Frankrijk blijkt toch te kunnen hervormen

Trein en metro rijden weer in Frankrijk, na tien dagen. En deze keer zonder dat een regering door de knieën ging voor de stakers.

President Nicolas Sarkozy laat zien dat het hem ernst is. Zijn belofte van een breuk met het verleden waarin de regering uiteindelijk altijd buigt voor straatprotesten, is meer dan een verkiezingsslogan.

Hier en daar klinken klachten over de prijs van een compensatieregeling voor de stakers, maar het is gedaan met de uitzonderingspositie van 500.000 werknemers in de semi-overheidssector. Die zullen voortaan net zo lang moeten werken als alle anderen: 40, en niet 37,5 jaar jaar voor een volledig pensioen.

Sarkozy slaagt waar zijn voorgangers in 1995, toen precies dezelfde krachtmeting in het voordeel van de bonden eindigde, faalden. Een belangrijk verschil met toen: Sarkozy kon rekenen op brede steun. Met de dag groeide de woede over een fanatieke, anarchosyndicale minderheid die voor het behoud van privileges (treinbestuurders konden op hun vijftigste met pensioen) anderen het werken onmogelijk maakte. Ook nieuw is de houding van de CGT, een van de grootste vakbonden. Deze voorheen onbuigzame vakcentrale maakt onder leiding van de langharige ’eeuwige adolescent’ Bernard Thibault – in 1995 nog de aanvoerder van de spoorbeambten die de regering op de knieën dwong – een opmerkelijke ontwikkeling door.

Thibault maakte de bond los van de communistische partij en probeert buiten de (semi)ambtenaren met hun vaste arbeidscontracten en verworven rechten ook anderen aan te spreken, zoals werknemers in het bedrijfsleven en jongeren met tijdelijke contracten.

Alles wees erop dat Thibault deze staking liever niet wilde. Hij had alleen rekening te houden met de ’basis’ en de concurrentie van de radicale bonden die nu alweer dreigen met acties in december. De overwinning van Sarkozy helpt Thibault bij zijn poging zijn bond te moderniseren.

De concurrent van de CGT, de net wat grotere CFDT, brak al veel eerder met de beproefde confrontatiestrategie. Zet deze opklaring in het sociaal-economische klimaat door, dan is het tij wellicht gunstiger voor de rest van de aanpassingen van de Franse verzorgingsstaat die Sarkozy belooft. Op zijn agenda staan onder andere nog een versoepeling van het ontslagrecht en de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd voor iedereen van 60 naar 61 jaar.

De socialistische oppositie, de Parti Socialiste (PS), is met de Franse economie (honderden miljoen euro’s schade) de verliezer van de afgelopen tien dagen.

De PS steunde de impopulaire actievoerders niet voluit en richtte de aanval op de ’methode’ van Sarkozy. Ex-presidentskandidate Ségolène Royal benadrukte dat ’je Frankrijk niet kunt hervormen door het aan te vallen’. Het maakte geen indruk. Sarkozy’s onderhandelaar, minister van sociale zaken Xavier Bertrand, viel vooral op door zijn diplomatieke kwaliteiten. En Sarkozy zelf manifesteerde zich geen moment als het autoritaire baasje waar velen hem voor houden, maar balanceerde vakkundig tussen fermheid (’ik zal niet toegeven’) en begrip voor spoormedewerkers en ambtenaren.

De laatsten staakten deze week voor verbetering van hun koopkracht. Sarkozy, die de ’president van de koopkracht’ wil zijn, heeft maatregelen toegezegd. Welke dat zijn, is de grote vraag. Het begrotingstekort is hoog en eerder is al 17 miljard uitgegeven aan lastenverlichting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden