhus', een museum in een kaaspakhuis. Acht jaar geleden wilde de gemeente 'It Tsiispakhus' aan het Ald Hiem in Wommels afbreken en er een modern postkantoor voor in de plaats zetten. E. J Bootsma, secretaris van het museum: "Het pand zag er wel haveloos uit, maar de muren en het dak waren nog stevig. Een modern gebouw zou geheel misstaan" .

Bootsma noemt het kaaspakhuis, dat dateert uit 1905, bepalend voor het aangezicht van Wommels. "Als je bijvoorbeeld met een boot over de 'Boalserter Trekfeart' Wommels binnen vaart en je ziet de brug met daarachter het 'pakhus', dat is zo mooi. Een uitzicht dat gewoon bij Wommels hoort, want Wommels is van oorsprong een echt kaasdorp" .

Juist die handel in kaas heeft het weidedorp Wommels ontwikkeld. Kooplieden kochten rond de negentiende eeuw kazen op van de boeren uit de omtrek en later van de zuivelfabrieken. Deze kazen werden opgeslagen op de 'kaaszolders' van hun koopmanshuizen. Later werden er speciale kaaspakhuizen gebouwd. In eerste instantie was de kaas voor de mensen uit de omgeving bestemd, maar rond 1920 werden de kazen ook geexporteerd buiten Friesland, vooral naar Amsterdam. D. E de Hoop, een van de vier oprichters van het museum: "Maar met de komst van de stoomzuivelfabrieken verdween in Wommels de kaashandel. Na de jaren zestig werd het kaaspakhuis niet meer voor de opslag van kaas gebruikt. Er werd af en toe iets anders opgeslagen. Voor de rest stond het pand vaak leeg."

Gek stel

Vervolgens was er geen bestemming meer voor 'It Tsiispakhus'. "Om toch een oplossing voor het pakhuis te vinden, hebben we met vier man in 1984 de koppen bij elkaar gestoken. Een landbouwredacteur, een officier van justitie, een landbouwer en een assurantie-adviseur. We waren een gek stel, al zeg ik het zelf" , zegt De Hoop, de landbouwer.

"We wilden 'It Tsiispakhus' van buiten precies zo houden als het was. Om geld voor het gebouw te krijgen, want wat is een terp-, kaats- en kaaskoopmansdorp zonder kaaspakhuis, hebben we 25 welgestelde Wommelers opgezocht. We hebben gevraagd of we duizend gulden renteloos konden lenen. En dat is gelukt. Met dit bedrag hebben we het vervallen pakhuis gekocht. In 1985 hebben we de Stichting 'It Tsiispakhus' opgericht."

Gelukkig kwam er ook steun van de Stichting Wommels, die educatieve doeleinden nastreeft. Ooit opgericht om de jeugd te kunnen laten studeren, maar nu de studiebeurs er is kan met het geld iets anders worden gedaan.

"Toen hadden we het pand, maar dat was nog maar het begin" , vertelt Bootsma, de assurantie-adviseur. "We moesten met de restauratie beginnen. Meer dan duizend uren hebben wij met onze vrijwilligers gewerkt om het pakhuis in oude staat te herstellen. Ook de leerlingen aan de LTS in Bolward hebben meegewerkt. Zij hebben de oude deuren gerestaureerd. Verder moest de vloer worden verlaagd, elektriciteit aangesloten, de muren gepleisterd en geverfd" .

Vervolgens kwam de inrichting van het 'watermuseum'. "Veel hebben we 'voor langdurig gebruik' gehad van het museum 'het Coopmanshus' in Franeker, dat in 1983 een tentoonstelling hield over de Slachtedijk. Dat is een 42 kilometer lange, kronkelende, dijk in Friesland, die van Oosterwierum naar Oosterbierum gaat. Anderhalve meter hoog, en al daterend uit 900 na Christus, in de tijd dat de terpbewoners zich gingen beveiligen tegen het water" , vertelt Bootsma. Hij vervolgt: "Ze verbonden elke terp door middel van een dijk. Zo ontstond de binnendijk. Langs deze dijk staan mooie oude dykshuzen (dijkshuisjes) en in de dijk zitten tien silen (sluizen). Deze silen kunnen nog steeds afgesloten worden. De laatste keer gebeurde dat trouwens in 1987: het water in Harlingen kwam toen heel erg snel omhoog."

Het museum heeft verder veel materiaal van de Friese Waterschappen in bruikleen. Bootsma: "Dat varieert van voorwerpen om de dijk te beschermen tot landkaarten. Ook hebben we zelf veel voorwerpen op de kop getikt en hebben we nog oude inventaris die herinnert aan de kaastijd in Wommels. De voorwerpen met de meeste waarde zijn wel de terpvondsten, die we van het Fries Museum in bruikleen hebben. Dit zijn allemaal voorwerpen, heel gaaf nog, van de mensen die 500 voor Christus de terpen bewoonden" . Ze geven een goed inzicht in hoe de terpen ontstonden. "Eerst kwamen de mensen om hun beesten te laten grazen. Omdat er genoeg te eten was, zijn deze mensen vermoedelijk in dit gebied gebleven en hebben zij zich op de hoogste wallen gevestigd. Om zich tegen de eeuwige vijand, het water, te beschermen, moesten ze deze wallen telkens weer ophogen" .

De oprichters waren erg tevreden toen een museum-inrichter, een 'oud-Fries', aanbood het museum verder vorm te geven. Op 9 juni 1990 werd het museum geopend. "Om de financien blijvend op peil te houden hebben we een jaar na de opening in Wommels een 'stipersactie' (donateurs) gehouden. Dat heeft een jaarlijks terugkerend bedrag van ongeveer vierduizend gulden opgeleverd. Meer dan de helft van de gezinnen in Wommels is stiper" , vermelden de oprichters niet zonder trots.

Een van de aardigste dingen in het museum is een gipsen afdruk uit 1893 van de 'januskop' van de Stiennen Man, het beeld dat in Harlingen langs de zeedijk staat. Hier hoort een legende bij. De Hoop: "Hij lacht naar het land en hij kijkt zwart naar de zee. Hij is boos als de zee het land overspoelt. Vroeger hing deze stenen man mensen op die hun land niet goed tegen de zee beveiligden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden