Frankenstein

Ik zou het bijna vergeten zijn als er gisteren in Trouw niet aan was gerefereerd: de uitspraak van Máxima uit 2007 volgens wie 'dé Nederlander niet bestaat'. De 'uitglijder' van de toenmalige prinses oogstte toen een storm van boze rechtse kritiek maar ook luide linkse instemming. Niet dat Máxima het slecht bedoelde, ze had juist de veelzijdigheid van de Nederlandse identiteit willen onderstrepen maar verzandde in belabberde formulering en clichés: "Nederland is grote ramen met open gordijnen, maar ook hechten aan privacy. Nederland is één koekje bij de koffie, maar ook een enorme gastvrijheid en warmte". Kun je het iemand kwalijk nemen die net zeven jaar in het land woont en vooral in paleizen en een afgesloten landgoed vertoeft? Toch had de prinses met gemak de kern van de Nederlandse eigenheid kunnen aanschouwen als ze zich niet door identiteitrelativerende souffleurs had omringd. Ze hoefde maar op de dichtstbijzijnde dijk te gaan staan en naar de polder te turen om die Nederlandse specificiteit op te snuiven.


Geen land ter wereld dat zijn identiteit zo sterk aan zijn structuur ontleent. De verovering van grond op water is niet alleen beeldbepalend maar heeft ook veel invloed op de Nederlandse psyche die in het befaamde 'wij-gevoel' uitmondt. Je zou bijvoorbeeld de neiging naar perfectie, organisatiekunst en samenwerking die nodig zijn om het land tegen de zee te verdedigen, ook kunnen noemen. Ja, dé Nederlandse identiteit bestaat. Nee, ze is geen fictie maar juist tastbaarder en meer verankerd in de genen dan in welk ander land ook.


In de loop der jaren ben ik wel vaker door omroepen en kranten gevraagd om die specificiteit te ontleden. Zeker vanaf midden jaren tachtig toen het opeens geen taboe meer was om over de nationale eigenheid te discussiëren. Toen waren buitenlandse correspondenten in Nederland niet uit de tv- en radiostudio's weg te slaan. Het was ineens niet meer verdacht om naar jezelf te kijken, maar dan wel indirect via het spiegeltje dat de buitenlander je voorhield. Onder invloed van de 'verlichte' jaren zestig was het begrip identiteit en de zoektocht ernaar lang met bekrompen nationalisme en gevaarlijke eigenliefde geassocieerd. Eigen roem stinkt, niet waar? En wie zichzelf weet te relativeren met behulp van naar zelfhaat neigende zelfspot, heeft de vervolmaking in zicht. Het is in die tijd dat emeritus hoogleraar Herman Pleij zijn beroemde uitspraak deed: "Zo zitten we met een identiteit, die bestaat uit de afwijzing daarvan".


Nu is er weer een dergelijke tendens maar niet om dezelfde redenen. Een sterk geprofileerde nationale identiteit wordt door immigrationisten en geharde wereldverbeteraars als obstakel gezien voor het ontstaan van de nieuwe mens. De mens van morgen zal niet meer een boze blanke man of vrouw zijn maar een hybride creatie, een kleurrijk exemplaar door diversiteit en vermenging gemaakt. Daarom zijn de doctors Frankenstein onder ons de grootste ontkenners van de realiteit: het bestaan van een sterke en traditionele nationale identiteit.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden