Opinie

Frankenstein als metafoor voor de maakbare mens

Een horrorklassieker heet 'Frankenstein', de roman die de Engelse Mary Shelley in 1818 schreef als aandeel in een gezelschapsspel om spookverhalen te creëren. De vertelling over een student die uit verschillende lijken een (monsterlijk) wezen samenstelt en met elektriciteit tot leven wekt, werd ongekend populair en is talloze malen bewerkt en verfilmd. Lang niet altijd even dwingend. Horror is nu eenmaal niet het gemakkelijkste genre om in een overtuigende vorm te gieten.

Op toneel is dat nog moeilijker en zorgt surrogaatgegriezel algauw voor gegiebel. Blij toe dus dat ik de voorstelling door het Noord Nederlands Toneel niet heb kunnen betrappen op effecten die het publiek met een in de keel kloppend hart aan de stoel willen nagelen, en daar vervolgens jammerlijk in mislukken. In de regie van Geert Lageveen en de talige bewerking van Ko van den Bosch is deze 'Frankenstein' veeleer een satirische metafoor voor de maakbare mens in een maakbare samenleving. En dat is al griezelig genoeg.

Prima gedachte om het creatuur te laten vertolken door Paul van der Laan, die als mimespeler een motoriek ontwikkelt die vooral het accent op de onbeholpenheid van het in elkaar genaaide monster legt. Met als gevolg dat zijn gestuntel, hoe gevaarlijk ook, zowaar een soort mededogen oproept: hij kan het immers niet helpen, hij is zo gemaakt.

De anderen, niet alleen maker Frankenstein zelf, krijgen er met hun aanmatiging eerder monsterlijk onaangenamee trekjes door. Niet voor niets dragen zij kostuums in harde, scherp contrasterende kleuren: pimpelpaars, gifgroen.

'Frankenstein' oogt heel theatraal en dat rijmt mooi met een onderstroom in de tekst die het thema van de maakbaarheid verbindt met theater: zoals theater uit het niets komt (en in het niets verdwijnt). Fraai verbeeld in een scène waar Frankensteins jongere broertje het monster verbaast met een virtuoze slagwerksolo met alleen twee stokjes in de handen.

Dat monster ontbreekt het associatieve besef dat het geluid achter, door slagwerker/componist Arend Niks, wordt geproduceerd en dat hij zo'n act nooit zomaar kan nadoen. Hoe fanatiek hij ook de stokjes tegen elkaar tikt.

Dat zijn mooi gevonden theatertrucs. Als publiek herken je ze en word je erdoor meegesleept. Tegelijk besef je dat diens onbegrip de woede van het creatuur kan opwekken.

Zo gek is het dan niet dat hij ten slotte moordend door de wereld trekt, terwijl de rest schande roept en laf zijn handen wringt. Als de tocht eindigt op de noordpool en de stapel matrassen de contouren van op elkaar botsende ijsschotsen heeft gekregen, ben je er aardig van doordrongen dat de mens vaak maar raak doet, en experimenteert zonder over de gevolgen na te denken. Lageveen en Niks hebben dat voor elkaar gekregen in een muziektheatraal spektakel met geraffineerd tussen gevoelig en rauw variërende klanken en scènes.

Zoals ook Van den Bosch' tekst zich wentelt in extremen: van eigenzinnige citaten als 'Vader vergeef me, ik wist niet wat ik deed' tot platvloersheden.

Het enige jammere is dat Lageveen Ludo Hoogmartens als Frankenstein wat kleurloos laat zwemmen. Daar staat tegenover dat de meeste acteurs zich vocaaltechnisch prima weren. Verrassend zelfs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden