Fragment / David Janssens over Francis Fukuyama (1952)

'Tegenwoordig kunnen we ons nauwelijks een wereld voorstellen die veel beter is dan de onze, of een toekomst die niet wezenlijk democratisch en kapitalistisch is.'

Francis Fukuyama (1952) Uit: Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, uitg. Olympus, p.72.

,,Ik ben geen groot bewonderaar van Fukuyama als auteur. Toen ik het boek voor het eerst las, kwam het als een optimistisch hoera-verhaal op mij over. Maar als je het goed leest, is het niet zó optimistisch. De laatste mens, vreest Fukuyama, zou wel eens anders kunnen gaan denken over de democratische rechten en verworvenheden, en het heil weer zoeken in een grootse strijd op leven en dood. En dan gaat de geschiedenis toch weer verder. Fukuyama houdt daar wel degelijk rekening mee. Het boek eindigt ook vrij pessimistisch. Al in de eerste zin van het boek heeft Fukuyama het over het pessimisme dat ons door de verschrikkingen van de 20ste eeuw in de greep houdt. 'Optimisme' en 'pessimisme' zijn vaak terugkerende termen in het boek, maar ik ben het niet eens met de manier waarop Fuku yama ze gebruikt. Zelf geloof ik niet in vooruitgang, en toch ben ik geen pessimist.

Wat mij in het boek trof, was niet zozeer de inhoud van het betoog, maar de achtergrond ervan: een debat tussen Leo Strauss, inspirator van het Amerikaanse neo-conservatisme, en Alexander Kojève, dé Hegel-interpretator van de twintigste eeuw, over de vraag of er vooruitgang bestaat. Bijna alle argumenten in het boek van Fukuyama zijn ontleend aan het standpunt dat Kojève innam. In navolging daarvan stelt Fukuyama dat de geschiedenis is afgelopen met de slag van Jena in 1806. Hegel geloofde namelijk dat de geschiedenis het woelige proces was waarin de wereldgeest zich langzaam helemaal bewust wordt van zichzelf, en zo al zijn innerlijke tegenstrijdigheden opheft. De schijnbare chaos die de geschiedenis voor mensen lijkt te zijn, was volgens Hegel niets anders dan een 'list van de rede', want uiteindelijk stevent de geschiedenis af op het logische einddoel: een wereld zonder meesters en zonder slaven, waarin iedereen vrij en gelijk is. Het feit dat de wereld na 1806 nog vol verzet bleef tegen deze 'logische principes' bewees volgens Kojève alleen dat Hegel gelijk had gehad met zijn 'list van de rede'. Zo zien sommigen ook de aanslagen van 11 september. Die waren geen weerlegging van Fukuyama's theorie, maar een laatste stuiptrekking van het fundamentalisme, dat niet in staat zal blijken om de wereldomvattende liberale revolutie te stoppen.

Zo wekte Fukuyama mijn interesse naar de tegenstander van Kojève in het debat, de filosoof Leo Strauss, die eerder de klassieke opvatting van een cyclische geschiedenis aanhing. De bezwaren die Strauss aanvoert tegen Hegel en zijn interpretatoren worden door Fukuyama 'historisch pessimistisch' genoemd, maar dat zijn ze niet. Historische pessimisten zijn gewoon omgekeerde vooruitgangsdenkers: waar de een denkt dat het almaar beter wordt, gelooft de ander dat het almaar slechter wordt. Strauss daarentegen stelt de gemeenschappelijke vooronderstelling van deze opvatting aan de kaak, de gedachte dat de mens in wezen een historisch wezen is. Deze gedachte herbergt een soort geloof in zich: nu begrijpen we het beter dan ze het vroeger deden. Maar deze scheiding tussen een 'achterlijk verleden' en een steeds beter wordende toekomst is niet vanzelfsprekend. Volgens Strauss zouden we dan ook te rade moeten gaan bij de klassieke bronnen van onze beschaving. 'Wat is het goede leven?' Dat is de vraag waarmee Socrates aan de westerse filosofie begon. De andere bron van onze beschaving komt voort uit de openbaringsreligies. Waar de filosofie vertrekt vanuit de vraag, vertrekken deze openbaringsreligies vanuit het antwoord: zij vertellen wat het goede leven is. Zowel Socrates als de Bijbel gaan uit van een morele vraag, die los staat van de geschiedenis en historische omstandigheden. Het belang van een morele orde is dus niet alleen iets van vroeger tijden, noch alleen iets van vandaag, maar het probleem van alle tijden.''

David Janssens (1971) is universitair docent rechtsfilosofie, Universiteit van Tilburg

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden