Frans Molenaar (1940-2015) Modekoning met handelsgeest

Op de uitnodiging die Frans Molenaar afgelopen september rondstuurde, kondigde hij trots zijn 98ste coutureshow aan. Al jarenlang meldde hij met de 100ste een punt achter zijn carrière te willen zetten. Helaas haalde hij de 99ste (gepland voor maart) niet meer. Een val van de trap werd hem noodlottig; afgelopen vrijdag overleed hij. Frans Molenaar behoorde tot de 'Grote Vijf van de Nederlandse Mode', zoals ze in de media genoemd werden. Inmiddels zijn Max Heijmans, Frank Govers en Edgar Vos overleden. De enige nu nog levende van dit vijftal, Dick Holthaus, sloot al in 1975 zijn couturehuis. Molenaar was de laatste nog actieve couturier van deze legendarische generatie.

De man

Frans Molenaar hield zich altijd graag op de hoogte van wat er op cultureel vlak gaande was en kende het werk van andere modevormgevers en kunstenaars. Dat is bijzonder. Veel modeontwerpers voelen zich verheven boven hun collega's en profileren zich als autonoom kunstenaar. Zo niet Frans Molenaar. Bij elke presentatie, van de Amsterdam Fashion Week tot aan de introductie van een nieuwe Hema-collectie, gaf hij acte de présence. En hij stond ook zelf graag in de schijnwerpers en was nooit te beroerd om zijn mening te verkondigen, bijvoorbeeld bij een populair programma als 'RTL Boulevard'. Hij zag zichzelf het liefst getypeerd als 'modekoning' en genoot ervan om op straat herkend te worden.

Na de kleermakersvakschool vertrok hij op zijn negentiende naar Parijs en leerde daar de kneepjes van het couturevak bij de klassieke modehuizen van Guy Laroche en Nina Ricci.

De in Zandvoort opgevoede Frans vond de naam Molenaar in eerste instantie niet chic genoeg voor een ontwerper die internationaal wilde opereren. "In Zandvoort heten alle visboeren Molenaar", zei hij ooit en op zijn eerste visitekaartje uit 1956 stond dan ook 'Couture François'. Uiteindelijk besloot hij zich liever als couturier in Nederland te willen vestigen en dankzij een royale lening opende hij in 1967 zijn eigen couturehuis in de Amsterdamse Van Baerlestraat.

Voor die tijd deed hij al wat opdrachten voor de Nederlandse confectie-industrie en bedrijven (o.a. Witteveen) en dat is hij altijd blijven doen. De laatste jaren werd hij bij het grote publiek bekend door zijn collecties voor C&A, maar ook de Haagse vuilnismannen en de kassières van Albert Heijn hebben jarenlang zijn outfits gedragen.

Molenaar ontpopte zich als creatieve duizendpoot want naast kleding ontwierp hij ook brillen (Pearle), was onder meer betrokken bij de vormgeving van gordijnen, vloerbedekking, meubels, Leerdamglas, fietsen, urnen, de Ford Ka en een rollator. Natuurlijk brachten dergelijke opdrachten het broodnodige geld in het laatje, maar Molenaar trok daar zijn couture-neus niet voor op en vond het belangrijk dat de massa ook goede design kon kopen. "Ik heb zelf C&A gebeld met een voorstel", zei hij.

Omdat Molenaar wist hoe belangrijk financiële hulp is bij de opstart van een bedrijf, wilde hij jong talent een handje helpen en stelde hij in 1995 de Frans Molenaarprijs (10.000 euro) in. Met dat bedrag kon de winnaar een collectie maken en showen en zich zodoende verder ontwikkelen tot zelfstandig ontwerper.

Molenaar begeleidde de debutant en gaf adviezen, vertelde verhalen over zijn eigen ervaringen en deelde adressen om speciale stoffen, knopen en ritsen te bemachtigen.

De Mode

Frans Molenaar was klein van postuur maar groots in zijn werk. Niet door op te vallen met schreeuwerige en overdadige ontwerpen, maar juist door een ingetogen, heldere vormgeving.

Hij ontwikkelde vanaf het begin een geheel eigen handschrift. Dat was niet gebruikelijk in zijn begintijd, de jaren zestig. Max Heijmans liet zich bijvoorbeeld graag inspireren door de Parijse modellen ('très Chanel') en anderen kochten Parijse patronen of kledingstukken in en gingen daarmee aan de slag. Molenaar was meer gefascineerd door de eenvoudige vormen van de kleding van André Courrèges en van minimalistische, abstracte kunst. Zijn strakke, geometrische patronen die in het begin voornamelijk waren opgebouwd uit rechthoeken, cirkels en vierkanten, en de scherp afgebakende kleurvlakken waren voor de Nederlandse mode zeer vernieuwend. Hij wordt nu dan ook gezien als de eerste Nederlandse ontwerper die de Parijse mode niet klakkeloos volgde.

Zijdelings aanhakend bij het heersende modebeeld werden zijn ontwerpen in de loop der jaren wat minder minimalistisch, maar die geometrische benadering is tot in zijn laatste collecties herkenbaar gebleven. Want de cirkelrokken, wijde capes en rechte kokerrokken gaan altijd terug naar die basis. Hij was dol op het combineren van zwart en wit en blauw met wit en in vrijwel elke collectie zijn daarvan voorbeelden te vinden. Maar ook het gebruik van heldere kleuren, naast elkaar geplaatst in contrasterende vlakken, behoorden tot zijn standaard ontwerp-vocabulaire. Perfectie en ambachtelijkheid stonden hoog in het vaandel en vrijwel elk couture-item is keurig afgebiesd met een voor Molenaar kenmerkend contrasterend bandje.

Molenaar kreeg alom erkenning en mocht tijdens het staatsbezoek van koningin Beatrix aan Japan in 1990 een coutureshow geven in Tokyo. In 1996 ontving hij een Koninklijke onderscheiding in de Orde van Oranje-Nassau en in 2003 kreeg hij de Max Heijmansring overhandigd, de oeuvreprijs van de Nederlandse Vereniging van Modejournalisten. Halverwege de jaren tachtig was er een grote overzichtsexpositie van zijn werk in het Gemeentemuseum in Den Haag en tien jaar terug besteedde het Centraal Museum in Utrecht aandacht aan foto's van deze gepassioneerde ontwerper.

Het echte vuur leek bij hem de laatste jaren echter een beetje gedoofd en in zijn collecties ging hij zichzelf meer en meer, waarschijnlijk onbedoeld, herhalen. Met de show van winter 2013 gaf hij echter een dikke knipoog naar zijn eigen kopieergedrag: die zat bewust vol met ontwerpen uit vroegere collecties. Sommige stukken waren duplicaten, anderen waren gemaakt van afwijkende materialen; alles leek 'retro'. Opvallend was dat veel van die outfits vrijwel tijdloos bleken.

De Klanten

Het was altijd wat krapjes op de gouden stoeltjes in de Spiegelzaal van het Amsterdamse Amstel Hotel. Maar de catwalk was dichtbij en alle genodigden voelden zich uitverkoren. Echtgenoten kwamen graag mee en lieten zich na afloop door de zus en assistenten van Frans informeren over een later bezoek aan de Salon.

Want dàt stond voorop bij de coutureshows: ze waren niet zozeer bedoeld voor de pers, maar voor de clientèle, want er moest verkocht worden. Dat was ook goed te zien aan de opbouw van de shows. Altijd werden er items getoond die zonder al te veel fantasie uitstekend geschikt zouden zijn voor dames met een zakelijke functie. En natuurlijk waren er diverse nette setjes voor de moeder van de bruid en modellen die letterlijk en figuurlijk zo de rode loper op konden. Meestal sloot hij zijn show traditioneel af met een bruid. De mannequins waren meestal boven de veertig zodat de belangstellende dames zich met hen konden identificeren.

Vaak liep er ook een wat jeugdiger model mee, zoals Kim Feenstra, omdat Molenaar het belangrijk vond dat ook jonge vrouwen zagen dat zij zich in zijn couture thuis zouden kunnen voelen.

Frans Molenaar mocht prinses Margriet tot zijn klantenkring rekenen en bediende vele vrouwen uit de politiek en de zakenwereld. Hij werkte bijvoorbeeld voor Neelie Kroes, Gretta Duisenberg en Sylvia Tóth. Maar ook vrouwen uit de showbusiness konden bij hem terecht. Hij kleedde onder meer Mies Bouwman, Adèle Bloemendaal, Janine van den Ende, Joke Bruijs en Connie Breukhoven. Met zijn patronen hield hij er altijd heel goed rekening mee dat de vrouwen die zijn kleding droegen zich goed moesten kunnen bewegen en dat ze er enige waardigheid mee zouden kunnen uitstralen. Zijn ontwerpen zijn zodoende te bestempelen als 'omhullend' en 'verhullend' en zijn zeker niet, zoals vaak bij catwalk-presentaties, 'onthullend'.

Na de show ontkwam de bezoeker er niet aan rakelings langs Molenaar te lopen. De couturier posteerde zich standaard bij de deuropening zodat iedereen hem kon complimenteren met zijn nieuwste collectie.

Vanaf zijn 95ste show heeft hij het Amstelhotel opgezegd en toonde hij zijn nieuwe creaties in zijn eigen Salon in Amsterdam-Zuid. Want vanaf 2013 was hij gaan inkrimpen en sloot hij onder meer zijn winkel in de Amsterdamse Jan Luijkenstraat.

Wat er nu met zijn bedrijf gaat gebeuren is nog onzeker. In een interview dat hij vijf jaar geleden gaf aan Georgette Koning in NRC Handelsblad antwoordde hij op de vraag hoe hij de toekomst van zijn modehuis zag met: "Daar ben ik nog niet uit. Mijn bedrijf hangt aan mijn personality. Misschien moet ik een opvolger vinden?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden