Franse havenstad vol uitheemse bloemen

De geboortestad van Jules Verne is vooral bekend als havenplaats. Maar dankzij een opdracht van koning Lodewijk XV aan alle Nantese kapiteins, werd Nantes ook de thuishaven voor planten als de magnolia, camelia en tulpenboom.

Magnolia’s omzomen de straten en parken in Nantes, die vanaf het vroege voorjaar bloeien met roze, rode en witte bloemen. „Het is het symbool geworden van onze stad”, vertelt Jacques Soignon, directeur van de stedelijke groenvoorziening. „Volgend jaar is het driehonderd jaar geleden dat de magnolia in Nantes arriveerde. Het was één van de honderden plantsoorten die de schepen uit Amerika mee terug brachten, als ze hun lading slaven hadden afgeleverd.”

Meer dan welke andere stad in Frankrijk dan ook, was Nantes in de 18de eeuw het centrum van de slavenhandel. Tot aan de Franse Revolutie verkochten de Nantese handelaars bijna een half miljoen Afrikaanse gevangenen als slaaf, vooral aan de suikerplantages. „Behalve suiker, koffie en cacao, namen de schippers op de terugweg ook bijzondere planten mee. Dat was een speciaal verzoek van koning Lodewijk XV, die vooral op zoek was naar medicinale planten”, zegt Soignon. Bij aankomst gingen de magnolias, camelias, tomaten, pepers, kruiden in ’quarantaine’ in havenstad Nantes. Dat was het begin van de huidige Jardin des Plantes.

Dit afwisselende botanische park, waar tegenwoordig kunstenaars meewerken aan de vormgeving van de borders, trekt jaarlijks 1,3 miljoen bezoekers. „Maar Nantes heeft tientallen parken waar de meeste mensen nog nooit van hebben gehoord”, vertelt Soignon. „Binnen een straal van vijfhonderd meter heeft elke inwoner hier toegang tot een park.” De bevlogen directeur van Seve, de groenvoorziening van Nantes, is momenteel druk met de kandidatuur voor de titel ’Groene hoofdstad van Europa’ voor 2012 of 2013. Hij is overtuigd van de kansen van Nantes. Gepassioneerd vertelt hij over exotisch park Grand Blottereau, het meest noordelijke park in Europa waar je rijstvelden kunt vinden. Ook groeien er suikerriet, bananen, theestruiken en persimmons, alles in de open lucht.

Typerend voor de originele vegetatie aan de oevers van de Loire is La Petite Amazonie. Een wild gebied, op een steenworp afstand van het drukke stadscentrum. Er groeien moerasirissen en wilde hibiscus en er lopen vossen rond en schotse hooglanders. Om deze ongereptheid in stand te houden is er geen vrije toegang, maar de vogelbescherming zorgt voor rondleidingen (Kijk op: www.loire-atlantique.lpo.fr).

Ondertussen werkt Seve aan een nieuw project dat juist wél voor grote aantallen bezoekers bedoeld is. Al eerder werkte de groenvoorziening samen met kunstenaars Pierre Oréfice en François Delarozière, de bedenkers van de gigantische olifant en andere fantastische machines van het project Machines de l’Ile. Ter gelegenheid van de vijfjaarlijkse Floralie waren er spektakels zoals een vliegtuig dat een rivier van planten uitzaaide (2004) en planten die rivier de Erde overnamen (2009). Nu slaan ze de handen ineen voor een nieuw stadspark, dat dertig meter de hoogte in gaat: de Reigerboom. „De constructie is van staal en hout, zo’n honderd keer groter dan een gewone boom”, vertelt Pierre-Yves, één van de ’machinisten’ in de werkplaats van Machines de l’Île. Hij wijst naar het enorme schaalmodel. „Over de takken van de boom, kunnen bezoekers wandelen. Boven de boom gaan twee grote reigers cirkelen. In de manden onder hun vleugels kun je dan een rondvlucht boven de stad maken.” Om de boom groen te krijgen, bleek nog niet zo makkelijk, want elke kilo telt en water geven is lastig. Trouw aan een lange traditie van Nantes lieten de boombouwers uit alle uithoeken ter wereld zaadjes komen. De eerste boomtak is nu behangen met rotsplantjes en open voor bezoekers.

De winnaar van groene hoofdstad van Europa wordt deze maand bekend.

De constructies van hout en staal in een voormalige scheepswerf op het Ile de Nantes, lijken afkomstig uit de verhalen van Jules Verne. Toch ligt de echte inspiratie van kunstenaars François Delarozière en Pierre Orefice bij het theater. Beiden zijn betrokken bij Royal de Luxe, synoniem voor spectaculair straattheater met enorme marionetten. Zoals ’het meisje en de reus’, waarbij de mechanische pop van het meisje al groter is dan een gebouw van vier verdiepingen. In 2005 en 2006 voerde het Royal de Luxe een stuk op ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Jules Verne. Daarvoor bouwden ze een gigantische olifant, bediend door 22 ’manipulateurs’ en met het gewicht van zeven echte Afrikaanse olifanten. Een replica van de olifant staat in een leegstaande scheepswerf, die is omgebouwd tot het museum ’Les Machines de l’Ile’. Er zijn draken, vissen, watermonsters, paarden en allerlei andere fantastische creaties bijgekomen, en bezoekers kunnen de ambachtslieden aan het werk zien in de werkplaats. Meer informatie: www.lesmachines-nantes.fr en www.royal-de-luxe.com

Voor de lunch of na het werk ontsnappen veel Nantezen aan de drukte van de stad door de navibus te nemen naar Trentemoult. In dit oude vissersdorpje vergeet je even dat je midden in een grote stad zit. De atmosfeer is landelijk en er is een ruim aanbod aan restaurants en cafés. Reserveren aanbevolen voor populaire restaurants als La Guinguette en La Civelle. Zie: www.laguinguette.fr en www.la-civelle.com

De Art Nouveau brasserie La Cigale, tegenover het operagebouw, is al meer dan een eeuw de ontmoetingsplaats voor artiesten, intellectuelen en alles wat daarbij wil horen. Surrealist André Breton, politicus Aristide Briand, acteur Jean-Louis Trintignant, om er maar een paar te noemen. Leuk is de elegante versie van het kindermenu (tot 12 jaar, 7,50 euro). Deze ’initiation au goût’ (inwijding in de smaak) bestaat uit drie gangen, en houdt zich verre van kip met appelmoes of hamburgers.

Voor jong en opkomend talent is er inmiddels een ander verzamelpunt: café curieux’ l’Absence. Het grappige bouwsel, gecreëerd door atelier Van Lieshout (Rotterdam) voor het Estuaire kunstfestival in 2009, is een populaire hang-out voor studenten. De sandwiches en drankjes zijn niet duur en je krijgt er een onbetaalbaar uitzicht bij over de Loire en de oude stad. Zie: www.lacigale.com en www.absence-nantes.fr

Toen de rijke reders van Nantes weg wilden uit de benauwde middeleeuwse stad, lieten ze op het eiland Feydeau een moderne stadswijk aanleggen. Inmiddels is de rivier de Loire omgeleid, en grenst Feydeau direct aan de binnenstad. Maar in de 18de eeuw lag het eiland geïsoleerd van de drukte aan de kades. Nederlandse bouwlieden hielpen met de constructie, want de huizen op het slibeiland in de rivier, moesten gestut worden op palen. Dat dit niet overal even goed gelukt is, bewijzen twee huizenblokken aan de Quai de la Fosse die werkelijk schots en scheef staan. Op de Place de la Petite Hollande markeert een park waar vroeger een markt en een ensemble van badhuizen stonden.

Wie kent ze niet, de koekjes van LU? Het begon in het midden van de 19de eeuw, met de bakkerij van Jean-Romain Lefèvre en zijn vrouw Pauline-Isabelle Utile. Maar de doorbraak van ’Lefèvre-Utile’ kwam met de ’le petit beurre’. Dit klassieke biscuitje met het geschulpte randje ontstond in 1886. Het jaar ervoor was een mooi fabrieksgebouw neergezet, bekroond met een suikertaarttoren die uitkijkt op het Hertogelijk kasteel. Voor de reclame trok LU kunstenaars aan, van Mucha en Toulouse-Lautrec tot Raymond Loewy en Pol Mara. De fabriek sloot in de jaren zeventig, Nantes besloot in de jaren negentig van het leegstaande pand een ’cultuurfabriek’ te maken. In deze ’Lieu Unique’ zitten behalve een bar, restaurant en cultureel centrum, ook een crèche en een hammam. Zie: www.lelieuunique.com

Nantes is er trots op te liggen in de enige Bretonse regio die wijn produceert. Het Maison des vins de Loire heeft dus een ruime keus aan Muscadet-wijnen klaar staan voor een gratis degustation. Maar u kunt er ook terecht voor andere Loirewijnen, zoals de Rosé d’Anjou, Bourgueil, Chinon en de Vouvray petillante.www.vinsdeloire.fr

Heel trots zijn ze in Nantes op hun berlingots, driehoekige zuurtjes in allerlei kleuren en smaken. Vraag ernaar in de oudste snoepwinkel van Nantes, de confisserie Georges Gautier Debotte, 9 Rue de la Fosse (bij de Passage Pommeraye). En bedenk tijdens het sabbelen dat deze snoepjes teruggaan tot de 18de eeuw, toen de vraag naar suiker en zoete lekkernijen in Europa nauwelijks te stuiten was. Met de winstgevende handel in suikergoed, kwam de minstens zo lucratieve handel in slaven voor de suikerplantages in het Caribisch gebied. Nantes was de belangrijkste Franse havenplaats voor de slavenhandel en is er, tot de definitieve afschaffing in 1848, zeer rijk door geworden. Overigens zijn ze in Nantes open genoeg over die zwarte bladzijden in de stadsgeschiedenis. Het museum in het Chateau heeft er een mooie tentoonstelling over. Het nieuwe Justitiepaleis op het Ile de Nantes wordt door een loopbrug over de Loire verbonden met het Franse nationale slavernijmonument (in aanbouw) aan de Quai de la Fosse.

De 19de-eeuwse Passage Pommeraye is zelfs voor wie niet van shoppen houdt de moeite waard. De trappen van hout en smeedijzer, de vele ornamenten en vooral het glazen dak lieten de rijke oprichter Louis Pommeraye failliet gaan, maar zijn doel was in ieder geval bereikt. Een luxe winkelparadijs was in de plaats gekomen van de rommelige havenwijk, waar prostitutie en criminaliteit welig tierden. De winkelpassage is nog altijd particulier bezit van enkele invloedrijke families in Nantes. Op de eerste etage, naast de exotische plantenwinkel van Gilles Vially, zitten drie fraaie kijketalages met werk van jonge ontwerpers uit Nantes. www.passagepommeraye.fr

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden