Franse slag

Rob Schouten

Dit weekend vierde ik de vijftigjarige verbintenis met mijn oude vriendin, de stad Parijs. Niet dat ik daar als zevenjarige al door mijn ouders naartoe werd gesleept, nee, het waren mijn grootouders die de kennismaking verzorgden. Die waren sowieso wereldser dan mijn ouders. Ze lazen de brutale en pikante ’Panorama’, terwijl mijn ouders maar in het brave ’Het Beste’ bleven hangen. Ze hadden al televisie toen bij ons thuis alleen de radio aanstond, en in plaats van het brave ’Man en vrouw voor en in het huwelijk’ stond er bij hen ’Nachten van Parijs’ van Jan Brusse in de kast. Dat laatste was ongehoord; ik snuffelde erin; begreep niet precies waar het allemaal over ging en wat die wonderbaarlijke zondige sprookjesstad allemaal behelsde maar langzamerhand merkte ik dat het iets met mijn gevoelens van doen had. In Nachten van Parijs stond de eerste naakte vrouw die ik ooit onder ogen kreeg. Twee ferme borstjes staarden het onthutste jongetje aan. In het geheim probeerde ik ze thuis na te tekenen en toen mijn moeder die tekening vond wist ze direct hoe laat het was: opa en oma, Nachten van Parijs. Naar die stad keerde ik nu voor een paar uur terug. De laatste jaren had ik Parijs verwaarloosd. Ik was naar verdere landen getrokken en was bovendien anglofiel geworden. Parijs was steeds meer een stad uit mijn jeugd geworden. Nu ik er na tientallen jaren ontrouw weer eens rondliep bleek ze in wezen onveranderd, wat ze er ook over vertellen. De vrouwen zagen er slank en elegant uit; met korter haar ook dan elders op aarde. De mannen gedroegen zich haantjesachtig. Er werd meer gerookt en meer gebedeld dan elders. Elegance en armoede leken elkaar hier beter te verdragen. En ja, er liepen horden Noord-Afrikanen rond, maar ze vielen vandaag niemand lastig. Het miezerde een beetje maar dat scheen de Parijzenaars niet te deren. Waar bijvoorbeeld Londen direct een stad van paraplu’s wordt verandert er in Parijs niets. Alleen de vrouw die, zo te zien als tijdverdrijf, aan een draaiorgeltje stond te zwengelen voor de ingang van de Jardin du Luxembourg, had een paraplu boven haar nering geplant. Ik slenterde rond, anders kun je het niet noemen. Parijs is een slenterstad. Ik had geen bepaald doel; ik liep de Notre Dame binnen, kuierde over de Boulevard Saint Michel, keek naar binnen bij winkeltjes vol snuisterijen, stapte een antiquariaat binnen dat in de etalage lokte met een eerste druk van Baudelaire maar binnen alleen goedkope pockets van vijftig cent bleek te bezitten. Dit was het Parijs van Jan Brusse, weliswaar niet bij nacht maar dat maakte me niet uit. In een boekwinkel kocht ik drie Franse Kuifjes om mijn Frans bij te spijkeren. De ideale talencursus, boeken die je al kent, de Bijbel; Kuifje, in de andere taal lezen. ’Ca finira mal toute cette histoire, vous verrez.’ En niemand die me de weg vroeg, zo Duits of Engels zie ik er kennelijk uit. Parijs was kortom een oude vriendin die je na een jarenlange verwijdering ontvangt alsof er niets gebeurd is, onverschillig en onbetrokken eigenlijk maar soms is dat een verademing, die Franse slag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden