Frans-Zwitserse cementfabriek 'was pinautomaat IS'

Beeld EPA

Betonbedrijf LafargeHolcim hield een fabriek in Syrië open en betaalde rebellen voor de beveiliging.

Zakenpartner van terroristen, pinautomaat van IS: het zijn zware beschuldigingen waarmee het Frans-Zwitserse LafargeHolcim de afgelopen maanden te maken kreeg. De cementreus maakte gisteren bekend dat topman Eric Olsen ontslag neemt, naar eigen zeggen om de rust terug te brengen rond het bedrijf. Ook publiceerde het de resultaten van extern onderzoek naar 'de Syrische zaak'.

Tijdens de burgeroorlog hield LafargeHolcim zijn cementfabriek in Noord-Syrië zo lang mogelijk open en betaalde hiervoor tot de sluiting in september 2014 beschermingsgeld aan gewapende groeperingen. De kans bestaat dat het zo terreurgroep Islamitische Staat heeft gefinancierd.

LafargeHolcim erkent dat er fouten zijn gemaakt, al noemt het IS niet bij naam. Maatregelen om de Jalabiya-fabriek draaiende te houden, waren bij nader inzien 'onacceptabel'. Ze waren het gevolg van een 'can-do-mentaliteit in een chaotisch oorlogsgebied'. Het bedrijf stelt de interne richtlijnen te hebben aangescherpt.

Tekst loopt door onder afbeelding

Cementfabriek in Noord-Syrië. Beeld Brechtje Rood

Olsen was volgens het onderzoek niet betrokken bij de gemaakte fouten. Volgens de Financial Times was hij niet direct verantwoordelijk, maar ging hij als senior manager wel over de Syrische fabriek. Olsen gelooft dat zijn vertrek "bijdraagt aan kalmte in een bedrijf dat maandenlang is blootgesteld aan deze zaak".

Officieel vertrekt hij 15 juli, twee jaar na zijn aantreden. Hij wordt vriendelijk bedankt voor het uitwerken van de fusie van 38 miljard euro tussen Lafarge en Holcim. Samen vormen die nu de grootste cement- en betonproducent ter wereld, met 90.000 werknemers in tachtig landen.

In mei 2010 opende Lafarge de cementfabriek ten noorden van Raqqa, de drie jaar durende bouw had 626 miljoen euro gekost. Als gevolg van de ontvlammende burgeroorlog kwamen vanaf eind 2011 steeds vaker gewapende groeperingen op bezoek. Die bemoeiden zich met het transport van werknemers, beperkten de toegang tot voorraden en vielen klanten lastig, schrijft LafargeHolcim.

In het belang van de werknemers

In juni 2012 evacueerde Lafarge de buitenlandse werknemers, waarna leidinggevenden de fabriek vanuit Cairo aanstuurden. Het bedrijf betaalde tussenpersonen om voor veiligheid te zorgen, maar lette niet op de identiteit van de achterliggende groeperingen. "Chaos regeerde en het lokale management had de taak ervoor te zorgen dat de tussenpersonen alles deden wat nodig was om de productieketen en bewegingsvrijheid van werknemers veilig te stellen", meldt LafargeHolcim.

Dat bleef zo toen IS de regio in 2013 onder controle kreeg. Volgens oud-werknemers betaalde Lafarge IS voor pasjes waarmee vrachtwagens de controleposten konden passeren. Ook kocht het grondstoffen als olie en puzzolaan in IS-gebied.

LafargeHolcim stelt dat de fabriek verlies leed en ook in het belang van de werknemers bleef produceren: zo behielden zij hun salaris. Maar de werknemers zeggen dat ze aan hun lot waren overgelaten.

In Frankrijk hebben de niet-gouvernementele organisaties Sherpa en ECCHR samen met elf Syrische oud-werknemers aangifte gedaan tegen LafargeHolcim. Wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De Franse Justitie is bezig met een vooronderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden