Fries, dus zonder concessies

Friesland krijgt zijn eerste museum voor moderne kunst. Museum Belvédère is er vooral gekomen dankzij de inspanningen van de eigenzinnige 'kunstbevorderaar' Thom Mercuur.

'Jongens waren we.'' Met deze eerste zin uit Nescio's 'Titaantjes' typeert Thom Mercuur (64) uit Gersloot de drie-eenheid die hij in de jaren vijftig vormde met de Friese schilders Boele Bregman en Sjoerd de Vries.

,,We waren nog niks. We zouden weleens laten zien hoe het moest. We droomden van een eigen museum voor moderne kunst. We hebben toen afgesproken dat ik er maar voor moest zorgen dat er zo'n museum kwam in Friesland, want daar wilden we blijven, dat hun schilderijen daar kwamen te hangen en dat ik als de 'koekebakker' uit 'Titaantjes' voor directeur mocht spelen.''

En nu is het eindelijk zover. Op 24 november opent Museum Belvédère zijn deuren en zwaait Thom Mercuur de scepter over een bijzondere collectie kunstwerken. Bijzonder, omdat voor het eerst het werk van belangrijke Friese schilders als Jan Mankes, Thijs Rinsema, Tames Oud, Gerrit Benner, Boele Bregman, Willem van Althuis en Sjoerd de Vries onder één dak tentoongesteld wordt. Zij krijgen gezelschap van geestverwanten uit binnen- en buitenland. Maar vooral, benadrukt Mercuur, wordt Museum Belvédère voor de Friese kunstenaars ,,een thuishaven, een plek die ze als eenlingen in de kunst nooit hebben gehad''.

Dat juist Friese kunstenaars eenlingen zijn die zich nooit hebben verenigd zoals hun Groningse collega's dat deden in kunstkring De Ploeg, verklaart Mercuur uit de volksaard. ,,Groningers gaan samen vissen, Friezen doen dat in hun eentje. Het vormen van groepen is hier nooit gelukt; ze krijgen ook meteen ruzie.'' Zonderlinge Friezen vind je volgens Mercuur ook in andere sectoren, zoals de astronomie (Eise Eisinga) of onder boeren die zich op hoog niveau met allerlei wetenschappen bezighielden.

Hoewel bekend binnen en buiten de Friese kunstwereld, is verzamelaar Thom Mercuur zelf eigenlijk ook een eenling. Hij schopt graag tegen heilige huisjes en heeft een eigenzinnige visie op kunst, die hij overal met verve uitdraagt. Dat zal straks ook in Museum Belvédère gebeuren. Hij heeft een team van vijf mensen tot zijn beschikking, maar uiteindelijk beslist híj wat waar komt te hangen. Die vrijheid heeft het stichtingsbestuur hem gegarandeerd.

Zijn uitgangspunt is het leggen van dwarsverbanden in de Friese moderne kunst. Zo komt er bijvoorbeeld een aparte 'Dada-ruimte' met werk van Thijs Rinsema en hangen verderop aanverwante dadaïsten. ,,Ze kenden elkaar niet en het is mijn taak verbanden te leggen in museaal opzicht.'' Het financieel beheer geeft hij overigens wel uit handen. ,,Ik heb een zakelijk leidster die mij uit de wind moet houden. Kunst aankopen is voor mij verleidelijk. Ze moeten mij in de gaten houden.''

Zijn museum, een ontwerp van architect Eerde Schippers, biedt ruimte aan de permanente collectie en aan wisselende exposities, gescheiden door een centrale ruimte. Mercuur heeft de beschikking over zijn eigen collectie moderne kunst, maar ook kunstenaars en verzamelaars stonden met liefde werken in bruikleen af voor het Belvédère. Bovendien, vertelt Mercuur, is het de laatste jaren gemakkelijker geworden om van andere musea kunstwerken die in depot liggen in bruikleen te krijgen. Maar ook daar geldt: geen concessies. ,,Stel, ik kan een Picasso krijgen maar hij past niet bij de collectie, dan komt hij er niet in. Ik ga niet op namen af. Ook een anoniem schilderij kan kwaliteit bezitten en heel belangrijk zijn voor de collectie. Dat durf ik wel op te hangen.''

Meedoen aan 'de race om de bezoekersaantallen' wil Mercuur ook al niet. ,,Het museum is een eiland in de natuur, een monument voor kwetsbaarheid waar alleen de beleving van de kunst telt'', omschrijft hij die keuze.

Zijn onverzettelijkheid en koppigheid mogen een belangrijk aandeel hebben geleverd in het totstandkomen van Frieslands eerste museum voor moderne kunst, Mercuur relativeert dat ook weer door twee andere kunstliefhebbers erbij te betrekken. Hans Wezenaar en Jaap van den Kerkhoff, beiden afkomstig uit het bedrijfsleven en respectievelijk voorzitter en secretaris van de stichting. ,,Zonder hen was het ook mij niet gelukt.''

Hij ontmoette Wezenaar toen hij eigenlijk ten einde raad was. Jarenlang had hij, ook als conservator van het Fries Museum in Leeuwarden in de jaren tachtig, geijverd voor een eigen plek voor Friese kunstenaars. Begin jaren negentig bedacht hij een nieuw plan: een museum, ontworpen door Aldo van Eyck, aan de oevers van het Tjeukemeer. Maar de provincie Friesland en het Fries Museum waren tegen. Vervolgens liet hij, samen met Hans Wezenaar, zijn oog vallen op de gerestaureerde uitkijktoren Belvédère in de bossen van Oranjewoud. Ook dat ging niet door: de toenmalige staatssecretaris Geke Faber vond het museum niet passen in de ecologische hoofdstructuur. Mercuur: ,,Daar was met haar helemaal geen discussie over mogelijk. Dat zit me nog steeds dwars.''

En toen, eind jaren negentig, viel ineens alles op zijn plaats. 'Keepersgeluk' viel Mercuur en de zijnen ten deel. Staatsbosbeheer wilde de noordelijke aanleg van landgoed Oranjewoud reconstrueren en de combinatie met een museum was aantrekkelijk. De gemeente Heerenveen werkte mee, want die zag ineens een recreatiegebied bij een nieuwe woonwijk ontstaan. En ook de financiering (onder meer uit Europese gelden) kwam rond.

Belvédère is gesitueerd aan het einde van het landgoed dat ooit aan de Oranje Nassau's toebehoorde. Het is een lange doos van 104 meter lang en 13 meter breed, opgetrokken uit Duitse basaltsteen, met in het midden het museumcafé dat over het water is gebouwd. Daar hebben bezoekers aan beide kanten een prachtig uitzicht. In de verte zijn de contouren van het dorpje De Knipe te zien. Daar ligt de in 1980 overleden schilder Boele Bregman begraven.

Bregman, van oorsprong loodgieter, zei ooit over kunst: ,,Het moet niet mooi wezen, het moet goed wezen.'' Mercuur voegt nog iets toe aan de woorden van zijn oude vriend. Hij haalt graag de woorden aan van Jan Hoet, oud-directeur van het Museum voor Moderne Kunst in Gent: ,,Kunst biedt geen duidelijke antwoorden, het biedt alleen maar vragen. Een bezoeker raakt ervan in de war en dan zit de mens op het goede spoor''.

Eind september moet het museum, waar nu de schilders aan het werk zijn, klaar zijn. Dan duikt Thom Mercuur in zijn eentje de verschillende ruimtes in. Voor de eerste vrije expositie heeft hij gekozen voor werk van Willem van Althuis. Maar wat waar komt te hangen in de permanente collectieruimtes, weet hij nog niet. Eén ding staat wel vast: ,,Elk schilderij dat ik ophang moet mij innerlijk raken. Emotionaliteit, dát wil ik laten zien.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden