Frans Brüggen houdt Haydns ’Schöpfung’ fris en nieuw

Klassiek

’Die Schöpfung’ van Haydn. Orkest van de Achttiende Eeuw en koor Orfeó Català olv Frans Brüggen. Met Hanneke de Wit (sopraan), Anders Dahlin (tenor) en David Wilson-Johnson (bariton). Di 22/4 in De Doelen, Rotterdam.

Of je nu in een schitterend ongeluk gelooft of in intelligent design, steeds opnieuw vraagt de mens zich af hoe de dingen eruitzagen voordat de dingen er waren, wat er was toen er niets was, en hoe het moment van ontstaan of schepping moet hebben plaatsgevonden. De Bijbel rept over een woeste, ledige en duistere aarde, de natuurwetenschap heeft het over een oerknal, maar vast staat dat ’den beginne’ in ieder geval met een hoop geweld gepaard is gegaan.

En met chaos: de bouwstenen op een hoop gegooid, wachtend op keurige rubricering in bossen, wateren, luchten, beesten en ecosystemen, met hier en daar een natuurramp als onvermijdelijke programmeerfout. Dat Joseph Haydn, genie van orde en volmaakte vormen, met zijn muzikale verbeelding van de voorwereldlijke chaos aan het begin van zijn oratorium ’Die Schöpfung’ een van zijn beste stukken schreef, getuigt van de breedte en diepte van zijn compositorische kunnen.

Uitgevoerd door het Orkest van de Achttiende Eeuw klonk de opening dinsdag in het goed bezochte concert in de Rotterdamse Doelen fris en net zo schokkend nieuw als tweehonderd jaar geleden. Dirigent Frans Brüggen liet het orkest prachtig dobberen in deze gewichtloze muziek, een oersoep waarin dissonanten en hun oplossingen stuivertje wisselen en waarin de toonsoort in het ongewisse bleef. Ook daarna bleef het orkest op het scherp van de snede klinken: altijd in balans, kleurrijk en karaktervol als een hecht ensemble.

Haydn componeerde ’Die Schöpfung’ – die optimistisch stopt vóór de zondeval – in de laatste fase van zijn leven, als vrucht van zijn concertreizen naar Engeland en zijn kennismaking daar met de oratoria van Hündel. Het oratorium spint zijn thema’s breed uit, als een bericht van de wording van hemel en aarde doorregen met aanschouwelijke details en vrome lofprijzingen.

Voor de zang had het Orkest – behalve het uitbundige koor Orfeó Català waar het vaker mee samenwerkt – de jonge zangers Hanneke de Wit (1977), Anders Dahlin (1975) en de veelzijdige oudgediende David Wilson-Johnson aangetrokken: een mooie cast die goed op elkaar en op het orkest afgestemd bleek. Voor De Wit, winnares van het Christina Deutekom Concours in 2004, was het haar debuut bij het Orkest van de Achttiende Eeuw. Dahlin en Wilson-Johnson zongen beiden al eerder met het Orkest van de Achttiende Eeuw, in de opera ’Les Indes Galantes’ van Rameau.

De Wit klonk warm en kwinkelerend in ’Auf starkem Fittiche’. Ze zong een lieflijk duet met Dahlin in ’Zu dir, o Herr, bickt alles auf’ (wat een baslijnen en harmonieën in het orkest!); David Wilson-Johnson zong zijn lijnen licht en gemakkelijk. En kon het niet laten om hier en daar wat tongue-in-cheek-toneel te spelen met kleine blikken en gebaren. Leuk? Hij had in ieder geval de lachers op zijn hand. En met je ogen dicht was het de spannendste ’Schöpfung’ sinds tijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden