Freek de Jonge, je snapt de ironie van Paulus gewoon niet

Dit jaar is uitgeroepen tot Paulusjaar. Deze apostel speelde ironisch met alle opvattingen waarmee we onszelf en anderen klem zetten.

Toch beweert cabaretier en domineeszoon Freek de Jonge dat geloof en ironie niet samengaan. Een vergeeflijk gebrek aan bijbelkennis. Domineeszonen moeten hun aandacht verdelen tussen giechelende gemeenteleden en de Bijbel, waarbij de laatste lang niet zo’n leuk jurkje aan heeft.

Het grootste deel van het Nieuwe Testament is een brievenboek, bestaande uit post van Paulus. Zijn taal sprankelt van ironie. Zo zegt hij dat hij onder de zondaren een eerste plaats inneemt, dat hij het in het jodendom verder heeft geschopt dan zijn collega-farizeeërs en dat hij meer dan wie ook in ’tongen’ spreekt.

Wie denkt dat hij dat allemaal echt meende, zal hem net zo’n opschepper vinden als Freek toen die suggereerde dat hij de beste cabaretier van Nederland is. Of sprak die ook ironisch?

In een ironische uitspraak zeg je iets anders dan wat je bedoelt. Dat zaait verwarring. Ironie kan zo een weg openen naar een onbekende, weidse ruimte, als in een bevrijdende lach. Precies het oogmerk van Paulus.

Als hij bijvoorbeeld verklaart dat hij Olympisch kampioen zondigen is, dan wil hij ons daarmee verlossen van getob over onze fouten en tekorten waardoor we kleumend in onszelf blijven ronddraaien.

Want als hij de grootste zondaar is, dan valt er aan onze kruimelzonden toch zeker een apostolische mouw te passen.

Vaak echter werden zijn ironische uitspraken letterlijk genomen. Zo is hij ten onrechte tot een dogmatische vrouwenhater gemaakt, een homoklopper, verdediger van de slavernij en van gehoorzaamheid aan de overheid (nota bene terwijl Paulus zelf met de autoriteiten voortdurend overhoop lag).

Een voorbeeld van een verkeerd begrepen uitspraak staat in zijn eerste brief aan een kerkje in Korinthe. Daar zegt Paulus dat ’de natuur’ zelf leert dat vrouwen een hoofdbedekking moeten dragen.

Wie beseft dat hij nooit een beroep doet op de natuur, snapt dat hij ironisch het (stoïcijnse) standpunt van zijn tegenstanders aanhaalt. Die vinden dat vrouwen van nature onderdanig zijn en daarom het hoofd moeten bedekken. Biology is destiny, zouden ze vandaag zeggen.

In dezelfde brief geeft hij aanwijzingen hoe vrouwen in de eredienst moeten profeteren. Daarna volgt echter ineens het gebod dat ’vrouwen gedurende uw samenkomsten moeten zwijgen’. Dit moet wel toegevoegd zijn door anderen. Al tijdens zijn leven werd getracht om die vreemde Paulus te ’integreren’ in de heersende religieuze cultuur (vandaag nog steeds). Venijnig noemt Paulus zulke mensen ’valse broeders’ en ’schijnapostelen’.

Zelf zag hij de kerk als een niet-discriminerende gemeenschap van mannen, vrouwen, joden, niet-joden, slaven, vrijen, heiligen, zondaren, rijken, armen, analfabeten en geletterden. Bijna tweeduizend jaar geleden roeide hij op tegen de massieve vooroordelen en sociale gewoonten die voor velen achterstelling en onderdrukking betekenden.

Niet erg realistisch? Paulus kon niet anders. Op weg naar Damascus had hij een godservaring gehad die hem blind sloeg. Hij verloor zijn gewone manier van kijken, die scheiding maakt tussen de mensen. Voortaan keek hij met de ogen van God en zag dat alle mensen, zonder uitzondering, kinderen van de Ene zijn.

In zijn brieven noemt hij tientallen vrouwen als medewerkers en ook een weggelopen slaaf. Vanuit zijn buik smeekt hij diens eigenaar, Filemon, om hem weer te verwelkomen, ’niet meer als een slaaf maar als een geliefde broeder’. Moeite had hij met homoseksualiteit (in zijn tijd vaak een vorm van pederastie).

Paulus reisde veel en bracht overal waar hij kwam een cabareteske verscheidenheid aan mensen bij elkaar. Hij zong voor hen over de liefde: ’Had ik de liefde niet, dan was ik niets’. Ook ging hij met de pet rond voor de arme Joodse christenen in Jeruzalem, in een tijd dat hulp geven aan een ander volk een komische gedachte was, zeker als het Joden betrof.

Vergeleken met de imponerende ’schijnapostelen’, vonden velen hem maar een dwaas mannetje. Hij reageert: ’U die zo verstandig bent, verdraagt dwazen toch met het grootste gemak. Tenslotte verdraagt u het ook dat men u tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven u verheft en u beledigt.’

Het geheim van zijn optreden was de vrijheid van Christus die door zijn leven waaide. Ironisch concludeert hij: ’Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zoveel mogelijk mensen te winnen.’

Daarbij werd hij geconfronteerd met veel boegeroep, inclusief scheldpartijen, steniging, zweepslagen en gevangenschap. Voor de rechtbank moest hij de argumenten van de beste juristen van zijn tijd weerleggen. Hij was voor de hele wereld ’een schouwspel geworden’.

Al vroeg zet hij scherp zijn thema neer: ’Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrije burgers, mannen of vrouwen – jullie zijn allen één in Christus.’

Alleen wie dat gelooft, kan de ironie van Paulus begrijpen.

Let je op, Freek?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden