Frank Boeijen zingt over Nederlands onbehagen. ’Deze cd is mijn antwoord.’

’De langste weg is de weg naar huis”, zingt Frank Boeijen op zijn nieuwe cd ’As’. ’Naar huis’ is voor Boeijen (1957) naar Nijmegen, en de skyline van de Waalstad siert het binnenwerk van het doosje van zijn nieuwe cd. Reden genoeg om, aan de hand van zijn nieuwe liedjes, samen door de stad te wandelen.

„Ik eindig iedere tournee in Nijmegen”, vertelt Boeijen ’s morgens in concertgebouw De Vereeniging. „Er zijn dan veel familieleden en vrienden in de zaal. Vroeger was ik daar altijd erg nerveus voor, nu is het echt een weerzien met iedereen. Soms lijkt het wel of ik te gast ben op een feestje van anderen.”

Op het hoesje van zijn vorige cd, ’Schaduw der liefde’, stond een schilderij van een Iraakse kunstenaar. Deze keer heeft de zanger gekozen voor een foto van Nijmegen. Bewust, zegt hij. „In de drie jaar sinds de vorige plaat is er in Nederland veel gebeurd, er is een puist van onbehagen opengebarsten. Deze cd is mijn antwoord daarop,”

In het nieuwe liedje ’Aan de bezitters van een ziel’ zingt Boeijen over dat onbehagen. „Wanneer is de poëzie verdwenen, op welk moment verlieten de dichters het land en lieten het over aan haar lot? Dit is niet mijn land”, zingt hij.

Kwart over elf, Van Welderenstraat, Nijmegen. Hier, op deze straathoek, wijst Boeijen, is de linkse activist Louis Sévèke doodgeschoten. „Ik kende hem van gezicht, van vroeger. De avond dat hij werd vermoord was ik hier in de straat, daar aan de overkant, op bezoek. Opeens hoorden we die twee schoten. Een land waar zoiets gebeurd, is niet mijn land. Hetzelfde dacht ik na de dood van Theo van Gogh, toen heb ik deze tekst geschreven.”

„Als individu kun je misschien weinig doen om het maatschappelijk klimaat te veranderen. Maar als zanger kan ik er een lied over schrijven. Op die manier strijd ik tegen het cynisme en de onverschilligheid. Vind je dat erg grote woorden? Dat mag. Het gaat bij mij ook om erg grote gevoelens.”

In het liedje ’Bernadette’ zingt Boeijen: „Ik hoor haar naam in de stille gebeden, zie ze komen, zie ze gaan, en ze vragen haar zegen. Bernadette, Bernadette slaapt.”

Half twaalf, de zanger schuift in een kerkbank in de Petrus Canisius Parochiekerk. „Hier ben ik echt al jaren niet meer binnen geweest”, vertelt hij. „Als ik vroeger met mijn moeder boodschappen deed in de stad, gingen we soms even in het kapelletje zitten.”

Boeijen heeft weinig op met religie, zegt hij. Een tijdlang trok het existentialisme hem, las hij het werk van Jean-Paul Sartre. „Wat me aansprak was de afwezigheid van religieus denken. Dat creëert maar tegenstellingen, tussen islam en christendom bijvoorbeeld. Ik vind religie irrationeel, en dat is volgens mij ook wat Sartre bedoelde.”

’Bernadette’, een duet met Stef Bos, gaat over ’Bernadette van Lourdes’, vertelt hij. Moeder Maria zou meermaals aan die jonge vrouw verschenen zijn. Ze overleed 130 jaar geleden, maar haar lichaam is nog volledig intact. Pelgrims bezoeken de opgebaarde Bernadette, hopend op een wondertje.

„Stef en ik hebben daar geïntrigeerd naar staan kijken. Hij is gereformeerd opgevoed, ik kom uit een groot rooms-katholiek gezin. Allebei hebben we onze indrukken opgeschreven. Die bleken naadloos in elkaar te passen.”

Twaalf uur, het Nijmeegse Kronenburgerpark. „Ze hoeven mij geen Frank Boeijenpark te geven”, zegt Boeijen, „Ik vind het genoeg als mensen zich een liedje van me herinneren. Ja, ook als het alleen ’Zwart-wit’ of ’Kronenburgpark’ is. Die liedjes zijn met zorg en aandacht gemaakt, ik sta er nog helemaal achter.” En dat hij ’Kronenburgpark’ zingt in plaats van ’Kronenburgerpark’ is géén gebrekkige articulatie. Zo heet het park nu eenmaal in de volksmond.

De zanger rolt een shagje. „Het schijnt dat hier ergens een tekstregel van mij hangt”, zegt hij. „Ik heb het nog nooit gezien, zullen we gaan zoeken?” Op een groene plaquette aan een bruggetje vinden we de tekst: ’Op zoek naar geluk in Kronenburgpark, thuis wacht een vrouw onwetend op haar man’. Erboven een zin van Frans Kellendonk, over ’het tippeltrottoir aan de voet van de Kruittoren’. „Maf dat ze juist die zin van mij genomen hebben”, zegt Boeijen. „Het lied gaat eigenlijk niet over deze plek, maar over heroïneprostitutie. Daar stond het hier vroeger om bekend.”

Over dit soort ’maatschappelijke fenomenen’ wil hij zingen, zegt Boeijen, net zoals de vroegere volkszangers dat deden. „Ik wil in een lied een verhaal vertellen, maar zonder te oordelen. Die man op zoek naar geluk begrijp ik wel. Met prostitutie is ook niets mis. Het is alleen vervelend dat het beheerst wordt door van die akelige types.”

In de najaarszon gaan we op een bankje zitten. Boeijen: „Trouwens, op dat bruggetje heb ik als dertienjarige voor het eerst gezoend. Ik ben benieuwd of het meisje zich dat herinnert.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden