Review

Freud helpt vooral de 'niet-gekken'

,,Als een maagd valt, valt zij op haar rug.' Treffender dan met dit Oostenrijkse spreekwoord kon Sigmund Freud zijn 'Psychopathologie van het dagelijks leven' niet samenvatten. Dit vroege hoofdwerk van de psychoanalyse verscheen onlangs in vertaling als vijfde en laatste deel van de goedkope Kleine Freud Bibliotheek. Het is voor zijn doen zeer toegankelijk, vrolijk van toon en slechts mild vrouwonvriendelijk.

Freud benadrukt dat zijn theorie-blunders zijn niet 'toevallig', maar juist zwanger van betekenis-weinig meer is dan boerenwijsheid, een stelling die iedereen eigenlijk vanzelfsprekend vindt. Behalve als het ons slecht uitkomt, en dat komt het bijna altijd. Daar zijn het immers blunders voor.

Waar gaat het om, in onze tijd niet minder dan in die van Freud? Je moet naar die rotles toe, maar verzuimt je boeken mee te nemen. Je bent geïrriteerd door een collega, en prompt kan je niet op zijn naam komen. Je besluit een brief plichtmatig met hartelijke groeten, maar vergeet de r. Je wilt je bank opbellen, maar draait het nummer van je vader (of andersom). Omdat het aan elkaar uitleggen van dergelijke 'symptoomhandelingen' gecompliceerd en meestal pijnlijk is, zien we er wijselijk vanaf. Het kan iedereen overkomen en dus zwijgen beide partijen.

Deze sociale conspiracy of silence werd pas in 1901 ontmaskerd, door een jonge Weense psychiater die op zoek was naar munitie om zijn leer van het 'onbewuste intieme zieleleven' kracht mee bij te zetten. Met een haast diabolisch genoegen gooide Freud letterlijk honderden gevalsbeschrijvingen in de strijd, een mitrailleursalvo van anekdoten waarmee hij zijn tijdgenoten hun verborgen driftleven in al zijn infantiele glorie onder de neus wreef.

Door alle figurerende koetsjes, barbiermessen en inktpotten maakt het boek tegenwoordig de indruk van een curieuze Victoriaanse moppentrommel, en daarbij zijn Freuds analysen soms tamelijk vergezocht. Wel zijn ze altijd haarscherp en vol droge humor opgeschreven. Ook de crux is meer dan duidelijk: sommige handelingen worden gestuurd door krachten waarvan de mens zich niet bewust van is, maar die wel aangetoond kunnen worden, zij het achteraf. Kennelijk leven deze krachten 'verdrongen' in het 'onbewuste'. Hun terrein beslaat dan ook de taboe-onderwerpen lust, angst en agressie.

Het doelbewust voor een groot publiek geschreven werk was onmiddellijk een doorslaand succes, en niet alleen door Freuds claim dat hij chronisch faalgedrag, zoals 'hysterische' verlammingen en passiviteit, kon genezen met psychoanalyse. Ook onder zijn psychiatrische vakbroeders werd zijn boek juichend ontvangen. In een tijd waarin de oorzaak van psychiatrische ziektebeelden werd gezien in sensibele zenuwbanen, gedegenereerde spermacellen en afwijkende schedel omtrekken, betekende Freuds concept van de 'psychische ziekte' niets minder dan het begin van een revolutie. Ook zijn kwalitatieve in plaats van kwantitatieve visie hierop, die inhoudt dat wij ons allen op een glijdende schaal bevinden die van 'gek' naar 'normaal' loopt, opende een nieuwe horizon. Uitdagend stelde hij dat ,,iedereen voortdurend zijn medemensen psychisch analyseert, en hen daardoor beter leert kennen dan eenieder zichzelf. Maar de weg naar het opvolgen van de Griekse vermaning 'Ken uzelve', voert via de bestudering van de eigen, schijnbaar toevallige handelingen en verzuimen.'

Freud riep tegelijkertijd een storm van protest en discussie op, die tot de dag van vandaag voortduurt. Aanvankelijk groeide op de golven van deze discussie de psychoanalytische beweging. Horden artsen, psychologen en schrijvers togen naar Wenen om bij Freud hun licht op te steken, om terug te keren als bekeerlingen. De psychoanalytische praktijkjes en verenigingen schoten als splijtzwammen uit de grond. Overal bouwde men euforisch verder aan het denkbeeld dat de mens geen kwetsbare hoop organisch materiaal is, maar geregeerd wordt door de blinde honger naar seks, angstverdoving en (zelf)destructie, waarvan de wetmatigheden worden verankerd in de kindertijd. Vond men dit alles niet terug in de kunst, de politiek, de religie, en in de ene oorlog na de andere oorlog? Hele continenten werden ontdekt in het eigen hoofd.

De geschiedenis van de kring adepten die zich formeerde rondom Freud, leest dan ook als een boeiende roman fleuve, vol broederschap en verraad, homo-erotiek en femmes fatales, dozijnen triomfantelijke worstelingen met de muze, in een bedje van zelfmoord, drugsverslaving en psychotische waanzin. Uit deze soap-achtige verhaallijnen destilleren cultuurhistorici nog steeds een onafzienbare stroom Freudiana, waarvan de essay-bundel 'Een eeuw Freud' van psycholoog Jaap Bos, een van de meest recente exemplaren vormt.

Interessant aan Bos is dat hij bij voorkeur schrijft over Georg Groddeck, een Duitse arts die inmiddels wat in de vergetelheid dreigt te raken. Groddeck trok Freuds leer van het onbewuste door tot zijn uiterste consequentie. Hij beweerde dat de mens bezield wordt door wat hij 'Es' noemde, ,,iets wonderbaarlijks dat alles wat hij doet en wat er in hem gebeurt, reguleert'. Het Es huist in ieder woord, iedere herinnering, ja, in elke lichaamscel. Omdat het onbewust is kan het ongestoord doen waar het zin in heeft: als het wil luieren, maakt het zijn gastheer ziek, als het wil werken wordt deze weer beter. Via slinkse omwegen-gebaartjes, versprekingen, flauwtes-manipuleert het sociale situaties en communiceert het met het Es van anderen, zonder dat de bezitters ervan er iets van doorhebben. ,,De stelling 'ik leef' is maar in betrekkelijke zin juist', schreef Groddeck dan ook in zijn maffe, maar dolkomische 'Boek van het Es', 'de mens wordt door het Es geleefd.'

Freud nam Groddecks idee in 1923 in gematigde vorm van hem over, door dit Es tegenover een Ego en een Super-Ego te plaatsen, twee (half)bewuste lagen in de geest die de haast mystieke almacht van Groddecks Es moesten temperen. Freud hechtte immers ook grote waarde aan het afweermechanisme 'sublimatie', dat de woest kolkende Es-driften zou omzetten in werkkracht, plichtsbesef en kunstzinnigheid. Met als beloning de continuïteit van een gefrustreerde, maar relatief vreedzame samenleving.

Hoewel Freud de religie zag als een uiting van neurotische hoop op geborgenheid, in een angstaanjagende wereld, zijn de bijbelse trekken van de psychoanalyse overduidelijk. Het is in wezen 'Gods hand' waarover Groddeck en Freud spreken, met als verschil dat hun sturende kracht haar strijd tussen rede en redeloosheid geheel in óns uitvecht. Ook verder liggen de vergelijkingen voor het oprapen. Freud is een heuse 'messias', wiens apostelen over alle windstreken uitzwermden en analytische kerken stichtten totdat de hele wereld 'zijn woord' sprak, en bij vertwijfeling te biecht ging op een divan.

Ondanks de tientallen freudiaanse concepten waarmee de beweging onze samenleving inmiddels heeft doordrenkt-gelijk het christendom ooit deed-is het heilige er allang vanaf. Dat komt door de persoon Freud, die achteraf behalve een ziener óók een bedrieger, seksist en medisch warhoofd bleek te zijn. De Amerikaanse neofreudiaan Willard Gaylin wijst er in zijn therapeutische handleiding 'Praten alleen is niet genoeg' nog maar eens op dat de psychoanalyse nauwelijks iets zinnigs had te zeggen over harde ziektebeelden als manie en schizofrenie.

Anderszijds zijn de vele ambulante psychotherapieën, waar wereldwijd tientallen miljoenen mensen mee worden behandeld, stuk voor stuk ontstaan uit de geschriften van Freud. Nog steeds geldt dat 'men lijdt aan zijn herinneringen', terwijl het praten hierover geneest. Maar niet altijd. Psycho analyse kan een ramp zijn voor de passieve en narcistische patiënt, die maar al te bereid is om de rest van zijn leven over zichzelf te praten. ,,Met name wanneer hij een passieve analyticus heeft die bereid is hem te begeleiden op een levenslange reis naar nergens.'

Het is volgens Gaylin hem dan ook tijd voor een herwaardering van Freud. Alleen praten is niet genoeg. Bij psychotische, antisociale en zwaar paranoïde patiënten helpt de psychoanalytische methode eenvoudigweg niet. Mensen in therapie dienen immers niet slechts inzicht te krijgen in hun problemen, hun moet vooral worden geleerd de problemen 'vandaag' te gaan oplossen door te experimenteren met nieuw, gezond gedrag.

Analyse werkt dus alleen voor de gemiddelde getroubleerde mens die hulp nodig heeft om zijn lot te begrijpen, en bovendien gemotiveerd is om hier ook iets mee te doen. Zonder die motivatie groeit het inzicht, maar verandert er niets.

Het is duidelijk dat de totale mislukking van de psychoanalyse in de klinische psychiatrie, en haar gigantische succes als cultuurtheorie, wordt veroorzaakt door het enorme inzicht van Freud en de zijnen in het gedrag van normale mensen.

Terwijl de vermaaksindustrie bijkans kapseist door de uitbating van verwrongen seks en agressie, blijven velen ontkennen dat een onbewust driftleven ook in hun leven een rol speelt. Freud ving dit fenomeen in een mooi woord, waarvan het allesverklarende karakter hem overigens terecht in de schoenen wordt geschoven. Afweer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden