Franse kiezers besluiteloos

PARIJS - “Hallo, ik ben Patrick Stefanini, ik ben kandidaat namens de RPR-UDF in uw district”. De vrouw op de markt in het achttiende kiesdistrict van Parijs krijgt plotseling een hand toegestoken.

HANS MASSELINK

Ze kijkt verstoord; de man die hier zo onwennig en stijfjes rondloopt in zijn keurige kostuum kent ze niet. Ze haalt haar schouders op en keurt vervolgens de appeltjes bij de fruitverkoper. Het is een beeld dat zich op vele markten in Frankrijk kon afspelen de afgelopen weken. Onbekende kandidaten, vanuit Parijs geparachuteerd door hun partij, die zich opdringen aan nauwelijks geïnteresseerde Fransen.

Frankrijk gaat, of liever gezegd moet, naar de stembus morgen, en over een week opnieuw om een nieuwe Assemblée Nationale (Tweede Kamer) te kiezen. Maar de gang naar het kieslokaal gaat niet van harte. Zo spannend en vol passie als de Britse verkiezingen enkele weken geleden waren, zo suf en vervelend zijn deze vervroegde Franse verkiezingen. In de campagnes van de kandidaten zit weinig vuur en de bevolking kijkt het allemaal gelaten aan. Een willekeurige voorbijganger weet vaak niet op wie hij gaat stemmen en weet zelfs niet of hij wel gaat stemmen. Het maakt allemaal niet uit. Nogmaals vijf jaar een regering Juppé of een 'cohabitation' met een linkse regering onder leiding van 'die schoolmeester' Lionel Jospin.

Alain Juppé heeft de afgelopen weken niet aangetoond dat hij oplossingen kan aandragen voor de enorme problemen waarmee Frankrijk te kampen heeft. De socialist Jospin wist evenmin te overtuigen. Hij is geen Tony Blair of Wim Kok. Zijn verkiezingsprogramma ademt nog de geur van het Mitterrandisme en de ouwe socialistische leer. Veertien jaar president Mitterrand hebben geleerd wat dat betekent. Daar los je een gigantische werkloosheid van 12,8 procent niet mee op.

Nog nooit waren er volgens de peilingen zoveel besluitelozen als nu. Zíj zijn het die een uitslag van de komende zondagen zo onvoorspelbaar maken. Opiniepeilers spreken elkaar tegen, weten niet om te gaan met deze onberekenbare factor en weten evenmin welke rol het racistische Front National met een potentiële aanhang van 12 tot 20 procent, of misschien zelfs meer, gaat spelen. De meeste koffiedikkijkers houden het op een kleine winst voor rechts.

Verrassing

President Jacques Chirac zal dat rekensommetje ook wel hebben gemaakt voordat hij op 21 april tot ieders verrassing besloot de Assemblée Nationale te ontbinden. De parlementsverkiezingen die volgens schema volgend jaar maart gehouden zouden worden maakten het voor hem vrijwel onmogelijk om nog meer onpopulaire maatregelen te nemen om aan de harde criteria van het verdrag van Maastricht te voldoen. In maart 1998 zou het gemakkelijk scoren zijn voor een oppositie die dan wel goed voorbereid campagne kon voeren.

Chirac waagde de gok van vervroegde verkiezingen. De meerderheid van 80 procent van de zetels in de Assemblée zou zeker slinken, maar een nieuwe kleinere rechtse meerderheid was in de ogen van Chirac haalbaar, waarmee het doorregeren tot het jaar 2002 met een rechtse regering veilig gesteld kon worden. De ontbinding van het parlement zette alle tegenstanders op het verkeerde been. De socialistische oppositie was onvoldoende voorbereid op deze krachtmeting. Evenals het Front National. De opmars van deze partij die op alle niveaus doelbewust naar maart '98 toewerkte, werd tegengehouden. Goed campagnevoeren zou nauwelijks mogelijk zijn, wist Chirac. De meivakantie, Pinksteren, schoolexamens en voetbal- en rugbyfinales en Roland Garros zouden meer de aandacht van de gemiddelde Fransman trekken.

Voor het recordaantal van 6242 kandidaten waar morgen op gestemd kan worden zijn het dus moeilijke weken geweest. Tegen de klippen op moesten zij campagne voeren. De 577 kiesdistricten (met ieder zo'n 100 000 inwoners) tellen gemiddeld 11 kandidaten. De kandidaat die nu al meer dan 50 procent van de stemmen haalt is zeker van een zetel in de Assemblée Nationale. Naar verwachting zullen nu slechts enkele tientallen zetels bekend worden. Iedere kandidaat met meer dan 12,5 procent van de stemmen mag door naar de tweede ronde van 1 juni.

In de eerste ronde worden de kaarten geschud, de stemverhoudingen worden bekend in de districten. En de percentages geven aan hoe landelijk gezien de politieke verhoudingen liggen. De komende week zullen de partijen bekijken welke troeven ze nog uit de kast moeten halen om zetels in de Assemblée te behouden of bemachtigen. De regeringspartijen, de neo-gaullistische RPR en de liberale UDF, hebben de handen ineengeslagen en in alle kiesdistricten één kandidaat naar voren geschoven. De socialisten (PS) en communisten (PCF), groenen en andere linkse partijen hebben in de eerste ronde nog afzonderlijke kandidaten. Voor de tweede ronde is afgesproken samen te werken. Slecht in enkele kiesdistricten waar het Front National zeer sterk is hebben de linkse partijen al eerder tot samenwerking besloten.

De afgelopen weken heeft het regeringskamp er alles aan gedaan om de eigen rijen te sluiten. Sinds de presidentsverkiezingen van mei 1995 boterde het al niet meer tussen president Chirac en oud-premier Edouard Balladur die toen met elkaar de strijd om het presidentschap waren aangegaan. De twee hebben zich nu in het openbaar verzoend en oud-ministers uit de regering Balladur treden opeens weer op de voorgrond. Mocht de uitslag van deze zondag niet zo gunstig uitvallen voor premier Juppé (bijna driekwart van de Fransen ziet hem volgens eerdere peilingen niet zitten) dan zou besloten kunnen worden om Balladur meer naar voren te schuiven de komende week, met mogelijk voor hem in het verschiet een premierschap. De onkreukbare Balladur wekt immers meer vertrouwen dan de gladde Juppé die volgens de kiezer zijn beloften niet is nagekomen. Een andere troef is de populaire Kamervoorzitter Philippe Séguin. Maar deze keerde zich in 1992 tegen het Verdrag van Maastricht. Als leider van een kabinet dat Frankrijk rijp moet maken voor de euro is hij daarom minder aanvaardbaar.

Het linkse kamp is verdeeld. Alleen over het idee dat de regering Juppé moet verdwijnen en er een linkse meerderheid moet komen in het parlement zijn de partijen het eens. Voor de vorming van een regering zijn de partijen van elkaar afhankelijk. Een pro-Europese Lionel Jospin (met enkele lichte bedenkingen) zit dan met een anti-Europese communistische partner opgescheept. Dat mag dan volgens PC-leider Robert Hue geen enkel probleem zijn, de kiezer kan dat anders zien. Beide partijen kunnen niet zonder elkaar, maar ook moeilijk mét elkaar.

Alle partijen zijn min of meer gegijzeld door het Front National, de grote onbekende factor in deze verkiezingen. In de districten waar het FN de tweede ronde niet haalt kunnen zowel links als rechts afhankelijk zijn van de FN-stemmers. En als het FN wel door de eerste ronde heenkomt (dat zou in 170 districten mogelijk zijn) dan wordt het voor rechts al links een gevecht om het behoud van de eigen kiezers. FN-leider Jean-Marie Le Pen haat president Chirac - “Chirac is nog erger dan Jospin” - en heeft zijn kiezers ingefluisterd dat het beter is links te stemmen als er geen FN-kandidaat meer is. Le Pen werd direct teruggefloten door zijn luitenant Bruno Mégret. Le Pen herriep daarop zijn uitspraak. Het Front National is weer als vanouds 'niet links en niet rechts' volgens de leuze die tijdens de presidentsverkiezingen van 1995 werd gevolgd.

De FN-stemmer kan dus de uitslag bepalen samen met al die besluitelozen die op het laatste moment zullen beslissen op wie ze gaan stemmen. Of die met hun besluit om thuis te blijven de uitslag beinvloeden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden