Fragment / Thecla Rondhuis over Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944)

De kleine Prins ontmoet op een planeet een aardrijkskundige. Hij vraagt: ,,Zijn er ook oceanen op uw planeet?'' ,,Dat weet ik niet'', zegt de aardrijkskundige. ,,En steden en rivieren?'' ,,Dat weet ik niet'', is weer het antwoord. ,,Maar u bent toch aardrijkskundige'', roept de kleine Prins. ,,Ja, dat is zo, maar ik ben geen ontdekkingsreiziger.''

Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944)

,,Het verhaal van de kleine Prins verbeeldt op een simpele manier de confrontatie tussen ervaring en verstand. Een aardrijkskundige weet hoe een rivier is gevormd, maar dat wil niet zeggen dat hij weet wat het ís. Een geleerde kan een flinke titel voor zijn naam hebben, een zichtbare gezagdrager zijn, maar je hoeft niet alles wat hij zegt voor zoete koek te slikken.

De verklaring van het verhaal van de kleine Prins is doodsimpel, je komt dit echt dagelijks tegen. Het draait om de vraag: wat te doen als kennis en waarneming niet met elkaar sporen. Van veel dingen is het moeilijk te controleren of ze echt bestaan. Bijvoorbeeld buitenaardse wezens, duivels of zielen. Een tijdje geleden vond ik een artikel waarin stond dat een stuk hoorn van de eenhoorn was gevonden. Dat is tastbaar en waarneembaar, maar of de eenhoorn heeft bestaan wordt kennelijk door niet waarneembare elementen bepaald. Of degene die het onderzoek gedaan heeft betrouwbaar is, waar de hoorn gevonden is en of het onderzoek controleerbaar is. En dat alles wil nog niet zeggen dat je erin gelooft.

Een ander filosofisch probleem dat hiermee lijkt samen te hangen is identiteit. Neem de identiteit van Michael Jackson. Je kunt je afvragen wie hij werkelijk is. Wordt zijn identiteit bepaald door wat wij van hem weten of wat wij van hem zien? De cellen van het menselijk lichaam schijnen zich om de zeven jaar te vernieuwen. Ik lijk in niets meer op de baby die ik ben geweest. Ben ík dan nog wel dezelfde?

De confrontatie tussen verstand en ervaring ligt ook op de loer bij de bespreking van de waarde als mens of als burger van mijn mongoliede zoon. Hij kan nauwelijks praten. Hij is ouder dan achttien jaar. Mag hij dan stemmen? Op het denkniveau kun je zeggen: hij kan geen afweging maken, hij vindt het alleen prachtig om op een knopje te mogen drukken. Gevoelsmatig kun je zeggen: hij is een mens, hij is een eenheid van belangen in onze samenleving en daarom geven we hem stemrecht. Hoe dit geactualiseerd wordt is een ander probleem. Voor veel van deze vraagstukken bestaan geen oplossingen. Er hoeft ook geen antwoord te worden gegeven, wel dat we afdalen naar een fundamenteel niveau. Dan heb ik een positieve bijdrage geleverd aan de meningsvorming.

Kinderen stellen de meeste vragen over de kennistheorie en de metafysica: 'wie ben ik' en 'bestaat het'. Ze putten regelmatig uit de wereld van de fantasie. Ze praten graag over buitenaardse wezens of over de ziel van opa. Zij zien minder scherp de grenzen van wat volwassenen wetenschappelijk accepteren.

Een ander verschil tussen kinderen en volwassenen is dat bij volwassenen de norm geldt dat een sterk persoon bij zijn mening blijft. Je kunt niet een stelling poneren en aan het einde zeggen: de ander heeft gelijk. Toch is dit een blokkade in de filosofie. Kinderen hebben daar geen last van. Het gaat niet om het 'ik vind', maar om de weg waarlangs je daar komt.''

Thecla Rondhuis is kinderfilosoof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden