Frank Rijkaard treedt bescheiden terug

WENEN - Twee wedstrijden scheiden hem nog van het vertrek. Vanavond wil Frank Rijkaard, tegen zijn oude club AC Milan, de kroon zetten op zijn vijftienjarige profcarrière. Op 28 mei zal hij nog één keer de spreekkoren horen. Daarna zet hij zijn sportieve aspiraties opzij. Een bal, een muur, een trapveldje, samen met wat voetbalvrienden. Terug naar hoe het allemaal begon.

Het is maandag 22 mei. Op de dag van vertrek naar Wenen bevinden alle voetballers zich in het spelershome. Alle spelers op één na. Frank Rijkaard is achtergebleven in de behandelkamer met Pim van Dord. De verdediger kampt met de laatste naweeën van zijn knieblessure en verkiest een extra behandeling boven een verblijf tussen opdringerige journalisten. Het is een mooi excuus, al zijn de klachten natuurlijk op waarheid gebaseerd. Maar Rijkaard zou zich ook zonder het lichamelijke ongemak pas op het laatste moment bij zijn teamgenoten hebben gevoegd. Zijn houding verschilt niet van die in de voorafgaande weken. Rijkaard mijdt de publiciteit en prepareert zich op het einde van zijn actieve carrière, het moment waarop zijn schoenen voor het laatst in de voetbaltas glijden. De Champions League-finale, een afscheidsoptreden tegen FC Twente en dan . . . de rust, een anoniem bestaan zonder de permanente aanwezigheid van fotografen, een leven zonder hinderlijke vragen over zijn zieleroerselen.

Alleskunner

Daarom sluit hij zich bij het naderen van het einde af voor interviews en gaat hij niet akkoord met het houden van een persconferentie. Hij registreert de goedbedoelde tips van voetbalkenners: Dejan Savicevic die beweert dat hij te goed is om te stoppen; Johan Cruijff die tijdens het VVCS-gala betoogt dat slechts één speler recht heeft op de titel voetballer van het jaar, Frank Rijkaard, de alleskunner die nog minstens een jaar door moet gaan. Rijkaard luistert, maar is niet op andere gedachten te brengen. Zijn afscheid heeft hij zorgvuldig gepland. De vijf inspannende topjaren in Italië zijn gevolgd door twee - minder hectische, maar minstens even intensieve - jaren in Amsterdam. Dat is voldoende, vindt hij, een mooie afsluiting.

Dat hij bij Ajax zijn laatste hoofdstuk heeft geschreven, is niet toevallig. Nog in Italiaans dienstverband wierp hij daaromtrent eenmaal een visje uit bij het Ajax-bestuur. Ajax, de club waar hij op 23 augustus 1980 zijn entree in het betaald voetbal had gemaakt. Maar ook: Ajax, de club waar hij in 1987 op zo'n bittere wijze was vertrokken.

Frank Rijkaard is al een voetballeven lang immer de bescheiden, weinig op de voorgrond tredende steunpilaar, een ideale collega voor zijn medespelers. Toch markeren een paar incidenten zijn loopbaan. Onder het bewind van Johan Cruijff neemt hij zijn eerste en verst reikende besluit. Namens PSV geeft Hans Kraay hem in het vroege voorjaar van '86 in overweging de stap van Ajax naar Eindhoven te maken. Als ontmoetingsplaats is - heel tactisch - gekozen voor het huisadres van Ruud Gullit, de oude bekende met wie hij in de Amsterdamse Kinkerbuurt zo vaak het pleintjesvoetbal had beoefend, de vriend met wie hij als junior bij DWS droomde van grootse voetbaldaden. PSV en Rijkaards zaakwaarnemer Nico de Raadt hebben haast met de overeenkomst en oefenen druk uit op de argeloze jongeling. Frank zwicht tenslotte voor de verlokkingen: een salaris dat vier keer zo hoog is als bij Ajax en - als extra lokaas - wat prijzige stereo-apparatuur.

Ajax krijgt lucht van het voorcontract en besluit dan tot een tegenzet. Rijkaard zet ook bij Ajax zijn handtekening onder een inmiddels sterk verbeterde aanbieding. Cruijff denkt daarna alles wel even te regelen. Hij heeft connecties bij Philips en vertrouwt daar blindelings op. Helaas, het zal anders gaan en Rijkaard krijgt na een lange arbitragezaak het etiket van de oliedomme sufferd die zich heeft laten paaien met een stereotoren. Van de fraaie beloftes van Ajax (“Wij houden je wel uit de wind”) is niets terecht gekomen.

Rijkaard voelt de pijn, zijn imago is beschadigd. Hij moet weg bij Ajax en hakt de knoop door wanneer Cruijff hem voor de zoveelste keer op de training terechtwijst. “Krijg de kolere met je eeuwige gezeur”, bijt de binnenvetter terug, waarna hij Ajax definitief de rug toekeert.

Daarmee is de moeilijke tijd nog niet voorbij. Sporting Lissabon wil Rijkaard inlijven, maar de bankgarantie blijft uit. Rijkaard traint op eigen houtje en houdt de media op eerbiedige afstand. Hij wil in vrijheid zijn eigen plan trekken. Als hij tenslotte bij de Spaanse middenmoter Real Zaragoza zijn kunsten mag laten zien - Sporting krijgt de formaliteiten niet op tijd in orde en leent hem uit - is dat voor hem een grote opluchting. Weg bij Ajax, weg uit het verstikkende Amsterdam.

Rijkaard grijpt de korte periode in Spanje (11 wedstrijden) aan om zijn naam te herbevestigen. Hij glorieert met het Nederlands team op het EK van 1988 en heeft zich dan al aan de poorten van het San Siro gemeld. Onder leiding van Arrigo Sacchi en tesamen met Marco van Basten en Ruud Gullit bouwt hij aan de contouren van een nieuw, oppermachtig AC Milan. De harmonie lijkt teruggekeerd. Rijkaard krijgt van Sacchi het respect dat hij bij Cruijff zozeer miste en de liefhebber bij uitstek komt tot volledig wasdom.

Dan, het is 1990, treden opnieuw de tegenstrijdigheden in zijn karakter aan het licht. Bij het WK in Italië slaan in de wedstrijd tegen de Duitsers de stoppen door bij de Amsterdammer. Getergd door de magere resultaten en geïrriteerd door het zuigende gedrag van zijn tegenstander Rudi Völler laat de vriendelijke voetbalpersoonlijkheid zich gaan. Een klodder spuug belandt in de haren van de Duitser en Rijkaard beseft voor de tweede keer in zijn carrière dat zijn reputatie is geschaad. Zijn conclusie: voortaan geen interlandoptredens meer.

Het is een daad die Rijkaard typeert. Een speler in perfecte balans, die desalniettemin in zijn slechtste dagen, op momenten dat de wereld zich tegen hem keert, zich terugtrekt in zijn eigen bastion. Op zulke ogenblikken openbaart zich zijn standvastigheid, zijn vastbesloten 'tot hier en niet verder'.

Eigenwijze trekjes die, gelukkig, nooit tot eeuwige verstarring leidden. Frank kwam terug bij Oranje. Hij nestelde zich opnieuw in De Meer, waar hij een van de mooiste momenten beleefde in de uitwedstrijd tegen AC Milan. Het Nereo Rocco Stadion in Triëst. Frank Rijkaard krijgt na de 0-2 een staande ovatie van de meegereisde aanhang. Even later klettert ook het applaus uit de vakken van de Milan-tifosi. Frank kijkt ontroerd naar het tafereel, een van de meest emotionele momenten in zijn carrière. Hij neemt de toejuichingen in ontvangst met een hand op zijn borst. Het is een eresaluut aan een voetbalmonument.

Laatste zwaai

Frank Rijkaard heeft altijd zijn eigen scenario's geschreven en zal dat doen tot zijn laatste optreden. Hij weet wat hij wil. Wie zou hem het recht op zo'n weloverwogen afscheid kunnen ontzeggen? Nog één keer de Europa Cup, zijn derde. En een afscheidswedstrijd in een uitverkochte Meer. Met een laatste zwaai naar het publiek. En een simpel: Frank, bedankt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden