Frankrijk levert een van de beste films festival Rotterdam

ROTTERDAM - Na Nederland is Frankrijk het best vertegenwoordigde land op het Filmfestival Rotterdam. Optimisten reppen al van nieuw elan in de Franse cinema. Dat elan is dan vooral te danken aan de televisie.

'Tous les garcons et les filles de leur âge' is de naam van een ambitieus project van de Frans-Duitse cultuurzender ARTE. Het is een prachtig project, dat als apart programma is toegevoegd aan het filmaanbod in Rotterdam. Helaas is de informatie van het festival gebaseerd op verouderde plannen en niet correct. Het project omvat geen tien films, zoals de catalogus meldt, maar negen. Deze bestrijken niet de periode vanaf eind jaren '50 tot aan 1994, maar vanaf begin jaren '60 tot eind jaren '80. De onzorgvuldigheid van het festival ontsiert het initiatief een beetje.

Chantal Poupaud van ARTE vroeg negen Franse regisseurs een film van zestig minuten te maken over de periode dat zijzelf adolescent waren. De enige inhoudelijke voorwaarde was dat er een feest in de film moest voorkomen, met speciale aandacht voor het sociale gedrag van jongeren en de muziek uit de betreffende periode. Eind vorig jaar zijn de films door ARTE uitgezonden, van drie films bestaat ook een lange versie voor de bioscoop.

André Téchiné was tiener in 1962, Olivier Dahan in 1990: hun films geven dus een tijdsbeeld van die respectievelijke jaren. De overige deelnemers zitten daartussenin: Claire Denis ('65), Chantal Akerman ('68), Olivier Assayas ('72), Laurence Ferreira Barbosa ('75), Patricia Mazuy ('75), Emilie Deleuze ('78) en Cédric Kahn ('85). Een van de leuke consequenties van het project is dat veteranen en debutanten samenkomen.

Het zijn mooie films over treurige jongeren. Vanzelfsprekend is er veel moeizaam gedoe met het andere geslacht, maar ook de dood is opvallend aanwezig in het leven van de dolende pubers. Het einde van 'L'eau froide' van Olivier Assayas is een van de treurigste die ik ooit heb gezien. Zijn feestsequentie heeft een zodanige allure, dat het met gemak als afzonderlijke korte film zou kunnen gelden. Ook 'Travolta et moi' van Patricia Mazuy stemt niet al te vrolijk: met veel Frans pathos stort zich in de finale een nihilistische tiener te pletter op de ijsbaan. 'Trop de bonheur' van Cédric Kahn is een uiterst fysieke film, een langgerekte werveling langs lichamen en blikken.

De beste uit de reeks, en tevens een van de beste films van het festival, is 'Frères' van Olivier Dahan. Zijn korte schets van hard en heftig leven in de buitenwijken is vuurwerk zonder effectbejag. Er wordt veel gevochten en geschreeuwd, maar personages worden ook geïntroduceerd met statische monologen. Wie de agressieve rap van Public Enemy durft te combineren met de trage jazz van Duke Ellington laat zien dat hij lef heeft. Dahan suggereert binnen zijn 60 minuten dat hij met iets veel groters bezig is, terwijl hij zijn plotje ook nog rond weet te maken. Het is het type debuut waar je van opveert en dat je veel vaker zou moeten zien op het festival.

'Tous les garcons...' laat fraai zien hoe film en tv kunnen samenwerken. Apart draait nog 'Faut pas rire du bonheur' van Guillaume Nicloux, een originele liefdesgeschiedenis vol zwarte humor. Waarom is deze tweede speelfilm niet genomineerd voor de Tiger Awards? De Franse sectie heeft genoeg aardigs te bieden. Het gejuich over een nieuw elan lijkt nog wat voorbarig, maar er zijn wel een paar nieuwe namen om in de gaten te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden