Frans van Mieris / De meester van de vierkante centimeter

Fijnschilders van alle tijden hebben met elkaar gemeen dat ze omzichtig met het grote gebaar omgaan. Het gaat hen eerder om het oproepen van intimiteit. Die wordt haarfijn uit de doeken (letterlijk, want stofweergave staat bij hen hoog aangeschreven) gedaan in plaats van het opvoeren van emoties die iets zouden kunnen zeggen van de innerlijke gesteldheid van de maker. Dat geldt voor elke hedendaagse fijnschilder, maar het gaat ook op voor de grondleggers van de fijnschilderkunst die zich vreemd genoeg alleen in de Nederlanden manifesteerden, ten tijde van de Gouden Eeuw. Je moet dan denken aan de schilders van de Leidse school die onder aanvoering van Gerrit Dou decennia lang furore maakten.

Behalve voor Dou geldt dat natuurlijk ook voor zijn talloze leerlingen, zoals Eglon van der Neer, Godfried Schalcken, Adriaen van der Werff en Caspar Netscher. Van hen was Frans van Mieris de meest veelbelovende. Van Mieris werd door zijn leraar wel de ’prins van zijn schildersleerlingen’ genoemd, een predikaat dat hij tijdens zijn relatief korte leven (hij leefde van 1635 tot 1681, werd dus niet ouder dan 46 jaar) geheel wist waar te maken. Als zoveel fijnschilders beperkte Frans van Mieris zich in zijn onderwerpkeus: de genrevoorstelling en het portret waren zijn specialiteiten. Binnen het genre-onderwerp koos hij voor interieurs waarin huiselijke situaties werden geprojecteerd. Dat gaf hem ook de vrijheid om zo hier en daar een fantastisch stilleven in te bouwen, zonder dat dit onderwerp een autonome waarde kreeg. Als genreschilder blijkt Van Mieris grote verwantschap met Vermeer van Delft te hebben (op een schilderij dat in Florence wordt bewaard staat zelfs te lezen dat het werk is gemaakt door Van Mieris di Delft) maar er zijn ook stilistische overeenkomsten te vinden met het werk van Gerard ter Borch en Gabriel Metsu.

Van Mieris behoorde tot de best betaalde schilders van zijn tijd: vorsten en andere aanzienlijke figuren betaalden hem voor een portretsessie drie gulden per uur . Dat had tot gevolg dat voor een dergelijke opdracht 1500 gulden betaald moest worden. Maar ook een honorarium van 2000 gulden kwam een keer voor, toen een Oostenrijkse aartshertog dat bedrag voor een intiem en dus klein winkelinterieur neerlegde. Ter vergelijking: Rembrandt toucheerde voor de lijvige Nachtwacht hetzelfde bedrag.

Van Mieris moet met de grote formaten geheel onbekend zijn geweest, zijn schilderijen overstijgen zelden het formaat van een A-3. Het aloude gildegebruik dat de prijs van een schilderij mede werd bepaald door het formaat, ging voor Van Mieris dus niet op. Het is ook de vraag of Van Mieris ooit op groot formaat heeft gewerkt. Landschappen (die heel ruimtelijk moesten worden opgezet) ontbreken in zijn oeuvre, zoals hij waarschijnlijk ook niet voor kerkelijke opdrachten in aanmerking is gekomen. Op dat punt is er dus geen sprake van verwantschap met Vermeer die in het begin van zijn loopbaan wèl bijbelse scènes schilderde.

Het vele geld is Van Mieris niet goed bekomen. Het blijkt uit het toegewijde onderzoek van Otto Naumann die zijn levenswerk van de Van Mieris biografie heeft gemaakt, maar het is ook te zien op de retrospectieve in het Haagse Mauritshuis. In plaats van zich vrij te kunnen voelen om onder de druk uit te komen van het alsmaar nog meer werk te produceren, begon hij zijn schilderijen met het tempo van een lopende band af te scheiden. In Den Haag is te zien dat het leidde tot veel obligaat werk, hoe geraffineerd de meester (want dat was hij zeker) ook te werk ging. Vanaf halverwege de jaren 70 van de 17de eeuw kwam daar ook zijn onbedaarlijke drankgebruik bij. Dat moet er zeker voor hebben gezorgd dat hij op den duur geen vaste hand moet hebben gehad. Zijn latere schilderijen waar onder ’Het Familieconcert’, maar ook ’De dood van Lucretia’, zijn niet om aan te zien. In de catalogus bij de tentoonstelling mogen ze dan enigszins met de mantel van de liefde worden toegedekt, feit is dat dergelijke kwaliteit de schilder onwaardig was. Maar een overzicht is niet representatief als niet ook de zwakke kanten van de maker getoond worden en in die zin is dit eerste overzicht voorbeeldig samengesteld.

Wat daardoor ook nauwelijks opvalt is dat Het Mauritshuis, waarschijnlijk door het traditionele ruimtegebrek gedwongen, maar een klein deel van het oeuvre laat zien. Van Van Mieris de Oude (hij had twee zonen die ook zijn gaan schilderen) zijn zeker 120 schilderijen (de allermeeste op paneel of koper, materialen die vanwege hun gladde oppervlak voor de fijnschilder geëigend waren) benevens een aantal schetsen bekend. Het museum toont daar ruim een derde van. Afgaande op publicaties van werk dat niet naar Den Haag is gekomen, hoeft de bezoeker er niet al te rouwig om te zijn dat hij veel mist. De nadruk ligt nu op de ongelooflijke virtuositeit waarover Van Mieris als eerste der Leidse fijnschilders beschikte. Wie het grote gebaar mijdt, moet wel een meester van de vierkante centimeter zijn. En de schilderijen van Van Mieris de Oude zijn vaak niet veel groter dan een stevige ansichtkaart die hij met de precisie van een analoog gemaakte foto vol penseelde. Van zijn kwasten is trouwens weinig of niets te zien. Zo verfijnd werkte Van Mieris dat details zich moeiteloos in elkaar lijken op te lossen. De schilder moet zich in de techniek van deze weergave stevig hebben vastgebeten. Het ging hem steeds beter af om de zoveelste plooi in een rok of broek weer te geven, een subtiele schaduw over een bekoorlijke boezem te laten vallen of een hondje als een elegant beeldje neer te zetten.

Ook met dode materialen wist hij wel raad. Zo wordt menige scène in een stenen omkadering geplaatst. dat is weer eens wat anders is dan de trompe l’ oeil schildering van een ogenschijnlijk heel realistisch gordijntje dat door de kijker eerst moet worden weggeschoven vooraleer de voorstelling bekeken kan worden. Ook die techniek, van de levensechte weergave van een stukje textiel, wist Van Mieris tot in de perfectie te beheersen, maar het is allemaal wel erg gladjes en daardoor weinig emotioneel.

Ter compensatie van deze wellicht wel wat overschatte waardering voor louter technische kwaliteit, bieden de onderwerpen ook nog eens een verhalend karakter. Binnen de intimiteit van het beperkte gebaar haalde Van Mieris een scala aan literaire details aan, met als gevolg dat er bijvoorbeeld veel humor in zit. Aan erotiek geen gebrek, als er naar hartelust gekoppeld of gecopuleerd wordt: Van Mieris is zeker geen geserreerd schilder.

’Frans van Mieris 1635-1681’, tot en met 22 jan. Mauritshuis Den Haag, di-za 10-17 uur, zo en feestd. 11-17 uur, gesl. 25 dec. en 1 jan. Cat, met teksten van o.a. Otto Naumann, Eddy de Jongh, Peter van der Ploeg en Quentin Buvelot, uitgave Waanders, Zwolle, 27,95 euro (paperback) of 34,95 euro (ingeb.) Info op internet www.mauritshuis.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden