Franciscus is niet eco

Moeten we op werelddierendag tot de vogels preken, de wolf bekeren en de pitbull prijzen? Wat moeten we met 'broeder zon' en 'zuster maan'? Is Franciscus van Assisi wel de ecoloog waar de paus hem voor houdt?

door Jan J. Boersema

De milieukundige Jan J. Boersema over deep ecology en Legenda Perugina, praten met bomen, het marktplein van Gubbio en de muziek.

,,Ik stel voor dat Franciscus de schutspatroon van ecologen wordt''. Met deze oproep besloot de Amerikaanse historicus Lynn White zijn geruchtmakende artikel uit 1967 over de historische achtergronden van de ecologische crisis.

Het artikel, gepubliceerd in het gezaghebbende vakblad Science riep veel kritiek op, maar zijn pleidooi voor een heroriëntatie op onze verhouding met de natuur werd met enthousiasme ontvangen. White vroeg daarbij aandacht voor de 'grootste radicaal in de christelijke historie sinds Christus: Sint Franciscus'. Diens populariteit onder ecologen nam daarop snel toe. White's oproep kreeg eveneens bijval en in 1979 verklaarde paus Johannes Paulus II Franciscus tot schutspatroon van ecologen. Dierendag, 4 oktober, geldt als zijn herdenkingsdag.

Het is de vraag of White een juist beeld van Franciscus heeft geschetst. In zijn zoektocht naar een oplossing voor de milieuproblematiek kwam White tot de conclusie dat nog meer wetenschap en meer technologie niet zouden helpen, omdat beide zijn voortgekomen uit de 'christelijke houding van de mens ten opzichte van de natuur'. White bepleitte een 'nieuwe religie, of een herformulering van de oude' en kwam terecht bij het gedachtengoed van Franciscus.

Voor White was Franciscus een revolutionair, haast een ketter, die als door een wonder niet op de brandstapel belandde. Franciscus doorbrak volgens White de christelijke arrogantie ten opzicht van de natuur met zijn pleidooi voor gelijkheid van alle schepselen. Hij erkende de autonomie van de natuur, in plaats van de natuur te zien als een ding waarover je kunt heersen. De hele schepping zag hij als bezield.

Franciscus werd in 1181 geboren in Assisi, een dorpje in het dal van Spoleto in de Italiaanse landstreek Umbrië. Hij stierf in dezelfde plaats op 3 oktober 1226. Over zijn geboortejaar bestaat geen zekerheid, net als over veel uit zijn leven. Een probleem is ook dat Franciscus zelf weinig heeft geschreven, al heeft hij op het werk van enkelen uit zijn broederschap grote invloed gehad. Het meeste is ons via anderen, tijdgenoten en latere biografen, overgeleverd. De bekendste zijn de Vitae van Thomas van Celano uit de dertiende eeuw en de Legenda Perugina van broeder Leo, een intieme vriend van Franciscus.

Van die levensbeschrijvingen zijn ook nog vele verloren gegaan, al dan niet met opzet tijdens religieuze disputen. Toch is er mede dankzij recent onderzoek voldoende materiaal voor handen om ons een betrouwbaar beeld te vormen. Het standaardwerk met een tekstkritische uitgave is van de franciscaan Kajetan Esser uit 1976.

Het spreekt vanzelf dat in Franciscus' werk moderne termen als 'ecologie' en 'milieu' niet voorkomen. Ook het abstracte begrip 'natuur' ontbreekt. Franciscus schreef immers geen filosofische beschouwingen, maar religieuze teksten. De lezer moet daarom op zoek gaan naar planten, dieren, hemellichamen en landschappen. Dan valt op dat de natuur in het werk van de heilige een bescheiden rol speelt. De lezer krijgt geen moment de indruk dat het Franciscus speciaal om de natuur gaat, of dat hij een aparte kijk erop propageert.

Uit zijn bekendste werk, het Zonnelied, blijkt wel een verbondenheid met de schepping. In het lied worden broeder zon, vuur en wind en zuster maan, water en aarde opgeroepen om Gods lof te zingen. Het vertoont hierin gelijkenis met bijbelgedeelten, zoals psalm 19. Uit de gewoonte van Franciscus om niet-menselijke schepselen met broer en zus aan te spreken, kunnen we ook geen 'gelijkheid van alle schepselen' afleiden, zoals White oppperde. Er spreekt eerder verbondenheid uit dan gelijkheid en ook uit andere werken blijkt dat Franciscus zich bewust was van de bijzondere positie van de mens in de schepping.

Als Franciscus de natuur ter sprake brengt, is dat vooral met het oog op de les die de mens dient te leren of om de hele schepping op te roepen tot lofprijzing van God. Franciscus staat daarmee geheel binnen de bijbelse traditie. Hij was voluit middeleeuwer, iemand voor wie de godsdienst een dominante rol speelde en vervlochten was met het dagelijks leven. In zijn eigen geschriften gaat het hem om de navolging van Christus. Franciscus koos vrijwillig voor een leven in armoede en predikte nederigheid.

Zo sober als zijn geschriften zijn over de natuur, zo rijk zijn de biografieën van Franciscus op dit punt. De heilige moet een buitengewoon charismatisch figuur zijn geweest: zijn persoon, zijn spreken en handelen maakten op tijdgenoten diepe indruk. Over niemand zijn zoveel verhalen bekend die duiden op een bepaalde affiniteit met de natuur.

De twee bekendste legenden zijn de 'preek tot de vogels' en de 'bekering van de wolf van Gubbio', waar verschillende varianten van bekend zijn. In de vogelpreek-versie van Celano zoekt Franciscus de duiven, kraaien en kauwtjes op in de buurt van Bevagna. De dieren vliegen niet weg, zoals ze normaal doen. Franciscus houdt vervolgens een preek die hij ontleent aan Mattheüs 6 en de vogels luisteren met gestrekte nekjes en open bekjes. Franciscus vraagt zich geroerd af waarom hij niet eerder voor ze gepreekt heeft en roept vanaf die dag ook andere beesten op hun schepper te loven en te prijzen.

De wolvenlegende past in de traditie van wolfsverhalen, waarin de wolf staat voor kwaad en woestheid tegenover de onschuld van een kind of een lam. Franciscus ontmoet buiten de stadsmuren van Gubbio de wolf die de streek al tijden onveilig maakt. Het dier maakt zich klaar hem aan te vallen, maar Franciscus gebiedt hem in naam van Christus niemand meer te verwonden. Vervolgens ontspint zich een discussie tussen de heilige en de wolf. Franciscus vindt dat het beest de doodstraf verdient, en de wolf is het daarmee eens. Maar dan doet Franciscus een vredesvoorstel: als de wolf op het marktplein van Gubbio publiekelijk schuld bekent en zich bekeert, mag hij blijven leven. In ruil voor de schuldbekentenis voorzien de burgers het beest voor de rest van zijn leven van voedsel. Na zijn dood wordt de wolf zelfs in gewijde grond begraven.

Kijken we naar de aard van de verhalen, dan onderscheidt Franciscus zich in zijn contacten met dieren niet van andere heiligen, zoals de woestijnvaderen of de Ierse heiligen over wie veel dierenlegenden bestaan. White zag hier wel een groot onderscheid: Franciscus zou niet boven de dieren staan en de natuur domineren, zoals andere heiligen, maar gelijkheid prediken. Volgens mij zit hij er op dit cruciale punt naast.

Uit de verhalen over de vroeg christelijke heiligen en die over Franciscus spreekt een verlangen naar herstel van de paradijselijke relaties, waarin de mens een natuurlijk gezag heeft over de dieren en planten. Deze gezagsrelatie is sterk moreel gekleurd. De heiligen corrigeren immoreel gedrag en herstellen daarmee de oorspronkelijke bedoelingen van de schepper. Willen we Franciscus op 4 oktober in stijl gedenken, dan zouden we niet alleen liefde voor dieren moeten tonen, maar ook de pitbull en de roofvogel moeten vermanen. De heiligen zagen roofdierengedrag immers als tekenen van moreel verval, een gevolg van de zondeval.

Franciscus is dus het voorbeeld bij uitstek van de wijze waarop men zich in de klassiek christelijke traditie de ideale relatie mens-natuur voorstelde. Daarbij stond de mens centraal, dan volgden de nuttige en tamme dieren en vervolgens in een lange rij de overige organismen. Alle creatuur was wel met de mens verbonden in de lofprijzing, maar zeker niet gelijk aan de mens.

Dit beeld van Franciscus lijkt in weinig op dat van de klassieke ecoloog. Het belangrijkste verschil betreft het morele karakter van de natuur. Wetenschappers zien de natuur als a-moreel. Zij bestuderen de feitelijke relaties tussen organismen, niets meer en niets minder. White heeft dit type ecologen vermoedelijk niet op het oog gehad. In zijn tijd, eind jaren zestig, was de ecologie al veel meer een tak van de biologie. De milieuproblematiek was een groot maatschappelijk vraagstuk geworden, dat velen bezagen vanuit het perspectief van de 'menselijke ecologie'. Deze nieuwe ecologie groeide uit tot een levensfilosofie, die veel verder ging dan het bestuderen van de relatie mens-natuurlijke omgeving. Normatieve elementen deden hun intrede: menselijk handelen moest 'ecologisch inpasbaar' zijn, je moest 'ecologisch leven', eco-groenten eten, eco-schoenen dragen, kortom 'eco' bleek overal toepasbaar.

Sommige wetenschappers protesteerden tegen deze vermenging van termen, anderen pasten haar met succes in de klassieke biologische benadering in. De wetenschap kon immers zicht verschaffen op de mens als organisme in het ecosysteem aarde. Deze moderne mengvorm bleek zeer aantrekkelijk voor milieubeschermers. De mens moest weer leven 'volgens de natuur', het oude ideaal van de Griekse filosofen. Als meest vergaande uitloper van deze dominante filosofie claimden enkelen zelfs te kunnen praten met bomen en dieren. Inderdaad, een zekere verwantschap met Franciscus.

Toch gaapt er een diepe kloof tussen deze levenbeschouwelijke ecologie (deep ecology) en de wijze waarop de christelijke traditie (en Franciscus) tegen de natuur aankeek. De deep ecology ontleent zijn normen namelijk aan de natuur (nature knows best). Dat de natuur ook immoreel kan zijn, is voor deze ecologen onbestaanbaar. Franciscus daarentegen ontleende zijn normen aan 'boven', aan de geopenbaarde opvattingen over hoe God de schepping had bedoeld.

Voor ecologen, in welke vorm dan ook, lijkt me Franciscus geen geschikte schutspatroon. Maar kan Franciscus dan helemaal niets meer betekenen? Ik denk van wel en dat brengt mij op Franciscus' armoede-ideaal. Het is zeer waarschijnlijk dat zijn consequente aanval op rijkdom hem en de orde veel meer in problemen brachten dan zijn 'ecologische' en diervriendelijke standpunten. De kerk uit die dagen was rijk en de kloof tussen welgestelden en armen vele malen groter dan nu in het Westen. Juist zijn pleidooi voor armoede maakt hem volgens mij de ideale kandidaat-schutspatroon voor hedendaagse milieukundigen.

De invloed van onze materiële welvaart op het milieu is duidelijk. Verschillende milieu-economen hebben inmiddels gepleit voor soberheid. Franciscus kan hierbij als inspiratie dienen. Maar moeten we dan allemaal ook zo sober als Franciscus door het leven gaan? Dat klinkt niet iedereen als muziek in de oren. Bovendien, als de structuur van onze economie niet verandert, zal een sobere levenshouding veel meer effect hebben dan alleen verminderd gebruik van energie en grondstoffen: het kan een rem op onze culturele en sociale vooruitgang zijn. Verbeteringen in onderwijs, zorg, wetenschap en kunst zijn vaak alleen mogelijk in een klimaat van economische groei.

Het is daarom nodig te komen tot een andere omgang met het natuurlijk milieu. Dat vergt een andere, minder op materiële output gerichte economie. Dat vergt echter ook een veranderde levensbeschouwelijke opvatting: een gerichtheid op zaken die minder beslag leggen op energie, natuur en grondstoffen. Niet uit een ideaal van armoede, maar uit de ervaring dat het leven daar beter van wordt. Kortom: meer muziek en minder Formule 1.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden