Frans onderwijs / De smaak van inspanning

Het voortgezet onderwijs in Frankrijk verkeert in een crisis. Schooluitval en analfabetisme onder jongeren zijn stijgende. En leerkrachten zijn het zat om voor 'non-leerlingen' te staan die op school niets te zoeken. Een nationaal debat moet het Franse onderwijs redden.

,,Een scholier beseft niet meer dat kennis hem macht kan verschaffen over de wereld om hem heen.'' Een leraar aardrijkskunde en geschiedenis brengt onder woorden wat ouders, schoolbesturen en politici in Frankrijk ervaren.

De leraar heeft respect verloren. In de klas, maar ook daarbuiten. Het lerarencorps, dat sinds dit voorjaar de ene staking aan de andere protestactie koppelt, voelt zich miskent. Een brede maatschappelijke discussie moet het tij keren.

De inzet van het Grand Débat National is meer dan de leraren weer zin in hun werk geven. Jaarlijks verlaten 140000 Franse jongeren de school zonder enig diploma. 6,5 procent van de 17-jarigen is analfabeet. De school komt vaker in het nieuws als strijdperk in de hoofddoekenkwestie dan als schuilplaats voor opgroeiende kinderen.

In die omstandigheden moet de staat de komende twee jaar 180000 nieuwe leerkrachten werven. Wie leraren hoort spreken over hun vak en hun stukken op de opiniepagina's leest, begrijpt de angst van minister Ferry (onderwijs) dat ondanks het hoge salaris en het geringe aantal lesuren het animo voor een carrière in het onderwijs dreigt te verminderen.

,,We zijn bang omdat we niet weten wat de overheid met ons wil. Maar onze acties zijn ook de uiting van een minstens tien jaar lang opgekropte ergernis. We weten best dat niemand van ons houdt, maar genoeg is genoeg'', schreef een leraar aan een collège (12- tot 15-jarigen) in Lyon. En een collega van hem, uit Saint-Denis: ,,Ik heb er genoeg van om tegenover non-leerlingen te staan die niet op school zouden moeten zitten.''

De regering Raffarin, sinds begin dit jaar geconfronteerd met stakingen en protestacties van het lerarencorps, heeft de hervorming van het onderwijs tot een van zijn grote missies gemaakt. De andere zijn decentralisatie van het bestuur en hervorming van het pensioenstelsel, en ook op die terreinen komen overheid en leraren elkaar tegen.

Luc Ferry, de minister van onderwijs, wil dat de jeugd op school de 'smaak van inspanning' weer te pakken krijgt. Maar hoe?

Het boekje van de minister-filosoof dat dit voorjaar bij 850000 leraren in de bus viel, deed meer kwaad dan goed. Daarin schetste Ferry de ramp die het anti-autoritaire onderwijs, in zwang sinds mei '68, volgens hem in de klas teweeggebracht heeft: een machteloze vriend-leraar die het zootje ongeregeld tegenover hem spelenderwijs tot zelfontplooiing moet brengen.

Reactionair, inhoudloos, propaganda, vonden de leraren. Ze misten de waardering voor hun inspanningen en herkenden zich niet in het beeld dat hun minister schetste. Ferry kreeg enkele exemplaren van zijn boekje naar het hoofd geslingerd, talloze andere vond hij terug op de stoep van zijn ministerie. Reactie van de minister: met uw gebrek aan respect voor het geschreven woord geeft u een slecht voorbeeld aan uw leerlingen.

Premier Raffarin begreep dat het gezag van Ferry, die afkomstig is uit het onderwijs, onder zijn voormalige collega's tot het nulpunt was gedaald. Hij stuurde zijn minister van binnenlandse zaken op de stakende leraren af, die onder beteuterd toezien van Ferry een einde maakte aan alle tumult. Morrend begonnen de leraren aan hun zomervakantie.

Het grote nationale debat is het laatste redmiddel voor de minister. De eerste fase is nu voltooid. Daarin is vastgesteld dat de problemen inderdaad de problemen zijn. Te weten: het percentage leerlingen dat het eindexamen middelbare school haalt, is sinds 1995 aan het dalen, een streefcijfer van 80 procent is een illusie geworden. Tegelijk groeit op de arbeidsmarkt de vraag naar 'bac + 3' (het baccalauréat -eindexamen- gevolgd door drie jaar hoger onderwijs). De sfeer op veel scholen is onprettig, soms gewelddadig. Er is geen overeenstemming over de taak van de school in de maatschappij.

In fase 2, vanaf aanstaande zaterdag, zullen op 15000 scholen debatavonden plaatsvinden, waaruit een commissie vervolgens een niet-bindend advies aan de regering moet destilleren. Pas nadat het debat is afgesloten, over een jaar ongeveer, komt de regering met een wetsvoorstel om het onderwijs te hervormen.

Het is de vijfde keer in tien jaar dat de Rue de Grenelle, zoals het ministerie van onderwijs meestal wordt aangeduid, met een dergelijk onderzoek komt. De ene keer is het een linkse, dan een rechtse minister die het aankondigt, maar de ambtenaren die het uitvoeren zijn grotendeels dezelfden. Vakbond FSU, die 45 procent van de leraren vertegenwoordigt, zegt het debat te zullen saboteren zodra blijkt dat het alleen een vertragingsmiddel is. Maar nu de relatie tussen Rue de Grenelle en de klaslokalen zo gespannen is, kan niemand er op tegen zijn dat de commissie als bemiddelaar tussen de partijen in komt te staan.

Het collège, de etappe tussen de lagere school en het lyceum, heet de zwakste schakel in het Franse onderwijs te zijn. De slechte resultaten op het lyceum zouden veroorzaakt worden doordat leerlingen van volstrekt verschillende niveaus het hele collège lang (tot hun vijftiende) bij elkaar in de klas moeten zitten. De slechten trekken het tempo voor de goeden omlaag, zeggen de tegenstanders van het collège unique, onder wie de minister. De goeden houden de slechten bij de les, is het argument van de voorstanders.

Een onderwijsinspecteur die zelfs in een buitenlandse krant zijn naam niet genoemd wil hebben, bereidt zich voor op een verdediging van het collège in het debat. ,,De republiek heeft de plicht iedereen gelijke kansen te geven. Slechte leerlingen komen het best vooruit in een omgeving met goede leerlingen. De strijd tegen de sociale ongelijkheid is een strijd voor het collège unique.''

Op het Lycée Auguste Blanqui in Saint Ouen bij Parijs krijgt hij bijval van de rector, Henri Theodet. ,,Het collège is het hart van het Franse schoolsysteem. Dat debat is een gadget van Ferry, misschien moet het idee van eenvormigheid op het collège versoepeld worden, maar het blijft de plaats waar kinderen leren wat samenleven is.''

Patrice Corre is rector van het openbaar lyceum Henri IV, in het welgestelde deel van Parijs. Geen lettertje graffiti, de traplopers kaarsrecht op de treden, en een slagingspercentage van 86 voor het baccalauréat. Henri IV zal de laatste school in Frankrijk zijn waar Luc Ferry zijn hart nog kan ophalen. ,,Mij is gevraagd om ook een debatavond te organiseren'', verzucht Corre, ,,dus dat zal ik doen. Maar ik verwacht niks van het debat, terwijl het wel nodig is te hervormen.''

In zijn statige werkkamer met geluiddichte deuren, legt Corre uit wat Ferry's probleem is. De minister is een idealist die ervan droomt alle Franse schoolkinderen een opleiding op zo hoog mogelijk niveau te geven, in het mooiste geval inclusief klassieke talen en kennis van Rousseau.

,,Het onderwijssysteem is nog altijd gericht op het verheffen van de kinderen, om ze boven het niveau van hun ouders uit te tillen. Maar de tijden zijn niet meer naar zo'n mooie, elitaire gedachte. Van elitair onderwijs kun je geen massa-onderwijs maken. Het lijkt ons veel beter dat scholen leerlingen gaan selecteren op basis van hun niveau. Wie met de beste cijfers van het collège komt, kan hier naar het lycée. Voor de rest moeten we ernaar streven dat alle kinderen met een zeker basispakket kennis de maatschappij ingaan.''

De blauwdruk voor de hervorming ligt volgens Corre al klaar. ,,Daar is geen debat voor nodig. We moeten meer decentraliseren, scholen meer vrijheid geven in de keuze van het lesprogramma. Dat zou een eind maken aan de patstelling van een landelijk programma dat voor sommige leerlingen te moeilijk, en voor andere veel te makkelijk is. Nu is het zo dat de eerste groep steeds meer uitvallers genereert en de tweede uitwijkt naar dure privé-scholen.''

Decentraliseren is ook de wens van de regering. Maar de leraren, die er op pedagogisch gebied de vruchten van zouden kunnen plukken, vrezen dat hun royale arbeidsomstandigheden als ambtenaren van de staat, zullen verdwijnen als zij onder bestuur van de regio's komen. Niet elke regio zal het geld hebben om de leraren te betalen. Ook na het debat niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden