Frankrijk: Mona Lisa mag best op bezoek in Abu Dhabi

Parijs wil geld verdienen met Franse musea in het buitenland

De Franse regering is de slechtste leerling van de klas als het gaat om het nakomen van de Europese begrotingsafspraken. Om aan geld te komen wil Parijs in het buitenland afdelingen openen van wereldberoemde musea als het Louvre, het Centre Pompidou en het Musée d'Orsay.

De economie hapert, maar Frankrijk is nog altijd een culturele grootmacht. "Cultuur is onze aardolie", zo formuleerde Laurent Le Bon, de nieuwe directeur van het net verbouwde Picasso-museum het onlangs. De hele wereld komt af op de schatten van vooral Parijs, dat er net een nieuwe kunsttempel bij kreeg, de Fondation Louis Vuitton.

Met cultuur valt net als aardolie geld te verdienen. Niet genoeg om een eind te maken aan begrotingsoverschrijdingen, maar toch. Het ministerie van cultuur is dan ook vast van plan de waarde van de nationale grote merken te gelde te maken. Dat dit kan, bewijst het Louvre dat met de Franse staat een lucratieve deal sloot met het Golfstaatje Abu Dhabi. Hier wordt nu de laatste hand gelegd aan een dependance die de Franse schatkist 800 miljoen euro oplevert. En het Spaanse Malaga beschikt vanaf de lente over een satelliet van het Centre Pompidou, voor een periode van vijf jaar.

Het ministerie zal een agentschap oprichten dat mogelijke locaties voor Franse musea in kaart moet brengen. Speciale aandacht zal uitgaan naar de opkomende economieën: China, Rusland, India en Brazilië.

De collecties van de Franse musea zijn groot, groot genoeg om er in binnen- en buitenland interessante afdelingen mee te vullen. Zo is het Louvre-Lens in Noord-Frankrijk, nu ruim een jaar open, een doorslaand succes en doet het Centre Pompidou - dat een collectie heeft van 100.000 werken - al jaren goede zaken in Metz bij de Duitse grens. Maar deze 'antennes' in de Franse provincie hebben behalve een commercieel doel ook een nobele opdracht: achtergebleven gebieden in contact brengen met kunst. De beelden van nakomelingen van mijnwerkers die zich in Lens verdrongen rond schilderijen van Delacroix en Raphaël en Mesopotamische sculpturen wekten ontroering in het hele land.

Nu de musea hun vleugels uitslaan naar het buitenland en geld de enige drijfveer lijkt, is er ook veel kritiek. Er wordt gewaarschuwd voor de 'vermarkting van de beschaving' en opiniemakers betogen dat de band tussen nationaal bezit en de Franse bodem, cultuur en geschiedenis onverbrekelijk is. "Als het tafelzilver wordt verkocht, dan weet je zeker dat het heel erg slecht gaat met de familie", brieste een radioluisteraar tijdens een geanimeerd debat over het thema. "Straks verkopen we ook nog de Loire-kastelen aan de hoogste bieder."

Sommige genuanceerde geesten zijn niet op voorhand tegen, maar vrezen toch een hellend vlak. Uiteindelijk zal de grensoverschrijdende activiteit leiden tot het vertrek van meesterwerken als de Mona Lisa.

Allemaal koudwatervrees, menen de voorstanders van cultureel ondernemerschap. "Het gaat niet alleen om het, meestal tijdelijk, exporteren van kunstwerken", zegt bijvoorbeeld de politicoloog Roland Cayrol. "Wat is er op tegen om de expertise van conservatoren en restaurateurs te verkopen en tegelijk het prestige van de Franse cultuur in de wereld overal te laten stralen? Wij hebben er alles bij te winnen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden