Franse teamsporters 'ontdekken' doping

AMSTERDAM - De meest fantastische smoes kwam uit de boezem van Paris SG. Dat haar stervoetballer Guérin positief was na een onaangekondigde dopingcontrole, kon hij niet helpen.

Hij had niets gepakt, verklaarde hij onder ede. Nou ja, een onschuldig middeltje om buikpijn te verdrijven. Op doktersattest. En verder had hij alleen maar een energiedrankje gedronken. De fabrikant, ene Fenioux uit Chateauroux, had er verboden troep in gestopt. Je kunt het bij iedere supermarkt kopen. Tja, als je zo'n zaak al niet kunt vertrouwen, hoe kun je dan nog topsport bedrijven?

Wanneer sportmensen betrapt worden op het gebruik van verboden stimulerende middelen, is de verontwaardiging in het 'milieu' onveranderd groot. Zo ook in Frankrijk, waar de sportwereld sinds het bekend worden van zes dopinggevallen in één week tijd op zijn achterste benen staat. Ongeloof strijdt ook in dit geval om voorrang met het creatief bedenken van excuses. De sporter gaat vrijuit, het ligt altijd aan incompetente begeleiders en niet voor hun taak berekende laboratoria, waar steevast urinestalen met elkaar worden verwisseld. De feiten zijn anders: nadat in april David Garcion van Lille de twijfelachtige eer genoot als eerste Franse voetballer op het gebruik van de spierversterker nandrolon te worden betrapt, wacht nu drie voetballers, twee handballers en één judoka een schorsing om dezelfde reden. In vier gevallen betreft het leden van de omnisportvereniging Paris Saint-Germain, waarvan de voetbalafdeling momenteel de Franse eredivisie aanvoert. Garcion had overigens niet echt de primeur. Enkele 'snuivende' vakbroeders waren hem al voorgegaan.

Het gebruik van anabole steroïden in teamsporten is een nieuw fenomeen. Genuanceerder gesteld: tot dusver vonden er op dat niveau maar sporadisch controles plaats. Artsen werden in het recente verleden niet moe om te verklaren dat dopinggebruik in voetbal, handbal, hockey, volleybal en welke teamsport dan ook, amper voorkwam omdat het nuttig effect nihil zou zijn. In het boek Doping, het circus van list en bedrog van de Belgische journalist Paul Keysers zegt KNVB-arts Frits Kessel dat het uitvoeren van medische controles in de voetbalwereld zoiets is als het schieten met een kanon op een mug. “We weten dat het gebeurt, maar moet je nou een allemachtige hoeveelheid geld en mankracht inzetten voor zo'n beetje gebruikers?”, zegt hij in hetzelfde boek. Op WK's en Olympische Spelen worden teamsporters desondanks stelselmatig gecontroleerd. Af en toe valt een enkeling door de mand. Ook in het Nederlandse betaalde voetbal. Zo werd onlangs in de urine van reservedoelman Aerts van FC Den Bosch een geestverruimende stof aangetroffen.

Voor het door Kessel geschilderde dilemma staan alle internationale en nationale bonden. In de praktijk worden achteraf meer urinestalen door het toilet gespoeld dan opgestuurd naar het laboratorium. Dat staat los van het gegeven dat bonden en organisatoren zelf om politieke en commerciële redenen bepalen welke positivo's wel of niet in het publieke beklaagdenbankje worden gezet.

Aangerommeld

In de praktijk wordt er, in elk geval in Frankrijk, maar wat aangerommeld. Zo worden de antecedenten van leden van de (para)medische staf in het profvoetbal nauwelijks nagetrokken en blijken veel spelers in andere steden een 'adresje' te hebben waar ze in het geniep een extra dimensie aan de voorbereiding op de wedstrijd kunnen geven. In het sportdagblad L'Equipe bekent een niet bij naam genoemde voetballer dat er premies worden uitgeloofd voor de arts die het meest fantastische wondermiddel in elkaar knutselt. Wat voor teamsporters kennelijk een nieuwe rage is, roept bij wielrenners een stokoud déjà vu-gevoel op. In de jaren zestig probeerden zij onder aanvoering van Jacques Anquetil de dopingcontrole altijd een slag voor te zijn. Dat lukte toen in de meeste gevallen. Tegenwoordig zijn de laboratoria veel beter uitgerust. Het IOC stelt strenge eisen aan de 25 laboratoria in 22 landen, waarnaar alle bij het olympische comité aangesloten bonden de urinestalen dienen op te sturen. Ieder jaar moeten ze hun status waarmaken. Ze krijgen negen urinestalen toegezonden en moeten daar binnen een week de verboden stoffen uit destilleren. Daarnaast dienen ze een vragenlijst van meer dan vijftig pagina's in te vullen. De sancties bij slecht huiswerk variëren van het tijdelijk tot definitief (zie Utrecht) intrekken van de accreditatie.

De IOC-laboratoria werken volgens een vaste procedure: van iedere gecontroleerde sporter worden twee verzegelde flesjes, voorzien van een nummer ter identificatie, afgeleverd. De vijf onderzoekers kennen de naam van hun 'client' niet. De inhoud van één flesje wordt geanalyseerd, de tweede flacon wordt in verband met een eventuele contra-expertise in een koelkast geconserveerd. De laboratoria zijn uitgerust om vijf stoffen te onderscheiden: amfetaminen, hormoonpreparaten, betablokkers, anabolen en diuretica.

Veel teamsportbonden zijn overgegaan tot het verrichten van al dan niet vooraf aangekondigde controles. In Nederland moeten naast voetballers ook hockeyers hun plasje inleveren. De Franse minister van sport, Marie-George Buffet, heeft haar anti-dopingbudget verdubbeld tot bijna vijf miljoen gulden. Ze heeft haar collega's uit de landen van de Raad van Europa voorgesteld begin volgend jaar een ministersconferentie over doping te houden. Voor drie van de vier geneesmiddelen die nandrolon bevatten, kunnen sporters vanaf zaterdag niet meer terecht in een Franse apotheek: Durabolin, Decadurabolin en Dynabolon. Het vierde product was al uit de handel genomen. Er ligt alleen nog een placebo in de schappen: Kératyl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden