Free fights

Die oerdrift tot geweld moet zich toch érgens ontladen?

LEONIE BREEBAART

Net toen de discussie over ontgroenen iets geluwd was, kwam deze week het nieuws naar buiten dat voetbalhooligans regelmatig in het bos afspreken om een potje te knokken. Is dat ook erg? Net zo erg of helemaal niet erg? Zelf vond ik de een-op-eengevechten, de free fights, eigenlijk beschaafder dan de ontgroeningen, waar ouderejaars eerstejaars mogen vernederen en mannen vrouwen te kijk mogen zetten. Maar overeenkomsten zijn er ook. Beide praktijken lijken een protest tegen de eisen die de moderne beschaving mensen, mannen vooral, oplegt: altijd maar je handen thuis houden, nooit eens de Trumpachtige kick ervaren van jacht en macht, nooit eens je roofdiernatuur laten prevaleren boven die van de brave huisvader en gehoorzame topstudent.

In het commentaar van deskundigen klonk die toon ook door. Knokpartijtjes tussen mannen zijn 'van alle tijden', verklaarde criminoloog Frank van Gemert in deze krant, en volgens psycholoog Jan Derksen vormden ze een 'goede oplossing'. Waarvoor dan? Voor de lust tot geweld die bij mannen nou eenmaal opspeelt als de saaie beschaving te veel van hen vraagt. Je hoort daarin een echo van Freuds essay 'Het onbehagen in de cultuur', waarin de vader aller psychiaters bloeddorst verklaart uit de onvrede over de moderne plicht onze oerdriften altijd maar weer te beteugelen.

Nu zou Freud de laatste zijn om te beweren dat we die lust lekker zijn gang moeten laten gaan, maar wat ik zelf niet wist (ik las het in Jan Verplaetse's fascinerende boek 'Bloedroes'), is dat Freud onder invloed stond van het negentiende-eeuws darwinisme, vooral van de Amerikaan William James. Die overtuigde hele volksstammen van de nog altijd populaire theorie dat onder het 'laagje beschaving' een oermens verstopt zit én dat die oermens een roofdierachtige natuur bezat. Want in de barre prehistorie konden alleen vechtjassen en verkrachters overleven. "Onze voorouders hebben vechtlust in ons been en merg gefokt en duizenden jaren van vrede zal die niet uit ons wegkweken", aldus James.

Wie zo denkt, vindt het vast ook 'natuurlijk' dat mannen af en toe joelend achter vrouwen aan willen zitten of dat ze andere mannen dolgraag verrot willen slaan.

Alleen klopt de oermenstheorie niet, ontdekte Verplaetse. Ten eerste is het maar de vraag of de oermens overleefde dankzij zijn 'wrede natuur'; misschien werd hij juist gered door zijn vluchtinstinct. Ten tweede is er volgens biologen helemaal geen wetenschappelijk bewijs dat oerervaringen in ons 'ancestraal geheugen' zijn opgeslagen. Dat die theorie in Freuds tijd toch zo populair werd, wijt Verplaetse aan de troost die de destijds ook al gedesoriënteerde mens eraan ontleende. De lust tot (seksueel) geweld verbond de getemde mens (nou ja, de man) met zijn verre voorouders en daarmee met iets oerauthentieks, dat je vooral niet té zeer onderdrukken moest.

Ik weet het niet, misschien moeten we terug naar de minder romantische overtuiging dat de lust tot geweld een ontsporing is van het mannelijke vermogen een echte, beschaafde gentleman te worden, een ideaal waar je de laatste jaren weinig meer over hoort.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden